Er zit wat eigeel in zijn baard

Kantoortypes // Wekelijks doet Japke-d. Bouma verslag van haar ontmoetingen met allerlei typen collega’s Deze week: de Morsige Collega Hij stinkt drie kilometer uit zijn straatje maar niemand zegt er iets van

Zijn haar is een walhalla voor ongedierte en zijn bandplooibroek loopt soms zélf naar huis. Als hij opstaat van zijn stoel, wolkt de roos van zijn schouders. Persoonlijk overleg is alleen mogelijk met een mondkapje, of op ruime armlengte afstand.

Maar liever telefonisch.

Dit is de Morsige Collega.

Stinkt drie kilometer uit zijn straatje. Rookt shag. Haalt elke ochtend iets gefrituurds uit de kantine met heel veel pindasaus erop. Is specialist op het gebied van iets complex en archaïsch. Verdient daarom evenveel als de baas. Heeft plat haar op het achterhoofd van het niet douchen. Laatst zat je per ongeluk tegenover hem bij de lunch en kreeg je geen hap door je keel omdat er een stukje drillend eigeel in zijn baard zat.

Thuis heeft hij veel citroenplanten, en een hond die precies zo ruikt als hij. Naar zijn werk draagt hij elke dag dezelfde trui van het merk Privata. Google maar even op ‘Privata-trui’, anders wordt het zo’n lang verhaal. Eén keer heb je hem in iets anders gezien, op de begrafenis van een collega. Toen droeg hij net zo’n pak als je vader op die leuke foto uit 1976.

Het opvallende: niemand zegt er iets over, hoe hij eruitziet, of hoe hij ruikt. Hij werkt er waarschijnlijk al te lang en bovendien: where to begin. Ja, de stagiair laatst. Die vroeg waarom hij van die gezondheidsschoenen heeft. Met van die riemen en gespen. Die kreeg vervolgens een tevreden verhaal over het loopcomfort.

Zelf kun je niet zo goed met de Morsige Collega. Ook door zijn meur natuurlijk, maar er is meer. Je wéét het gewoon niet zo goed met hem. Soms denk je weleens stiekem dat hij thuis een poppenverzameling heeft. Met van die hele enge, bleke, witte poppen met trouwjurkjes aan, netjes op een rijtje op zijn bed. En dat er in zijn tuin halfontklede vrouwenlijken begraven liggen, en illegaal afgedreven foetussen.

Maar dat komt natuurlijk ook een beetje doordat je écht niet snapt wat hij doet, de hele dag. Monnikenwerk. En superingewikkeld met rijen codes, excellen en reeksen die allemaal op een bepaald tijdstip uit zichzelf met elkaar moeten gaan communiceren. Maar hij stinkt te veel om je er écht in te willen verdiepen.

Toch ben je ook weleens jaloers op hem. Omdat hij alle conflicten wint omdat niemand langer dan anderhalve minuut bij hem in de buurt kan zijn. Omdat hij je met één ademstoot kan vellen.

Waar je weleens bang voor bent: dat hij een keer de infrastructuur bij je nieuwe project moet bouwen. En dat je dan samen in een werkcel moet.

Daar word je soms schreeuwend, midden in de nacht wakker van.