denken@nrc.nl

Waarom zijn gamers maangevoelig?

vraagt Paul Feldbrugge uit Bedum

Dat Nederland al een (te) lange tijd onder een wolkendeken zucht, blijkt in ieder geval uit de kennis van de dagelijks opkomsttijd van de maan bij Jonathan Wisler in ‘De wolk hangt over Nederland’ (nrc.next 19 maart). Hij merkt op dat de pieken van online gamen min of meer gelijk vallen met het opkomen van de maan. Nu kan het zijn dat gamers over het algemeen vrij maangevoelige mensen zijn, in ieder geval is het (nog) geen gemeengoed dat veel mensen dagelijks thuiskomen van hun werk bij opkomst van de maan, zoals hij daarna opmerkt. Hoewel de samenleving al wel aardig hiernaar op weg is. Als de gamers op elke plek van de wereld online komen als de maan opkomt, zouden ze namelijk elke dag gemiddeld iets minder dan een uur later met hun bezigheden aanvangen. Het zou in dit verband goed zijn als er meer games op de markt komen, waarbij mensen spelenderwijs verstand krijgen van wat zich aan de sterrenhemel afspeelt.

Wij zijn zelf de rotsen

zegt Jelle de Vries autochtoon en vader van twee niet-westerse allochtonen

Gemeenten kunnen wel willen stoppen met het gebruik van het woord ‘allochtoon’, nieuwe woorden zullen vanzelf die functie en connotatie overnemen. Ook het nieuwe schip (der taal) zal uiteindelijk op de rotsen (der werkelijkheid) stuklopen, aldus Ger Groot (13 maart). Van een filosoof die bekend is met het werk van zijn Amerikaanse collega Richard Rorty, verwacht men dat niet. Want laatstgenoemde zou er zeker op hebben gewezen dat wij zelf die ‘rotsen’ zijn. Er is geen buitenmenselijke autoriteit die ons dwingt tot een bepaalde woordkeuze. Onze leefomgeving prikkelt ons weliswaar tot het gebruik van taal, maar zij rechtvaardigt onze woorden niet. Dat doen we zelf. Daarom is het beter om de drang tot het juist weergeven van de werkelijkheid, te vervangen door de drang om met onze medemens consensus te bereiken. Het achterwege laten van woorden als nikker, mof of allochtoon kan daarbij helpen, en de wereld veranderen.