De grote grijns is terug op haar gezicht

Ireen Wüst kan in Sotsji vier keer goud pakken bij de WK afstanden. „Als ik zou berusten in wat ik al gewonnen heb, was ik niet meer zo hongerig.”

Wie het pre-olympische seizoen van Ireen Wüst bekijkt, zal hopen dat ze haar recente dagboeken en trainingsschema’s veilig heeft opgeborgen in een brandvrije kluis. Minder dan elf maanden voor de Olympische Spelen van Sotsji verkeert de Brabantse in de vorm van haar leven, schaatst ze de concurrentie aan gruzelementen en rijdt ze eindelijk weer baanrecords.

„Dagboeken? Die heb ik niet. Het enige wat ik heb is mijn hoofd en mijn gevoel. Die gaan mij niet meer in de steek laten”, zegt Wüst aan de vooravond van de WK afstanden in Sotsji’s fonkelnieuwe Adler Arena. „Als ik komend seizoen precies doe wat ik afgelopen jaar heb gedaan, betekent dit niet dat ik net zo hard zal schaatsen. Bovendien moet ik dan een ziekte gaan nabootsen, dat lijkt me niet prettig.”

Wüst (26) oogt ontspannen – en fitter dan ooit. De grote grijns is terug op haar gezicht, in schril contrast met de eerste weken van het schaatsseizoen. Het huilen stond haar nader dan het lachen toen ze weer eens werd geveld door de griep. Weg planning. Op de NK allround werd ze zelfs verslagen door Jorien ter Mors. Hoe goed de shorttrackster ook is – dit was nooit de bedoeling.

Maar dat was eind december. Onderweg naar haar tweede Europese allroundtitel (Heerenveen) en haar vierde wereldtitel (Hamar) bereikte ze plotseling een niveau dat ze sinds 2007 niet meer had laten zien. Op basis daarvan maakt ze de komende dagen op het olympische ijs van Sotsji een goede kans op vier keer goud: 1.000, 1.500 en 3.000 meter en de ploegachtervolging.

Natuurlijk zocht Wüst, samen met coach Gerard Kemkers en de rest van de TVM-staf, in de tussenliggende jaren naar de oorzaken van haar conditionele terugval. De hele schaatswereld was verbaasd dat een rijdster met zoveel talent al na 2007 over haar hoogtepunt heen leek. Wüst kent inmiddels het antwoord: in 2008 raakte ze overtraind, en de gevolgen daarvan duurden jaren langer dan ze had kunnen vermoeden. „Als je eenmaal over de streep bent gegaan duurt het zó lang voordat je weer terug bent.”

Zelfs een schaatsster met twee olympische titels doet er jaren over de fysieke mogelijkheden en onmogelijkheden van haar lichaam te leren kennen, weet ze nu. „Ik weet nog goed dat ik het jaar na Vancouver riep: ik voel me eindelijk weer fris. En vorig seizoen zei ik: maar nu voel ik me pas écht weer goed. Als ik me nu één dag zou voelen zoals toen, zou ik me doodschrikken.”

En destijds had ze het niet eens door, toen ze zich samen met [oud-] ploeggenote Paulien van Deutekom regelmatig diep in het rood trainde. „Het vreemde is dat je niet eens door hebt hoe ver je bent, als je er middenin zit. Paulien en ik zaten in hetzelfde schuitje. Je gaat tegen beter weten in verder. Soms ging ik zelfs nog harder trainen, omdat ik dacht: ik kom te kort.”

Die kunst maakte Wüst zichzelf inmiddels meester: weten wanneer lichamelijke vermoeidheid een natuurlijk gevolg is van een zware training, of van een structurele overbelasting. „Als ik in september mijn zwaarste trainingsperiode heb, moeten niet meteen alle alarmbellen gaan rinkelen. Een zware periode hoort erbij, je moet de grenzen opzoeken om topprestaties te kunnen leveren. Maar als je niet herstelt, een maand, twee maanden, drie maanden, dan ga je denken dat het erbij hoort. Zodra je denkt: dit is niet goed meer, ben je al te laat.”

En dan betaal je vijf jaar lang de rekening. Niet dat Wüst helemaal niet meer vooruitkwam. Ze won nog steeds wereldtitels en werd in Vancouver (2010) verrassend olympisch kampioen op de 1.500 meter. „Die medaille heb ik uit mijn tenen gehaald, op karakter”, zegt ze nu.

Intussen voelt ze zich zo sterk dat ze volgend jaar op de Spelen wil uitkomen op de 5.000 meter, nooit haar favoriete afstand. „De knop is omgegaan na de WK allround. Ik reed daar zo makkelijk dat het nog wel een paar rondjes langer had kunnen duren. Goud op de 5.000 meter sluit ik uit, maar een medaille moet tot de mogelijkheden behoren. Ja, het is toch een medaille.”

Het typeert de winnares in Wüst. „Het voelt niet alsof ik al veel heb gewonnen. Ik vergeet dat altijd, ik kijk uit naar wat ik nog wil winnen. Misschien is dat wel mijn kracht. Als ik zou berusten in wat ik allemaal gewonnen heb, zou ik niet meer zo hongerig zijn.”

Toch is er nog één titel die ze liever zou winnen dan alle andere. „Als je het nou over lijstjes en prestaties hebt: ik zou heel graag nog een keer wereldkampioen sprint worden. Op een laaglandbaan, als de omstandigheden zwaar zijn. Dan maak ik een kans. Als je dat hebt gedaan, wereldkampioen allround en sprint, dan sta je in een heel bijzonder rijtje.”

De Duitse rijdsters Karin Kania en Anni Friesinger lukte dat bij de vrouwen, de Amerikanen Eric Heiden en Shani Davis bij de mannen.

Maar eerst heeft Wüst een olympische missie in Sotsji. De helverlichte ijsbaan vindt ze „supermooi”. Wüst: „Ik liep maandag voor het eerst door die hal, en dan denk je: Thialf is toch wel echt verouderd. In die zin ben ik wel jaloers. Maar ik zou hier voor geen miljoen willen wonen. Wij zitten met ons hotel niet in een buurt waar je ’s avonds nog een blokje om gaat in je eentje. Je loopt dwars door de krottenwijken, met af en toe een kast van een huis. Bijzonder. Maar dat is Rusland.”