‘Systeem van Ben Ali is gebleven’

Twee jaar na de val van de Tunesische sterke man Ben Ali worden er in Tunesië nog steeds mensen gefolterd.

Het is nu niet erger in Tunesië dan onder sterke man Zine al-Abidine Ben Ali, zegt Radhia Nasraoui. Maar veel beter is het ook niet geworden. Nasraoui is mensenrechtenadvocaat in Tunesië. Onder Ben Ali kwam ze op voor mensen wier rechten werden geschonden; ze stelde foltering aan de kaak. Nu, twee jaar na de opstand die de val van Ben Ali meebracht, verdedigt ze nog steeds mensen die worden gefolterd.

„Deze praktijken zijn in de eerste plaats doorgegaan omdat bij politie en rechterlijke macht dezelfde mensen werken”, zegt ze in een vraaggesprek in Amsterdam. „Ben Ali is vertrokken, maar zijn systeem is gebleven. Zijn mensen zijn er nog steeds. Enkele hoge functionarissen van het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn weg, dat is waar, maar dat is absoluut niet voldoende. Er is geen hervorming geweest in het ministerie of bij de veiligheidsdiensten.

„Ik had gehoopt dat met het vertrek van Ben Ali de anti-democratische praktijken zouden verdwijnen. Maar het heeft me niet heel erg verbaasd dat dit niet is gebeurd.”

Hoe reageert de nieuwe regering op uw kritiek?

„Natuurlijk willen ze niet dat ik zulke praktijken bekend maak. Daarom heb ik nu problemen met hen. Net zoals in de tijd van Ben Ali. Ze houden me in de gaten en er is een campagne in de kranten tegen me.”

Dus er is niet veel verschil tussen Ben Ali’s partij en Ennahda, de nieuwe fundamentalistische machthebbers?

„De een is niet religieus en de ander wel. Maar hun methodes zijn niet heel verschillend. Alleen sprak men onder Ben Ali niet over politieke moorden.”

Ze doelt op de recente moord op de linkse politicus Chokri Belaïd, en, een paar maanden eerder, de dood van de eveneens seculiere politicus Lofti Nakd in Tataouine. Maar, zegt Nasraoui, wat wel echt anders is, is dat de mensen nu vrijuit spreken. „Mensen zijn niet langer bang om hun standpunten uiteen te zetten. We kunnen nu met een miljoen mensen Chokri Belaïd gaan begraven. We kunnen demonstreren, ook al proberen de autoriteiten protesten te onderdrukken. De partij die nu aan de macht is kan niet hetzelfde doen als destijds Ben Ali. Omdat het volk nu niet meer bang is. De regering heeft bijvoorbeeld geprobeerd de vrouwenrechten in te perken maar mannen en vrouwen hebben vastbesloten gereageerd en ze heeft moeten inbinden.”

Verraste de moord op Belaïd u? Of was die te verwachten temidden van de dreigementen van gewelddadige salafistische moslims en de dadeloosheid van het regime?

„Wanneer in de moskeeën wordt opgeroepen tot geweld tegen de oppositie, dan ben ik niet verbaasd. Zeker niet wanneer de autoriteiten daar niet op reageren. De eerste aanval op Belaïd had drie dagen voor zijn dood plaats. Hij werd toen beschermd door zijn vrienden; de autoriteiten deden niets.”

Waarom niet? Politie en rechters zijn misschien dezelfden als onder Ben Ali, maar de nieuwe ministers zijn wel degelijk anderen. Ze werden zelf vroeger gefolterd.

„Ja, ze hebben gevangen gezeten, ze zijn gefolterd, hun vrouwen werden lastig gevallen door de politie, en ik kwam voor hen op. Maar nu is het alsof ze dat zijn vergeten. Nu ze zelf de slachtoffers niet meer zijn. Misschien zijn ze niet tegen de huidige praktijken omdat de slachtoffers hun vijanden zijn.

„Degenen die in oktober 2012 Lofti Nakd in Tataouine doodsloegen waren leden van de Liga ter Bescherming van de Revolutie. Veel Tunesiërs vermoeden dat deze Liga een tak is van Ennahda. De daders zitten gevangen maar vooraanstaande leden van Ennahda hebben met zoveel woorden opgeroepen tot hun vrijlating. Ze noemden de daders revolutionairen die probeerden de revolutie te verdedigen. Dat is zeer ernstig.”

Denkt u dat Ennahda een soort islamitische revolutie wil zoals in 1979 in Iran?

„Natuurlijk. Natuurlijk. Ze zeggen in de Grondwetgevende Vergadering dat ze de shari’a willen als belangrijkste rechtsbron. Pas toen daartegen verzet kwam, slikten ze dat in. Maar ze willen geen melding in de grondwet van internationale conventies over mensenrechten. Toen Ben Ali hen onderdrukte, spraken ze altijd over die conventies. Nu vergeten ze alles.”

Vorige week stak een sigarettenverkoper zich in Tunis in brand. Wat is het verschil tussen nu en 2010, toen de zelfverbranding van Mohammed Bouazizi de revolutie losmaakte?

„Destijds had iedereen genoeg van het regime. Bijna zonder uitzondering, zelfs vrienden van Ben Ali. De toestand was rijp voor een revolutie. En sindsdien hebben veel mensen zich in brand gestoken. Men praat er niet meer over. Misschien is het iets gewoons geworden.”