Officiële smiley

Je kon er op wachten. Gisteren meldde Binnenlands Bestuur dat de smiley voor het eerst zou zijn opgedoken in een officieel bestuursdocument. Het ging om een antwoord van het college van Tilburg op vragen van een gemeenteraadslid over „de slechte geografische ligging” van Tilburg in deze economisch zware tijden: „overal ertussen in, we grijpen steeds net mis”.

Het college antwoordde: „Om onze slechte geografische ligging te verbeteren, kunnen we in de toekomstige structuurvisie 2040 voorstellen Tilburg 40 kilometer te verplaatsen.” Smiley

Taalkundige Marc van Oostendorp, verbonden aan het Meertens Instituut, noemde het in Binnenlands Bestuur een logische stap, bij de vervagende grens tussen officieel en niet-officieel taalgebruik. Maar was het echt de eerste keer? Brabantse bestuurders lijken al langer gek op smileys. Anita de Haas, chef redactie Tilburg van het Brabants Dagblad, meldde prompt dat de begroting van Tilburg ook al was vergeven van lachende, dan wel somber kijkende smileys. Ik belde haar op – en ze gaf me collega Fons Potters, want die ging over Vught, en had óók al zo’n verhaal. Klopt, zei Fons: „Ook de Burap 1 en de Burap 2 van Vught staan al drie jaar vol smileys.” Hij bedoelde de bestuursrapportages. Fons gaf me het nummer van de griffie van de gemeente van Vught, en ja hoor, binnen vijf minuten e-mailden ze deze buraps: met smileys. Begrotingsposten krijgen in Vught nu een opgewekt gezichtje als het goed gaat. En een boos, als de rapportage tegenvalt. Vught-verslaggever Fons Potters vond het wel handig: wist je meteen waar je extra op moest letten.

Ik belde Marc van Oostendorp toch nog maar even, om te vragen of we ons, nu het gebruik van officiële smileys al heel gewoon blijkt te zijn, geen zorgen moesten maken.

„De wet, die lijkt me er ook heel geschikt voor”, zei Van Oostendorp ernstig.

Pauze.

„Hier moet een smiley bij.”

Taalkundigenhumor. Want als ironieteken, dáár was de smiley volgens Van Oostendorp „dus echt in een gat gesprongen”. Als taalkundige had hij er verder geen mening over: taalverschijnselen gaan buiten iedere controle om, ingrijpen is zinloos, zelfs als iedereen opeens informeel wil doen in ambtelijke teksten. Kijk maar naar de nieuwe paus, zei Van Oostendorp. Zo gewoontjes als die de mensen nu toespreekt: tien jaar geleden onmogelijk. Smileys zijn bovendien van alle tijden. Erasmus tekende al poppetjes in zijn brieven. „Verbazingwekkender is dat het nu veel meer voorkomt.”

Het hek is dus van de dam. Dit biedt mogelijkheden. Denk aan bepaalde passages in het regeerakkoord: „Voor de lange termijn hebben wij het perspectief van vijf landsdelen met een gesloten huishouding en gemeenten van ten minste honderdduizend inwoners voor ogen.”

Dat dan óók voortaan met smiley, graag.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.