De Rus, het risico en het rendement

Mandolinen zongen zacht in Nicosia, zong de Zangeres Zonder Naam eenenveertig jaar geleden. Maak daar maar Balalaika’s van. En ze zongen niet voor niets.

De Franse econoom Jean Pisani-Ferry postte afgelopen zondag een interessant pamfletje, met daarop de rentetarieven van de Cypriotische vestiging van de Privatbank. Die bood depositohouders een jaar geleden nog een rente op euro’s vanaf 3 procent, oplopend tot 7 procent. De rente loopt op hoe langer het geld vast staat, en stijgt met de omvang van het deposito. Hij is het laagst voor ingezetenen, en het hoogst voor buitenlanders, met of zonder ‘offshore’-account.

Rentes tot 7 procent? Kom daar in de rest van de eurozone maar eens om. Eén procent is normaal, en pas als je je geld meer dan vijf jaar vast zet passeer je, oh mazzel, de 2 procent. Een bank die percentages biedt zoals op Cyprus moet per definitie riskant of, eh, pragmatisch te werk gaan.

Cypriotische rekeninghouders, met uitzondering van gewone inwoners die geen andere keus hebben dan hun lokale bank, zouden dit hebben moeten weten. Er is geen free lunch. En al helemaal niet tijdens de eurocrisis. Een hoge beloning veronderstelt een hoog risico.

Natuurlijk is de verontwaardiging groot als het mis gaat. Dat was in Nederland zo bij de houders van zogenoemde achtergestelde deposito’s van DSB Bank, en voor de houders van achtergestelde obligaties van SNS. Die gaven een hogere rente, maar dan ben je ook ‘achtergesteld’ bij andere schuldeisers als het mis gaat. Er zitten mensen bij die zich dat niet realiseerden. Maar een ‘zorgplicht’ geldt niet alleen voor degene die je dit adviseerde. Hij geldt ook voor jezelf.

Gewone depositohouders worden in Europa al in de watten gelegd. Middenin de financiële crisis is de overheidsgarantie op spaargeld opgetrokken van 30.000 euro naar 100.000 euro in de gehele eurozone. Namens de postbode en de onderwijzer staat de staat overal al bijna vijf jaar garant voor het handjevol mensen dat zo’n bedrag daadwerkelijk op de bank heeft staan. Het is nu nodig, maar goed voor het risicobesef is dit echt niet.

Terug naar Cyprus. Pisani van hierboven gebruikte het document over de hoge rentetarieven als een terechte herinnering dat risico en rendement twee kanten zijn van de medaille. Kun je dan van de Europese belastingbetaler vragen om minstens 30 miljard aan riant renderend Russisch buitengaats geld, al dan niet zwart, uit de wind te houden? Cyprus geen vermogensbelasting van betekenis, terwijl een Nederlandse spaarder al boven de 42.000 euro aan spaargeld keihard 1,2 procent per jaar betaalt.

Het vrijpostige regime heeft van Cyprus een eiland gemaakt waar de banksector acht maal groter is dan de economie. Dat is geen waterhoofd meer, het is een heteluchtballon. De eurozone heeft met Cyprus zijn eigen drijvende hedgefonds binnen de grenzen. President Anastasiades stuurde zijn minister van Financiën gisteren op bedelmissie naar Moskou. Hij waarschuwde gisteren dat, als de grote Russische depositohouders met een heffing worden gepakt, het eiland zijn rol als financiële vluchtheuvel verliest. Het kost best moeite om dat erg te vinden.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.