Cyprus leunt nu naar het oosten

Cyprus heeft ‘nee’ gezegd tegen de heffing op spaargelden. Hoort het eiland nog bij de eurozone

of moet Moskou helpen?

Cyprioten riepen politici gisteren op ‘nee’ te zeggen tegen het plan spaarders mee te laten betalen aan de redding van het eiland. Het parlement stemde massaal tegen. Foto AFP

nicosia. - Terwijl de Europese Unie de banken op het eiland overeind probeert te houden, juichen de Cyprioten op straat voor een afwijzing van die Brusselse plannen en probeert het kabinet Russische steun te krijgen.

Cyprus, cijfermatig misschien een economisch uithoekje van de EU, leunt naar het oosten. De minister van Financiën was vanochtend in het Kremlin om te praten over steun, en de Cypriotische president Nicos Anastasiades sprak met zijn Russische ambtsgenoot Vladimir Poetin. Het was „vruchtbaar en constructief”.

Brussel wil het eiland helpen met een noodpakket van 10 miljard euro. Cyprioten willen best gered worden, maar de manier waarop de eurozone dat voorstelt – zelf flink bijdragen – zien ze niet zitten. Het parlement wees de reddingspoging gisteravond af, zelfs de parlementariërs van de regeringspartij DISY onthielden zich van stemming.

Op Plateia Stylianou Lena, voor het parlement, wordt het met opluchting begroet. „Dit gaat om onze nationale trots”, zegt toeschouwer Nikos Nikolaou. Cyprioten laten zich volgens hem niet zomaar chanteren. Hij was bang zijn baan te verliezen; hij werkt op een kantoor dat Russisch geld beheert. De afhankelijkheid van de financiële sector lijkt elke mening hier te beïnvloeden.

Dat Cyprus zich nu in de armen van Rusland laat drijven is precies wat Westerse diplomaten en een deel van de Cyprioten wilden voorkomen. In plaats van het losweken van de financiële sector uit de Russische invloedsfeer, wordt de greep uit Moskou nu mogelijk juist vergroot.

Het Brusselse akkoord wordt in Nicosia niet gezien als een eenmalige bijdrage. Daartoe zeggen de meeste mensen best bereid te zijn. De vrees is dit: het is slechts het begin van het einde. De reputatie van Cyprus als financieel centrum zou dan immers zijn vernietigd, buitenlanders zouden hun geld hebben weggehaald. En dan had Cyprus nog meer steun nodig banken overeind te houden. En wie moet dát dan weer betalen?

Dat werd dan opnieuw aankloppen bij de eurozone en grotere afhankelijkheid van de regeringen in andere EU-landen, die elk hun eigen politieke belangen hebben. Ironisch misschien, maar het vertrouwen op Cyprus in het crisismanagement van de eurozone en de solidariteit van andere EU-landen is uiterst gering.

Grieks-Cyprioten hebben van nabij gevolgd wat het betekent als andere eurolanden, de ECB en het IMF beleid dicteren. Griekenland is het grote angstbeeld, hoewel de verschillen tussen beide landen groot zijn. Trojka-bemoeienis is hier synoniem met een neerwaartse spiraal van afgedwongen bezuinigingen, politieke in plaats van economische motieven. Steeds hogere leningen en diepere recessie.

De financiële problemen op Cyprus kwamen een jaar geleden in een stroomversnelling toen banken werden gedwongen Griekenland een groot deel van de schuld kwijt te schelden. Financiële instellingen op Cyprus verloren daarbij op een dag 4,5 miljard euro, een kwart van het bruto binnenlands product van bijna 18 miljard. Ze hadden in voorgaande jaren juist veel Griekse obligaties gekocht. De Griekse regering deed gisteravond een oproep aan de eurogroep om Cyprus meer tijd te geven.

Naïef hoor, die flirt met Rusland, vindt tandprothesemaker Pavlos Pamborides. Hij heeft een eigen zaak in het centrum van Nicosia vlakbij de zonegrens naar het Turkse deel van het eiland. „Oké, dus nu is het plan dat we onze gasvoorraden en ons banksysteem aan de Russen geven om te voorkomen dat we een miezerige 6,75 procent van ons spaargeld moeten betalen om ons eigen land te redden. Serieus?”

Rolandos Katsiaounis, een oudere man actief in de communistische vakbeweging, staat evenwel op de kruising voor het parlement trots te zijn. „Cyprus is het eerste land dat ‘nee’ zegt tegen de eisen van de EU en het IMF”. Een ja-stem stond volgens hem gelijk aan een terugkeer naar „de tijd dat we nog een kolonie waren” – het eiland viel tot 1960 onder Brits bestuur. Buitenlandse inmenging is een gevoelig thema, daarmee hielden de Europese ministers van Financiën onvoldoende rekening. Maar nu de omstandigheden veranderd zijn, hoeven de Russen zich daar minder om te bekommeren.