Muziek niet alleen voor pak en das

Hij probeert het bastion van de klassieke muziek te kraken, de jonge dirigent Yoel Gamzou. Hij kreeg gisteren een Europese cultuurprijs.

Vlak voor hij gisteren in Brussel zijn Princess Margriet Award in ontvangst nam, ondernam de jonge dirigent Yoel Gamzou (26) tijdens zijn dankwoord in een ziedend, prestissimo-tempo een furieuze aanval op de conventies en de sleur van de arrogante muziekwereld. „Wij kunstenaars hebben het contact verloren met ons publiek. Dat is niet zo stom als wij zo gemakkelijk willen geloven. Muziek is niet alleen maar geschikt voor de elite, voor een fikse prijs en alleen maar met een pak en een das. Het is communicatie in de puurste vorm voor iedereen die ervoor open wil staan.”

Gamzou, een Israëlische Amerikaan, is een bijzonder geval in de muziekwereld. Hij is in Kassel Kapellmeister en tevens adjunct-artistiek leider van het Staatstheater, waar hij ook de musical Evita dirigeerde. Hij begon in 2006 zijn eigen democratische International Mahler Orchestra, waaraan hij de 25.000 euro prijzengeld wil besteden. Hij is op YouTube te zien met zijn uiterst gedreven dirigeren en zijn hoogst expressieve uitvoeringen. Gamzou wil een nieuw elan introduceren en „diep doordringen in de waarheid achter de noten”. Een filmportret toont zijn beweeglijkheid en intensiteit. In het zeer langzaam genomen Adagio van de Vijfde symfonie van Mahler hangt zijn hemd uit de broek van zijn frak, het zweet doet zijn haren druipen.

Dat extreme en eigenzinnige heeft Gamzou gemeen met de andere winnaars van de Princess Margriet Award, het Roemeense echtpaar Dan en Lia Perjovschi (1961). Na de val van het communistische regime stichtten de beide beeldende kunstenaars met veel doorzettingsvermogen het Centrum voor moderne kunst en kunstanalyse en een Museum van Kennis. Daarmee organiseerden zij aansluiting bij de internationale kunstwereld. In tal van landen, ook in Nederland, maakten zij tentoonstellingen.

Zulke culturele bijdragen aan een opener Europa door kunstenaars en denkers die het verschil maken, worden beloond door de European Cultural Foundation. De Awards werden gisteren voor de vijfde keer door prinses Margriet uitgereikt in aanwezigheid van prinses Laurentien, die haar opvolgde als voorzitter van het ECF, en de Belgische prinses Astrid.

Na afloop wil Yoel Gamzou geen ‘boze jonge dirigent’ worden genoemd. „Boos? Daarmee kan ik mij niet identificeren. Boosheid is voor mij geen bron van energie. Ik heb een overtuiging, die volg ik. Het was geen aanval, uiteindelijk heeft de traditionele muziekwereld zóveel kwaliteiten. Er is wel een tendens om mensen, die er niet veel van weten, schuw te maken, alsof ze eerst van alles moeten leren voor ze naar een concert komen. Als musicus moet je veel weten, maar niet als luisteraar. Met mijn kennis beluister ik muziek met minder appreciatie dan een normaal iemand. Die denkt niet bij alles aan harmonieën en structuren, maar ervaart gevoelens.”

Gamzou vindt het zijn plicht om conventies uit te dagen en te twijfelen. „Ik verwerp het verleden niet, ik wil betere ideeën.” Zijn helden onder de dirigenten zijn Wilhelm Furtwängler, („mijn God”) van wie hij de Tweede symfonie gaat uitvoeren, Leonard Bernstein, Carlos Kleiber en Carlo Maria Giulini, van wie hij de laatste leerling was. Zijn Nederlandse debuut maakte hij tijdens een Nexus-conferentie in het Amsterdamse Muziektheater, met 34 leden van het Koninklijk Concertgebouworkest. Zijn grote wapenfeit is zijn eigen versie van Mahlers onvoltooide Tiende symfonie, die hij in 2011 met succes uitvoerde in de Berlijnse Philharmonie. Gamzou begon er aan op zijn zestiende, nu verschijnt die bij muziekuitgeverij Schott.