Een pijnlijke botsing van twee culturen

Premier Erdogan is morgen voor de tweede keer in Nederland. Met Turkije is er van oudsher een goede band, maar nu zet de kwestie rond het pleegkind Yunus het bezoek onder druk. Het is niet het eerste incident.

Den Haag. - Het had de apotheose moeten worden van de viering van 400 jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Turkije, waar beide landen het afgelopen jaar diverse festiviteiten aan wijdden. Maar het voor morgen geplande tweede bezoek van de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan aan Nederland dreigt als gevolg van de rel rond het Turks-Nederlandse pleegkind Yunus uit te lopen op een pijnlijke botsing van culturen. Aan de ene kant het soevereine en beginselvaste Nederland dat vindt dat Turkije zich niet moet bemoeien met de beslissingen van de Nederlandse jeugdzorg. En aan de andere kant het trotse en even beginselvaste Turkije dat stelt dat in Nederland woonachtige en uit huis geplaatste kinderen van Turkse ouders „worden weggerukt uit hun cultuur”.

De ophef rond de bij een lesbisch stel geplaatste Yunus speelde al enige tijd in Turkse media. Eind vorige week escaleerde de zaak op diplomatiek niveau toen vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) als plaatsvervanger van premier Rutte op de persconferentie na afloop van de ministerraad Turkse kritiek op Nederland afdeed als „volstrekt ongepast” en „aanmatigend”. Een kwalificatie die hij gisteren tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer herhaalde.

Van officiële Turkse regeringszijde is nog niet gereageerd op de harde Nederlandse woorden. Nog niet. Dat de kwestie Yunus morgen tijdens een gesprek tussen Rutte en Ergodan aan de orde komt is zeker, zo maakte Asscher duidelijk in de Tweede Kamer. „De Nederlandse regering gaat ervan uit dat na een gesprek de premier van Turkije volstrekt gerustgesteld zal zijn over de zorgvuldige manier waarop in Nederland wordt omgegaan met het tere onderwerp van de pleegzorg”, aldus Asscher.

Maar inmiddels ligt er nog een ander vuiltje: de opmerking van Erdogan vorige maand tijdens een VN-bijeenkomst in Wenen waar hij zei dat zionisme moet worden beschouwd als een misdaad tegen de menselijkheid. „Een uitspraak die niet door de beugel kan”, schreef minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) juist gisteren aan de Tweede Kamer in antwoord op schriftelijke vragen.

Wat heeft Nederland toch met Turkije? Allereerst een Turkse gemeenschap van 400.000 mensen. Maar ook een al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw door opeenvolgende regeringen uitgedragen overtuiging dat Turkije bij Europa hoort. Daarvoor gelden zowel economische als geopolitiek strategische motieven. Maar de overtuiging is, nu Turkije daadwerkelijk onderhandelt over het lidmaatschap van de Europese Unie, wat minder gemeengoed geworden, hoewel in de Nederlandse politiek nog altijd een meerderheid aarzelend en onder strenge voorwaarden voor is.

De sleutelrol die Nederland bijna tien jaar geleden speelde bij het toelaten van Turkije tot de wachtkamer van de Europese Unie heeft de diplomatieke verhoudingen tussen beide landen de jaren daarna voor een belangrijk deel in positieve zin bepaald, meent toenmalig minister Buitenlandse Zaken Ben Bot, die eind jaren tachtig ambassadeur in Turkije was.

Ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en Nederland zei Bot dat beide landen een „zeer uitzonderlijke” relatie hebben. Turkije was één van de weinige landen waarmee Nederland de band nooit heeft verbroken. „Ook niet tijdens oorlogen of wat voor ellende dan ook”.

Maar moeizaam is de relatie vooral het afgelopen decennium wel geweest. Omdat er vanuit Nederland kritiek was op het respecteren van de mensenrechten in Turkije of de behandeling van de christelijke minderheid. Midden jaren negentig was er sprake van een openlijk conflict toen het Koerdisch parlement in ballingschap in Den Haag een oprichtingsvergadering hield. Hiermee bood Nederland ruimte aan een terroristische organisatie, zei Turkije en haalde zijn ambassadeur enkele maanden lang terug.

De afgelopen jaren waren het de acties van de PVV die voor spanning zorgden. „Een islamitische aap”, noemde het Kamerlid Raymond de Roon de Turkse premier twee jaar geleden. Het leidde tot het fameuze ‘Doe-eens-normaal-man-incident’ tussen PVV-leider Wilders en premier Rutte. Eerder had Turkije geweigerd PVV-leider Wilders tot het land toe te laten als lid van een Nederlandse parlementaire delegatie. Hierop besloot de delegatie af te zien van een bezoek aan Turkije.

De angst voor gezichtsverlies speelt een cruciale rol bij de Turken, zegt Ben Bot. Zijn advies aan Nederlandse politici luidt dan ook : „Bezig in het openbaar geen taal waardoor een gesprek onmogelijk wordt, maar spreek je binnenskamers uit.”