De onverklaarbare loonkloof m/v

Werkende vrouwen verdienen nog altijd beduidend minder dan werkende mannen. Ook als gecorrigeerd wordt voor type werk, werkervaring en opleiding.

Foto’s Bob van der Vlist

Een Nederlandse vrouw met een bruto jaarsalaris van 100.000 euro of hoger kan zichzelf in veel opzichten positief vergelijken met anderen. 1. Ze heeft een baan, terwijl 600.000 Nederlanders werkloos zijn. 2. Ze verdient minstens drie keer zo veel als de gemiddelde Nederlander in loondienst, die jaarlijks 31.340 euro krijgt. 3. Ze behoort tot de selecte groep van 1,8 procent van de Nederlanders met een zo hoog salaris.

Maar misschien vindt ze de groep waartoe ze behoort op het tweede gezicht wel een beetje té select. Want die 1,8 procent bestaat zelf weer voor 90 procent uit mannen. Vorige week publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over de inkomensverdeling in Nederland in 2011. Daaruit blijkt dat 145.000 mensen met een baan een ton of meer verdienen. Onder hen zijn 16.000 vrouwen. In de categorie van 400.000 euro en hoger lijkt volgens de grafieken van het CBS het aandeel vrouwen zelfs verwaarloosbaar.

De hoge salarissen worden vooral verdiend in de financiële sector en in de wereld van advocatuur en accountancy. In de bankenwereld lijkt de periode van terughoudendheid na de financiële crisis op zijn retour, en zijn de salarissen het afgelopen jaar weer gestegen. Dat bleek onlangs uit onderzoek van persbureau Reuters. Het berekende dat 35 van de grootste banken in Europa en Amerika het afgelopen jaar bij elkaar 275 miljard euro hadden uitgetrokken voor beloningen, 10 miljard meer dan het jaar ervoor. Werknemers van de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs verdienden het meest: zij kregen gemiddeld 310.000 euro.

Onbekend is of de Nederlandse veel verdienende vrouwen ook in deze sectoren werken, of dat zij bijvoorbeeld vooral medisch specialisten of onderwijsbestuurders zijn. Overigens gaan deze cijfers alleen over mensen in loondienst; de ruim 1 miljoen zelfstandigen zijn niet meegerekend.

Eerder deze maand publiceerde het CBS cijfers die nauwer ingingen op de inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen. Werkende vrouwen verdienen gemiddeld 55 procent van wat mannen verdienen. Dit komt vooral doordat zij vaker in deeltijd werken.

Als alleen voltijd werkende vrouwen met voltijd werkende mannen worden vergeleken, is het verschil veel kleiner: dan verdienen zij 80 procent van het salaris van mannen. Dit kan het CBS deels verklaren uit het wel of niet hebben van een leidinggevende functie, verschillen in werkervaring (moeders stoppen vaker enige jaren met werken om voor de kinderen te zorgen dan vaders) en opleidingsniveau. Maar na correctie voor deze factoren blijft er nog „een onverklaarbaar verschil” over van 15 procentpunt, aldus het CBS – ofwel: driekwart van het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen is niet uit te leggen.

Op de Europese ranglijst van deze beloningsverschillen – in het Engels gender pay gap genoemd – staat Nederland in de bovenste helft. In Duitsland en Oostenrijk was het verschil met ruim 20 procentpunt het grootst. Onderaan staat al jaren Italië: daar is géén inkomensverschil tussen voltijd werkende mannen en vrouwen. Het Europese bureau voor de statistiek Eurostat geeft hier geen verklaring voor. Mogelijk komt het doordat Italiaanse vrouwen vaker helemaal stoppen met werken als zij kinderen krijgen. Degenen die fulltime werken zijn dan misschien vooral alleenstaande vrouwen. Ook in Nederland is er geen verschil tussen alleenstaande mannen en vrouwen.

De gemiddelde ‘loonkloof’ tussen mannen en vrouwen in de Europese Unie was twee jaar geleden 16,2 procentpunt. De Europese Commissie heeft uitgerekend dat de Europese vrouw door dit verschil 59 dagen voor niets werkt, en riep de 59ste dag van dit jaar – 28 februari – uit tot Gelijke Beloningsdag. In 2011 viel de Gelijke Beloningsdag nog op 5 maart, vorig jaar op 2 maart. Dat lijkt te duiden op vooruitgang. Ook de Nederlandse loonkloof wordt elk jaar een beetje kleiner. In 2007 bedroeg die nog 18 procentpunt voor voltijd werkenden, nu dus 15.

Maar volgens de Europese Commissie is van vooruitgang geen sprake. Zij verklaart het verschil door de economische crisis, die vooral in mannenberoepen (de bouw, machinebouw, etc.) heeft toegeslagen. Daar zijn de lonen sterker gedaald dan in andere sectoren. „De verandering valt derhalve doorgaans niet toe te schrijven aan betere loon- en arbeidsvoorwaarden voor vrouwen”, verklaart de Commissie.

Veel verdienende vrouwen die deze gegevens teleurstellend vinden, kunnen zich nog altijd vergelijken met hun seksegenoten. Op de website Ben ik gemiddeld? van het CBS kunnen bezoekers zich op de meest uiteenlopende gebieden meten aan hun groep, van hun maandelijkse bestedingen aan schoenen tot hun inkomen. Daaruit blijkt: een veertigjarige vrouw die een ton verdient doet het ruim drie keer zo goed als de gemiddelde vrouw van veertig. Een veertigjarige man met een ton verdient nog niet eens twee keer zo veel als de gemiddelde veertigjarige man.