Begin je eigen tuintje in de stad

Tuinieren // Stadstuintjes Trend: stadstuinieren tegen de crisis Je hoeft niet op de wachtlijst voor een moestuin en er staan genoeg panden leeg Krakers doen het al jaren, nu ook populair bij de ‘gewone stedeling’

Vervuilde grond of niet, bij kraakpand De Valreep wordt getuinierd. Om te voorkomen dat over een paar weken gifgroente geoogst wordt, staan een stuk of veertig witte bouwzakken vol schone aarde achter de oude ammoniakfabriek in Amsterdam Oost. De zakken worden stadstuinen van omwonenden die niet genoeg hebben aan alleen een balkon. Zo krijgen de stadsboeren straks hun eigen gekweekte oogst, de krakers kweken meer goodwill bij de buurt.

Krakerstuintjes zijn niet nieuw. Punkers hebben nou eenmaal een fijne neus voor alles wat nieuw, underground en doe-het-zelf is. Maar, in dit geval zijn het de buren die de tuin gaan gebruiken. ‘Gewone burgers’ dus. Bij de Valreep tuinieren ze even clandestien als de kraker zelf, maar lang niet iedereen wil stiekem tuinieren. Steeds meer stedelingen vragen de gemeente om toestemming voor een stadstuin op braakliggend terrein.

De meest logische plekken voor een groentetuin, de volkstuincomplexen, zijn namelijk al jaren vol. Wachttijden van jaren zijn niet uitzonderlijk. Ook kleinere tuintjes middenin de bebouwing zijn al snel vergeven. Toch is er dankzij de crisis plek genoeg.

Het idee van de zelfvoorzienende stad is nog ver weg, want vaak blijft het nog bij tuinieren op buurtniveau. Maar er is een aantal projecten dat de ambitie heeft op grote schaal te verbouwen en daaraan te verdienen. In Rotterdam bijvoorbeeld zit ‘Uit je eigen stad’: een akker, winkel, restaurant en loods waarin paddestoelen worden gekweekt.

Om beginnende stadsboeren te faciliteren hebben Rotterdam, Den Haag en Utrecht kaarten gemaakt van beschikbare grond. Veel van de terreinen bestaan uit braakliggende stukken die door de crisis niet worden bebouwd en waarvoor de gemeente een tijdelijke bestemming zoekt. Telde Stichting Stadslandbouw in Utrecht vorig jaar nog maar acht plekken die geschikt waren als landbouwgrond, dit jaar wees de gemeente meer dan zeventig locaties aan. De kaart maakte de gemeente vanwege de toenemende vraag naar de tuinen; sinds vorige week is er ook een pot van 140.000 euro beschikbaar voor stedelingen met groene vingers.

In Rotterdam helpt de gemeente burgers vooral zo snel mogelijk door het vergunningstraject heen te fietsen. Maar waarom? „Braakliggend terrein wordt een grote rotzooi als je er als gemeente niets mee doet”, legt ecoloog en stadsplanner Remco Daalder uit. „Zeker in kwetsbare buurten worden dat soort landjes al snel heel luguber. Maak je er moestuinen van, dan ziet het er opeens heel anders uit. Bovendien zijn buurtbewoners hele goedkope beheerders, die elkaar ook nog eens ontmoeten. Wat is er nou mooier voor een gemeente?”

Wortels en aardbeien als nieuw wapen tegen het afglijden van de buurt; Daalder noemt als voorbeeld de tuin die vorig jaar werd aangelegd in de Amsterdamse Kolenkitbuurt, een van de krachtwijken volgens oud-minister Ella Vogelaar. Het braakliggende stuk land heeft sinds vorig jaar een barbecueplaats en een door omwonenden onderhouden tuin. „Je ziet dat de buurt daar mengt. Yuppen en Turkse families komen elkaar tegen en gaan samen dingen regelen. Er ontstaat contact tussen mensen die elkaar anders misschien niet zo snel tegengekomen zouden zijn. Het is de nieuwe dorpspomp.”

Maar er zit ook een grotere beweging achter de aantrekkingskracht van de tuinen. „Het idee van grote stenen steden is volstrekt achterhaald”, zegt Daalder. „Mensen rijden niet meer alleen in het weekend naar De Veluwe om naar buiten te gaan. Mensen willen op de fiets naar hun tuin. Daar kun je als stad maar beter een voorschot op nemen als je wilt dat mensen blijven.”

Tuinblogger Mathieu Halkes van tuinenbalkon.nl is wel sceptisch. „Ik lees dat er heel veel projecten starten, maar ik vraag me af of ze tegelijk van de grond kunnen komen. Stadstuinieren wordt soms een beetje gehyped. Ik denk dat de nadruk vooral moet liggen op dat het leuk en leerzaam is om te doen.”

Volgens Halkes is het hebben van een eigen stadstuin niet te onderschatten. „Het onderhouden van een moestuin is erg leuk, maar het kost ook veel werk, tijd en aandacht. Ik verbouwde zelf tomaten. De oogst was lekker, maar klein. En het was heel veel werk. Je moet niet verwachten dat je tuintje de supermarkt vervangt.”

Bij de Valreep levert het in eerste instantie een vreemd beeld op: aan de achterkant van het pand liggen de eerste plantjes ordentelijk in hun bedjes. In de voortuin staan twee Dixi-toiletten na te meuren van het feest de avond ervoor. Maar tot nu toe werkt het. Er is een wachtlijst voor liefhebbers die ook een zak aarde op het gekraakte stuk land willen reserveren. Je kunt er niet de hele zomer van eten, maar je komt een eind met een vierkante meter zaktuin, weten de mensen die voor het tweede jaar hun mini-akkertje bewerken bij De Valreep. Eigen radijsjes, wortels, tomaten, kilo’s sugar snaps en bossen kruiden; met een beetje een goede indeling en planning is dat allemaal te oogsten uit die ene zak. Zondag is de laatste kans om een van de tuintjes die nog over zijn te bemachtigen. Anders is het wachten tot iemand zijn zak weer afstaat.