Een missie heeft hij niet

Vandaag is president Obama voor het eerst op bezoek bij de Israëlische premier Netanyahu Het vredesproces met de Palestijnen gaat hij niet openbreken Hij zal het vooral hebben over Iran en Syrië

Het liefst zou Barack Obama „vermomd met plaksnor” in een café in Tel Aviv zitten en met gewone Israëliërs kletsen, zei de Amerikaanse president over zijn eerste staatsbezoek aan Israël, dat vandaag begint. Veel „contact met het Israëlische volk”, dat Obama zo graag wil, zit er in zijn strak geregisseerde, tweedaagse bezoek niet in. Maar zijn wens tekent de lage Amerikaanse verwachtingen vooraf: Obama is al blij als de sfeer tussen de VS en Israël verbetert. Een boodschap of missie heeft hij niet.

Bezoeken van Amerikaanse presidenten gingen eerder samen met nieuwe rondes diplomatiek verkeer en vredesoverleg: na Bill Clinton kwam het Oslo-akkoord, met George W. Bush de Annapolis-top. Amerikaanse presidenten bezoeken Israël overigens zelden – zeven van de elf vóór Obama namen niet de moeite.

Obama is niet van plan het vastgelopen vredesproces met de Palestijnen open te breken. Hij zal met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu vooral praten over het nucleaire programma van Iran en de burgeroorlog in Syrië. Verder richt Obama zich op de Israëlische bevolking, in de hoop sympathie op te wekken bij het wantrouwige publiek. Hij spreekt voor honderden studenten in Jeruzalem, maar slaat het Israëlische parlement over.

Naar de nieuwe Israëlische regering, die maandag werd ingezworen, wil Obama alleen maar „luisteren”.Bovendien zal de Amerikaanse president goede wil en vriendschap tonen door het Holocaustmuseum, het door de Verenigde Staten gesponsorde raketafweersysteem en de Dode Zeerollen die de historische joodse band met het heilige land bekrachtigen, te bezoeken.

Tijdens zijn bezoek, dat twee etmalen duurt, brengt Obama slechts enkele uren bij de Palestijnen door, in de door Israël bezette gebieden. De bezetting en de Israëlische nederzettingenpolitiek leidden in het verleden tot spanningen tussen de VS en Israël, en dat wil Obama – hoewel voorstander van een onafhankelijke Palestijnse staat – nu vermijden.

Als de Amerikaanse verwachtingen inderdaad zo laag gespannen zijn, heeft de nieuwe Israëlische regering weinig van Obama’s bezoek te vrezen. Het regeerakkoord van het zeer rechtse kabinet van Netanyahu bevat weliswaar een summiere verwijzing naar hervatting van vredesonderhandelingen, maar uit de benoeming van ultranationalistische kolonisten op cruciale posten (Huisvesting, Defensie) blijkt de ambitie van de regering: uitbreiding van de joodse nederzettingen in bezet Palestijns gebied en onder geen beding terugtrekking. Om dat te verstaan hoeft Obama niet helemaal naar Jeruzalem af te reizen.

Maar er speelt meer dan de Palestijnse kwestie. Allereerst Iran. Israël zinspeelt al jaren op een aanval op Irans nucleaire installaties, waar volgens Israël een kernbom wordt voorbereid (wat Teheran ontkent). Israël wil zo’n aanval samen met de VS uitvoeren.

Washington staat in het openbaar op dit dossier volledig achter Israël. Maar Obama gelooft dat Teheran nog kan zwichten door diplomatieke onderhandelingen en economische sancties. Obama, die geen nieuwe oorlog in deze regio wil, zal Netanyahu achter de schermen tot kalmte manen. Netanyahu zal op zijn beurt pogen Obama te bewegen tot toezeggingen over een aanval op Iran.

Wat Syrië betreft zal Netanyahu Obama vragen om (militaire) steun bij het stoppen van Syrische wapenexporten naar Israëls aartsvijand Libanon. De VS en Israël laveren beide tussen de noodzaak in te grijpen en het gevaar van verdere militaire escalatie in de regio.

Netanyahu doopte het Amerikaanse bezoek vooraf ‘Operatie Onbreekbaar Verbond’. Hij heeft baat bij positieve publiciteit, daar hij verzwakt uit de verkiezingen en de formatie is gekomen.

Ook Obama heeft binnenlandse belangen. Hij kreeg van de Republikeinen het verwijt Israël te laten vallen. Volgens een opiniepeiling voelt de meerderheid van de Amerikanen sympathie voor Israël en vinden zij dat Obama zich niet met het vredesproces moet bemoeien. Obama wijst erop dat hij circa 20 procent van Israëls defensiebudget betaalt.

In 2009 drong Obama nog aan op een bouwstop in de joodse nederzettingen. Nu valt het woord bouwstop niet. „Dat punt zijn we voorbij”, zei Obama onlangs.

Maar dat betekent niet dat de Amerikanen geen rol in de oplossing van het conflict meer willen spelen. Maar Obama neemt de tijd. Als het met de huidige leiders niet lukt, kan hij misschien de jonge Israëlische generatie overtuigen dat een Palestijnse staat ook in hun eigen belang is.