Tien jaar bedrog

Vandaag is het precies tien jaar geleden dat Amerika met zijn bondgenoten, de coalition of the willing, de aanval op het Irak van Saddam Hoessein begon. Het bombardement op Bagdad, shock and awe genoemd. Ontzag moesten de Irakezen voor de Amerikaanse machtsontplooiing krijgen. Op 1 mei 2003 verklaarde president Bush, verkleed in pilotenpak aan boord van het vliegdekschip ‘Abraham Lincoln’ de overwinning. Daarna is de oorlog pas echt begonnen, en uitgelopen op een militaire en politieke catastrofe, groter dan die in Vietnam. Tot op de dag van vandaag zijn de gevolgen duidelijk merkbaar. Als we ons nu weer eens aan een terugblik wagen, is dat niet zozeer een herdenking als wel de volgende evaluatie, misschien een bijdrage tot de onvoltooide geschiedschrijving en een hernieuwde poging om de schuldigen aan deze heilloze onderneming voor het gerecht te dagen.

De voorbereidingen op de oorlog zijn in Washington begonnen met een campagne van leugens en loze beloften. Saddam zou massavernietigingswapens hebben, contacten met Al-Qaeda onderhouden en pogingen doen om in Niger uranium te kopen. Bush werd gesteund door de Britse premier Blair, die verzekerde dat als Saddam dat wilde, zijn massavernietigingswapens binnen drie kwartier schietklaar zouden zijn. Allemaal leugens, maar vooral door de rechtse media werden ze als de zuivere waarheid gepresenteerd. Omwille van de wereldvrede was het dringend noodzakelijk dat Saddam onschadelijk werd gemaakt. En daarna kwam het andere onweerstaanbare resultaat van de oorlog. Het nieuwe Irak zou gefinancierd door zijn eigen oliedollars binnen een paar jaar tot een moderne democratie worden omgevormd. Een voorbeeld voor het hele Midden-Oosten.

Deze verzameling waandenkbeelden was verzonnen door Paul Wolfowitz, Condoleezza Rice, Donald Rumsfeld, Dick Cheney – het clubje vooraanstaande neoconservatieven in de omgeving van de president, en verwante denkers als Robert Kagan die in zijn essay Of Paradise and Power de stelling verdedigde dat de Amerikanen van Mars kwamen en de Europeanen van Venus. Kort voor het uitbreken van de oorlog hield de minister van buitenlandse zaken Colin Powell voor de Verenigde Naties nog een lezing met lichtbeelden waarop duidelijk de foto’s van de kerninstallaties van Irak te zien waren, zei hij.

De commissie van de Verenigde Naties die onder leiding van Hans Blix belast was met de controle op Irak, verzette zich. Hoewel traag, tegen allerlei weerstand in, werden er vorderingen gemaakt en dus was er nog geen noodzaak tot oorlog. Ook de Duitse bondskanselier Schröder en de Franse president Chirac waren tegen de aanval. Maar in Amerika deed de neoconservatieve propagandamachine haar werk. In de media van Rupert Murdoch, Fox News en de New York Post, werden de Fransen als ‘stinkende kaaseters’ beschreven. De betrekkingen tussen Amerika en twee van zijn grote bondgenoten raakten op gespannen voet. Zo heeft toen ook de oorlogsdrift van Washington de NAVO aangetast.

In de aanloop tot de oorlog heeft Nederland zich onder leiding van het kabinet-Balkenende I gedragen als het bereidwillige bondgenootje. We hadden beter kunnen weten. De militaire en algemene inlichtingendiensten, de MIVD en AIVD, hadden hun twijfel over de kernwapens van Saddam maar aan deze waarschuwingen werd geen serieuze aandacht besteed (zoals in deze krant van 12 juni 2004 in een uitvoerig artikel, Hollandse oorlogslogica, van Joost Oranje is onthuld). Tegen de aanval hadden we geen volkenrechtelijke bezwaren en later hebben we een militaire missie naar Al Muttanah gestuurd. Die heeft naam gemaakt met de Dutch approach waarvan we later niets meer gehoord hebben. Er zijn drie militairen gesneuveld.

Na een aantal krijgskundige experimenten waarvan sommige een veelbelovend begin hadden waarna ze dan toch weer in chaos vastliepen, verklaarde president Obama Irak tot een hopeloze zaak; zonder dat overigens in die bewoordingen te zeggen. In december 2011 hebben de laatste Amerikaanse gevechtseenheden Irak verlaten. De oorlog had toen twee biljoen dollar gekost, omstreeks 655.000 Irakezen hebben het leven verloren, er zijn bijna 5.000 Amerikanen gesneuveld en 4,1 miljoen burgers zijn ontheemd. Zelden zal een oorlog tegen zoveel kosten zo vergeefs zijn gevoerd, terwijl de schuldigen daarvoor niet ter verantwoording zijn geroepen.

In 2008 is in Amerika het boek van Vincent Bugliosi verschenen, The Prosecution of George W.Bush for Murder. De schrijver is in zijn land een beroemd jurist. Het boek bereikte snel de bestsellerlijst van The New York Times maar werd in de grote media praktisch doodgezwegen. Op de beantwoording van de schuldvraag rust praktisch een taboe en zoals we hier zien, geldt dat ook voor het onderzoek naar de Nederlandse medeplichtigheid. Intussen ziekt Irak verder en blijft deze mislukking haar gevolgen hebben voor de buitenlandse politiek van het Westen. Aan militaire interventies in het Midden-Oosten, onder welke voorwaarden dan ook, beginnen we niet meer, zoals twee jaar ervaring met Syrië bewijst. En wat zal er gebeuren als Iran een kernbom maakt? Vraag het George W. Bush.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.