Oudste punk van Europa met hond

Le Grand Soir. Regie: Benoît Delépine, Gustave de Kervern. Met: Benoît Poelvoorde, Albert Dupontel. In: 4 bioscopen.

Le Grand Soir is een fraaie tragikomedie over de volstrekte onmogelijkheid om nog een revolutionair gebaar van enige betekenis te maken in het huidige kapitalisme. Beddenverkoper Jean-Pierre Bonzini (Albert Dupontel) is alles kwijt: vrouw, kind, baan. Als ultieme wanhoopsdaad besluit hij zichzelf in brand te steken in de supermarkt van een kleurloos winkelcentrum. Maar voordat hij goed en wel heeft vlamgevat, springt de sprinklerinstallatie al aan en is zijn wanhoopsactie alweer uitgedoofd.

Zijn broer, die zich Not noemt (Benoît Poelvoorde), heeft het burgerbestaan al lang geleden opgegeven. Hij noemt zich „de oudste punk van Europa met een hond”. Hij leeft op straat, troggelt bakjes yoghurt en blikken bier af bij passanten in het winkelcentrum en heeft crowdsurfen als zijn enige verzetje, tijdens optredens van de legendarische Franse punkband Les Wampas; het Franse antwoord op de Ramones. Als zijn broer ook op straat komt, brengt hij hem de beginselen bij van het vrije leven, zoals hoe langzaam te lopen, als je toch alle tijd hebt.

Het regieduo Benoît Delépine en Gustave de Kervern heeft zich bekwaamd in tamelijk wezenloze humor, die soms net goed uitpakt, zoals hier, en soms net verkeerd, zoals in de zouteloze voorganger Mammuth. Le Grand Soir kent genoeg momenten die of echt geestig of echt aandoenlijk zijn, om de hier en daar zelfingenomen flauwekul op de koop toe te nemen. En de film zet aan het denken dat het eigenlijk vreemd is dat bij al het evidente haperen van het systeem er – symbolisch gezien – in dit deel van de wereld welgeteld een handjevol punkers is van een zekere leeftijd, die er niet meer tegen kan. Geestige cameo van Gérard Depardieu als helderziende die in een oosters restaurant de toekomst leest in glaasjes sake.