Het schort, ‘het meest fetisjistische kledingstuk’, is op zijn retour

Een huishoudscholendag in 1965. Foto ANP / Ge van der Werff

Voor de Mode Biënnale Arnhem maakt curator Lidewij Edelkoort een tentoonstelling over het schort, ‘het meest fetisjistische kledingstuk’. Maar wel een kledingstuk op zijn retour, betoogt Joyce Roodnat. In samenwerking met de Biënnale organiseert NRC DeLUXE een ontwerpwedstrijd: maak een schort (zie hieronder).

Lidewij Edelkoort zegt ‘de schort’. ‘Het schort’, zeg ik. De schort en het schort verschillen, zoals ‘de idee’ iets heel anders is dan ‘het idee’. De schort is een filosofie. Het schort is een feit.

Denk ik aan het schort dan denk ik aan Rebel Without a Cause. Aan James Dean. Hij jankt. Hij zag zijn vader in een keukenschort en nu weet hij waarom hij zijn toekomst vreest. Zo benepen als zijn vader worden, een man in een kledingstukje dat vrouwen in de keuken dragen, néé! Dat Nooit! Dat nietige schortje is cruciaal in deze filmklassieker. Het geeft de Rebel zijn Reden om zich af te zetten tegen zijn milieu, zijn familie, zijn vader. Over zijn moeder gaat het nooit. Het schort is haar lot, pas in haar kist mag ze het afleggen. Het schort heeft een oervorm. Het is een rechthoekige lap rond buik en benen, die op de rug op zijn plaats gehouden wordt met een gestrikte band. Dat is alles. Je snapt niet dat het werkt, want het lichaam steekt er nog steeds aan alle kanten uit. Maar dat moet, want het is iets voor de mens die moet werken. Vandaar dat het armen en benen vrij laat, die moeten kunnen bewegen.

De enige aanpassing in het ontwerp is, soms, een verlenging naar boven. Dan dekt een tweede rechthoekige lap de borstkas af en nu slingert een tweede band zich rond de nek. De schouders blijven vrij, de armen ook. Zoals met alle goeie ideeën: simpel. Maar je moet er maar op komen. Misschien is het schort het eerste kledingstuk zonder noodzaak geweest. Ga maar na. Het houdt je niet warm of droog. Het stelt je niet in staat om te imponeren. Met een schort voor schoonheid, rijkdom of macht uitstralen, je kunt het vergeten.

Het doet iets heel anders, het schort houdt je schoon. Jou? Nee, dat niet eens, het gaat om je kleren! Het verlangen naar het weren van vlekken op je goeie goed, is een radicale stap in het denken over kleding. Het schort bestaat al vele honderden jaren. Kijk naar de middeleeuwse schilderingen, naar de mensenmassa’s op de feesten die de Brueghels vastlegden: man en vrouw, arm en rijk, feestganger of personeel, het merendeel draagt een schort.

Een vrouw rust lekker uit op de Amsterdamse Zeedijk, 1960.Foto Hans Buter / HHFoto Hans Buter / HH

Alleen de hoge heren en vrouwen doen het zonder. Tot niet zo heel lang geleden was het schort op de manier van Brueghel een normale dracht voor velen, voor mannen zowel als vrouwen. Ook kinderen (m/v) droegen het, de jongetjes blauw, de meisjes wit. Kijk maar naar de plaatjes bij Ot en Sien. Er deed zich wel een curieuze afsplitsing voor. Het schortje. Heet het schort een schortje, dan is het wit en besmettelijk. En het is van batist, dunne katoen of zelfs kant. Het schortje is klein, meer decoratie dan functioneel. Het is een uniform. Het bedekt altijd een vrouw, maar niet de huisvrouw, de huishoudster of de kokkin. Het schortje is iets voor een dienstmeisje, en dat draagt onder het schortje altijd zwart. Een volgende stap is een vermoeden van olala en stoutigheid. In ondeugende films en foto’s wordt de fantasie werkelijkheid.

Het schortje schreeuwt het uit: ik besta om uw begeerte op te wekken. Het schortje bedekt een blootje. Het verhult van voren, maar van achteren laat het van alles vrij, bijvoorbeeld een derrière met als vrolijk accent die strik waarmee het schortje is vastgesnoerd. In de fantasie maakt het zwart van de jurk plaats voor het biggetjesroze van de jonge-vrouwenhuid. Nog niet zo heel lang geleden kenterde er iets. Het schort voor de slager, de smid, de ober, de kok, de timmerman, bleef bestaan. Alleen ging het voorschoot heten. Een voorscho(r)t is van leer of rubber of verzwaard katoen. Voorschoten zijn stoer. En het schort voor de vrouw? Dat heette nog altijd schort.

Maar het ding zelf veranderde van betekenis. Het zette de vrouw op haar plaats en die is nederig – waarom anders hebben, om te beginnen, schorten altijd van die belachelijke prints, hetzij infantiel, hetzij spuuglelijk? Het vrouwenschort werd een onderdeur van katoen. Het ontwikkelde zich tot een metafoor voor het fatsoen van de huisvrouw. Met haar schort stond zij pal voor huiselijkheid en keuken. Voor zorgen en verzorgen. Voor moederschap. Als een moeder een schort draagt (en lang niet alle moeders doen dat meer) verstoppen veel kinderen zich tot in hun kleutertijd graag onder haar schort. Je bent één met je moeder, veilig voor die rotte wereld vol gevaar. Het kind voelt zich veilig, dicht bij die warme plek waar het ooit naar buiten werd geduwd, het koude onbekende in. Je slaat je armen om je moeders heupen, je knijpt je ogen toe en je waant je (onbewust natuurlijk, geen kind dat zoiets beseft) terug in de baarmoeder. Dichterbij het verloren paradijs kun je niet komen. Geen vader die daar tegenop kan.

Medewerkers van Lush in Amsterdam gaan met de billen bloot voor een actie om het winkelpubliek aan te moedigen om producten te kopen zonder verpakkingsmateriaal.Foto ANP / Olaf KraakFoto ANP / Olaf Kraak

Intussen bond de vrouw haar schort voor, maar eigenlijk zit zij áchter haar schort. Als er werd aangebeld deed de vrouw het schort uit. Eh… af. Eh… weg. Ze reikte achter haar rug, maakte de strik los, trok het schort van haar lichaam, maakte er een prop van. Ze wilde niet dat iemand het zag. Het schort beknot haar immers, het maakt haar dijen onzichtbaar, het verbreedt haar middel. Ze is een vrouw, maar seksualiteit hoeft niet, want ze is bezig met zorgen. Het schort bond haar vast, met die knoop op haar rug. En zo kreeg je de gekostumeerde vrouw, die zich niet schaamde voor haar schort maar het juist droeg als pièce de résistance.

Kijk naar Betty Draper, de vrouw van Don in de eerste reeks van de serie Mad Men. Betty staat voor een generatie vrouwen in de jaren vijftig en zestig. Ze worden onderhouden door hun man, ze zijn een trofee, een exquise huisdier dat niet verondersteld wordt ook maar een bankrekening te kunnen lezen. Ze gedroegen zich als maintenees. Betty Draper draagt regelmatig een schort, maar niet omdat ze kookt of de ramen lapt. Het is een pseudoschort en lijkt een variatie op een kinderjurkje. Het is schattig, met zachte kleuren en ruches. Het is hét kledingstuk voor de ideale huisvrouw (wat Betty niet is, ze gaat liever de hele tijd paardrijden. Op enig moment is ze zo onvoldaan dat ze een geweer pakt en de duiven van de buurman uit de hemel schiet. Zomaar.)

Mijn moeder droeg in de jaren zestig net zulke niemendalletjes. Ze had er een met een Mondriaanprint en een met de visgraat van Picasso. Het schort van de buurvrouw was helemaal spannend. Dat liep uit in een boezembedekkend roze hart, dat met baleinen op zijn plaats werd gehouden. Zulke schorten waren een oprisping van een tijdperk. Niemand draagt ze meer.

Eigenlijk zie je sowieso zelden meer een schort in het wild. Het schort is op zijn retour. Heeft de schort dan toekomst? Mannen dragen het, in beroepen waar een schort een zegen is. Jean Paul Gaultier zag een ober in een restaurant in een lange voorschoot en dat inspireerde hem tot de mannenrok. Vrouwen zie je er steeds minder mee en zo ja, dan uitsluitend functioneel. Het is afgelopen.

Ontwerpwedstrijd: maak een schort

In samenwerking met de Mode Biënnale Arnhem (8 juni-21 juli) organiseert NRC DeLUXE een ontwerpwedstrijd: maak een schort. Speel met materiaal, vorm en functie. Denk aan vrouwen, mannen en kinderen. NB: teken niet alleen een ontwerp, maar maak een kant en klaar genaaid schort.