Brieven & Tweets

Een blik ambtenaren voor ‘kwaliteitsbewaking’

Goed nieuws. De minister wil een leger ambtenaren aan het werk helpen met het bedenken, testen, implementeren, evalueren, borgen en monitoren van een competentielijst voor leraren (NRC Handelsblad, 16 maart).

Briljant idee, zeker nadat we gezien hebben dat het niveau van het onderwijs aanzienlijk gestegen is na de introductie van de competentielijsten voor leerlingen.

Maar wie zorgt er straks voor deze competente ambtenaren, als het hele onderwijs dichtgetimmerd is met kwaliteitsbewakende procedures? Wat moet er straks worden van al die branchevreemde maar betrokken bestuurders, die zelf graag leraar hadden willen worden?

Gelukkig staat de volgende doelgroep alweer klaar om heropgevoed te worden: de ouders. Hoe mooi zou dat zijn: een professionele competentielijst voor ouders. Peer-review door de buren! Kees en Ada van hiernaast mogen uw opvoedkundige vorderingen volgen via de webcam. Een kwestie van ‘je kwetsbaar durven opstellen’.

En wie gaat dat bedenken, testen, implementeren, borgen en monitoren? Precies! Dan hoeven mevrouw Bussemaker en haar ambtenaren tenminste niet die dure WW in. Een win-winsituatie.

Céline Rosier

Amstelveen

Jodenhaat onder Turkse jongeren is onderbelicht

Het anti-judaïsme onder jongeren van Turkse afkomst hoeft niemand te verbazen (NRC Handelsblad, 13 maart). Al in een Amsterdams onderzoek van negen jaar geleden scoorde deze groep vergeleken met scholieren van Marokkaanse, Surinaamse en autochtone achtergrond het hoogste in afkeer van Joden (Tweede Wereldoorlog in perspectief, september 2004).

Jodenhaat onder Islamieten is een onderbelicht fenomeen dat vaak wordt afgedaan als een soort collateral damage van de strijd tussen de Palestijnen en Israël. Dat is een versimpeling van de realiteit. De Koran zet voluit aan tot haat tegen de Joden die worden vergeleken met apen en zwijnen. Jongeren met een Turkse achtergrond worden in hun haat tegen de Joden voluit gesteund door Turkse regeringsleiders.

Premier Erdogan en zijn minister van Buitenlandse Zaken laten geen gelegenheid voorbij gaan om Joden en Israël (die zij met opzet door elkaar halen) te beschuldigen van het ombrengen van kinderen in Gaza en van genocide op de Palestijnen; aantoonbare onwaarheden. Inmiddels is het leven voor Joden in Turkije moeizaam geworden. Er is veel openlijk vijandig gedrag en godsdienstoefeningen worden vaak belemmerd.

Deze week komt Erdogan naar Nederland om een bezoek te brengen aan de Islamitische Universiteit in Rotterdam. Mocht hij onverhoopt aanzetten tot haat tegen een bevolkingsgroep dan zou het lofwaardig zijn als de Nederlandse overheid hem als ongewenste vreemdeling zou uitzetten.

Ron van der Wieken

Amsterdam

Leer ze hoe het zit met de positie van de Palestijnen

Met verbazing zie ik hoe men zich inzet om de Turkse jongeren de geschiedenis en de tragedie van de Holocaust bij te brengen.

De kennis daarvan zal bij de meesten thuis afwezig zijn en zal hen dus via ons Nederlandse onderwijs bijgebracht moeten worden.

Zonder het actuele probleem van de bezetting van de Westelijke Jordaanoever aan te kaarten (en dat liefst ook met behulp van lespakketten op school!) heeft het geen zin om ze de historische betekenis van de Holocaust te willen bijbrengen.

De primaire identificatie van deze jongeren ligt immers bij het onrecht en het leed dat de Palestijnen nu wordt aangedaan. Alles wat de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog betreft, is slechts een afgeleide.

Alleen wanneer ons inlevingsvermogen en ons begrip voor het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan voldoende duidelijk over het voetlicht komen, scheppen wij de mogelijkheid voor deze jongeren om de betekenis van de Holocaust in te kunnen zien. Duidelijkheid is vereist over het verschil tussen antisemitisme en zionisme.

Zo gauw er een geaccepteerde plaats is voor de kritiek van de jongeren op het gedrag van de regering van Israël, komt er ook plaats om naar het lot van de ander, i.c. dat van het Joodse volk te kijken, en zullen de irrationele gevoelens van haat kunnen verdwijnen.

Magchiel C. Matthijsen

oud-leraar aan een Vrije School

Gepensioneerden willen meepraten over pensioen

Een uwer redacteuren is wel erg slordig als hij de stakeholders in de pensioenwereld opnoemt. Hij komt niet verder dan politici, werkgevers, en werknemers. Deze mogen zich volgens hem mengen in het debat over de bewegingen in de pensioenwereld. (NRC Handelsblad, 16 maart). Gelukkig denken het PGGM en topvrouw Else Bos daar anders over. Over een nieuwe vorm van het pensioenstelsel propageert het PGGM dat zij nadrukkelijk werkgevers, deelnemers en gepensioneerden bij de voorliggende keuzes en dilemma’s wil betrekken.

De stakeholders in de pensioenwereld zijn vooral de gepensioneerden. Die hebben een deel van hun loon aan de pensioenfondsen toevertrouwd, het zijn hun spaarcentjes die belegd worden. De gepensioneerden willen meepraten als het over bezuinigingen en nullijnen gaat.

Ad van Gennip

Boxtel

Blufpoker – van wie?

Oud-senator Erik Jurgens roept het kabinet op de oppositie in de Eerste Kamer zonodig in het gareel te dwingen door het stellen van de kabinetskwestie (NRC Handelsblad,15 maart). Immers, een door de Eerste Kamer veroorzaakte kabinetscrisis zou een welhaast onoplosbare staatkundige crisis veroorzaken. Dus kan de Eerste Kamer niet meer dan blufpoker ten beste geven.

Dat de Eerste Kamer zich het veroorzaken van een kabinetscrisis eigenlijk niet kan veroorloven, ben ik met mijn gewaardeerde oud-collega eens. Maar wie maakt zich dan schuldig aan blufpoker? Is dat niet het kabinet? Daarom wil ik aan Jurgens’ betoog toevoegen, dat het kabinet, vanwege de eigenaardige positie van de Eerste Kamer, zich wel tienmaal moet bedenken voordat het in die Kamer de vertrouwenskwestie stelt. De aard van de Eerste Kamer brengt mee, dat een kabinet het daar moet hebben van overtuigen, desnoods van onderhandelen. Maar als de kabinetskwestie wordt gesteld, plaatst dat de Eerste Kamerleden voor de onmogelijke keuze tussen zich degraderen tot stemvee dan wel het veroorzaken van een politieke crisis met onoverzienbare gevolgen.

Jurn de Vries

Oud-senator, Amersfoort

Concertzender is niet dood maar springlevend

In zijn bijdrage over de MiniDisc schrijft H. Kingma Boltjes en passant dat de Concertzender gesneuveld is (Brieven, 11 maart). Niets is minder waar: de Concertzender is springlevend! Als vrijwilligersorganisatie (170 programmamakers, technici en presentatoren) staat de Concertzender al sinds 1982 garant voor een opmerkelijke en eigenwijze programmering. Denk aan veel ruimte voor renaissance- en barokmuziek, veel authentieke jazz, muziek uit alle hoeken van de wereld, van etnische veldopnamen tot global dance sounds. Bovendien maakt de Concertzender ruim 150 eigen opnamen per jaar. Muziekstukken worden in hun geheel uitgezonden, zonder reclame. In een groot deel van Nederland is de Concertzender op kabel of digitaal te ontvangen en wereldwijd via de site van de Concertzender. Inderdaad is de zender in het verleden meerdere malen door het oog van de naald gegaan, maar er is nu een solide basis: in eerste instantie door de donateurs en daarnaast is er een mooie samenwerking met Muziekcentrum Vredenburg en zakelijk dienstverlener Conclusion.

Joost van Nierop

Stichting Concertzender, A'dam

Geef rapport aan de paus

Bij lezing van uw schokkend vervolg op het rapport-Deetman inzake het kindermisbruik in de rooms-katholieke kerk (NRC Handelsblad, 16 maart) gingen mijn gedachten terug naar de avond tevoren.

Toen werd door de tv-rubriek Nieuwsuur aan de deur van het Boekenbal aan schrijvers gevraagd welk boek zij ter lezing aan de nieuwe paus konden aanbevelen. Heel erg jammer dat niemand op het idee kwam het (vertaalde) rapport-Deetman te noemen.

P. van der Eijk

Den Haag

Gebrek aan inleving in kwestie met Yunus

Vicepremier Asscher trekt van leer tegen de Turkse regering omdat deze zich bemoeit met de opvang van de nu negenjarige Yunus (NRC Handelsblad, 16 maart). Deze was als baby weggehaald bij zijn Nederlands-Turkse ouders wegens verwaarlozing en toevertrouwd aan de zorg van een lesbisch paar. De selectie van pleegouders gebeurt volgens Asscher altijd zeer zorgvuldig. Geaardheid, sekse en religie spelen daarbij geen rol. Het gaat om de toekomst, niet de afkomst van het kind.

Het is uiteraard onaanvaardbaar dat de Turkse regering Nederlanders van Turkse origine als ‘eigen’ onderdanen beschouwt. Het inhoudelijke standpunt van Asscher getuigt echter van een misplaatst moreel superioriteitsgevoel en een gebrek aan inlevingsvermogen. Natuurlijk moeten we onze eigen liberale opvattingen niet verloochenen. Maar godsdienst en seksuele geaardheid liggen in veel culturen heel gevoelig en al helemaal als het om aanwijzing van pleegouders gaat. Daar volledig aan voorbij gaan, zoals Bureau Jeugdzorg doet, is juist zeer onzorgvuldig.

Wat zouden de reacties zijn als een kind van orthodox-christelijke of agnostische komaf in een streng islamitisch gezin werd ondergebracht? Laten we ook niet vergeten dat ons verlichte denken over pleegopvang van recente datum is. Midden jaren negentig maakte ik deel uit van de Tweede Kamerfractie van D66. In dit zeer libertijnse gezelschap ontstond een stevig debat over adoptie van kinderen door homoparen. Sommigen keerden zich daar principieel tegen. Het verschil met de huidige discussie was echter dat de bezwaren respectvol werden aangehoord en niemand verviel in arrogante tirades.

Bob van den Bos

Den Haag