Monument hoort bij beschaving

N egenentachtig objecten, in Nederland gebouwd tussen 1959-1965, komen in aanmerking voor de status van rijksmonument. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed stelde een lijst samen. Op basis daarvan geeft de Raad voor cultuur over een half jaar een advies. Tot die tijd kan iedereen meediscussiëren. De Raad doet er goed aan rekening te houden met dat debat. Weinig cultuurgoed beroert de gemoederen zo als de architectuur. Gebouwen negeren gaat moeilijk. Niet voor niets ontstaan er al snel smalende bijnamen, als ‘kolenkit’ of ‘apenrots’. Maar de perceptie van bouwkunst blijkt met de tijd te rijpen. Na enige tijd slaat afschuw nogal eens om in erkenning. Dan heeft het gebouw zich genesteld in het collectieve bewustzijn. Of het wordt toch (h)erkend als architectonisch ijkpunt.

Het is daarom goed dat voor de lijst van mogelijke rijksmonumenten de schoonheid van een gebouw niet het enige argument is en soms zelfs helemaal niet. Het voorstel voor de beeldentuin van museum Kröller-Müller is evident. Maar het Amsterdamse Hilton (1962) staat er ook op. Of dat nou mooi is, is nog altijd aan discussie onderhevig. Maar het was ook de plek waar John Lennon en Yoko Ono nog altijd niet vergeten wereldnieuws maakten met hun bed-in en dus onmiskenbaar van historisch belang. De Zeelandbrug is een wonder van bouwkunst. Maar hij is onovertroffen als metafoor voor de strijd tegen het water en onmisbaar voor het Nederland-gevoel.

Wordt een object rijksmonument dan schept dat verplichtingen voor de eigenaar, zoals vastgelegd in de Monumentenwet. Sommige eigenaren zullen er dan ook onderuit willen komen, het beperkt immers de mogelijkheden voor exploitatie. Op de lijst staan 16 kerken voorgesteld – wordt hun status definitief dan kunnen ze minder simpel worden omgebouwd tot winkelcentrum.

Intussen wordt de status van rijksmonument ernstig ondergraven. De Rijksdienst voor Monumentenzorg zette er 33 te koop. Omdat het Rijk geen praktische bestemming voor ze heeft, wil men af van vanzelfsprekende monumenten als Naarden-Vesting. De bedoeling is dat de gemeenten inspringen of anders de Nationale Monumentenorganisatie (NMo), in oprichting. Die koopt overigens niet zomaar, die stelt eisen en vraagt een bruidsschat van het Rijk. Koopt een particulier een monument dan schaft hij ook een set verplichtingen aan. Disney kan van Naarden-Vesting geen pretpark maken. Maar de nieuwe eigenaar zal zoveel mogelijk mazen in de voorgeschriften zoeken.

Het idee achter een rijksmonument is het onmisbare belang voor het aanzicht en de geschiedenis van Nederland. Voorgenomen verkoop bij gebrek aan praktisch nut getuigt van gebrek aan beschaving.