‘Opeens was ik mijn kindergeloof kwijt’

Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, ging twijfelen door Jezus Christ Superstar.

„De Tweede Kamer behandelt vandaag het wetsvoorstel om het verbod op Godslastering uit het wetboek van strafrecht te schrappen. Daar ben ik bij, want ik schreef dat wetsvoorstel toen ik nog Kamerlid was voor D66. Vooral in het buitenland wordt het vergrijp Godslastering aangegrepen om artiesten en films te vervolgen. We kennen de problemen met Mohammedcartoons, de film Innocence of Muslims en de gevangenisstraf voor Pussy Riot in Rusland. Als Nederland het verbod schrapt, gaat daar een belangrijk signaal van uit.

„We waren thuis niet erg religieus; we baden niet voor het eten en we hadden het vrijwel nooit over religie. Onafhankelijk van mijn ouders ontwikkelde ik vanaf ongeveer mijn negende jaar wel een soort Godsgeloof, en prevelde voor het slapengaan ook een gebed. Dat kindergeloof eindigde na het zien van de film Jesus Christ Superstar, rond mijn twaalfde.

„Eigenlijk viel het toen op zijn plek. Toen ik het personage Jezus zo zag praten en zingen, dacht ik meteen: “Ja, zo zal het toen ook wel zo’n beetje gegaan zijn.” Ik doorzag dat Jezus geen God was, hooguit een bijzondere man. En ook God was bedacht in mijn ogen.

„Misschien is het wel uit vrees voor vergelijkbare reacties als die van mij, dat er bij het uitkomen van de film in 1973 zoveel ophef over was. De film werd Godslasterlijk gevonden. Hij zou Jezus te veel als mens neerzetten. Net zo opvallend is trouwens dat ik ook mensen ken die de film juist fantastisch inspirerend voor hun geloof vinden.

„Ik vind het lied Gethsemane dat het personage Jezus zingt echt prachtig. Het lijden van de mens, de boosheid en de overgave als de dood nadert, dat snijdt door je ziel.

„ Maar niet omdat Jezus bovenmenselijk zou zijn, maar vooral door de kracht van de muziek en omdat ik weet: hij is maar een mens.”