Yunus heeft niets aan een stoere Asscher

De viering van het 400-jarig bestaan van de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Turkije het afgelopen jaar, onder andere geïllustreerd door wederzijdse staatsbezoeken, is in het algemeen als succesvol bestempeld. Het bezoek dat de Turkse premier Erdogan komende donderdag aan koningin Beatrix en premier Rutte brengt, werd tot vorige week in Den Haag dan ook beschouwd als een vervolg op het succesvolle jubileumjaar.

Maar met de affaire rondom het Turks-Nederlandse pleegkind Yunus koersen Nederland en Turkije af op een harde botsing. Het waren in elk geval weinig diplomatieke bewoordingen die vicepremier Asscher (PvdA) afgelopen vrijdag als vervanger van minister-president Rutte gebruikte om de Turkse bemoeienis met het beleid van de Nederlandse instanties af te keuren. De kritiek uit Turkije was „niet gepast” en „aanmatigend” zei hij na afloop van de ministerraad.

Dat Asscher deze lijn zo duidelijk trok, lijkt op het eerste gezicht terecht. Het is niet aan andere landen zich in te laten met het beleid van de jeugdzorg in Nederland. Aan de andere kant heeft juist Nederland in de wereld natuurlijk zelf een reputatie voor zover het gaat om andere landen de maat nemen. Daar komt bij dat het pleegkind Yunus in elk geval in Turkse ogen als een landgenoot wordt beschouwd. In hoeverre dit juridisch ook zo is, is een andere zaak, maar iets meer begrip van Asscher voor de Turkse betrokkenheid was op zijn plaats geweest.

Temeer daar een moeder die voor haar kind opkomt – ook al is zij uit de ouderlijke macht gezet – van een andere orde is dan willekeurige abstracte beleidskwesties waarover landen van mening kunnen verschillen.

Een minder opgewonden, de-escalerende toon was de zaak ten goede gekomen. Nu dreigt de kwestie-Yunus op een prestigestrijd uit te lopen tussen Nederland dat opkomt voor de autonomie van ‘onze’ jeugdzorg en Turkije dat opkomt voor ‘onze’ landgenoten in het buitenland. En dat alles vanwege een kind dat als baby na ernstige verwaarlozing uit huis werd geplaatst en al negen jaar liefdevol wordt verzorgd door een Nederlands pleeggezin. Een gezin dat na alle commotie nu noodgedwongen zit ondergedoken.

Vicepremier Asscher sprak vrijdag de verwachting uit dat premier Erdogan na zijn gesprek met zijn ambtgenoot Rutte begrip zal hebben voor het Nederlandse standpunt. Dat is nu juist de vraag. Erdogan heeft al vaker laten zien dat hij in het diplomatieke verkeer de confrontatie niet schuwt.

Maar waar Yunus het minst baat bij heeft, is een robbertje vechten tussen Nederland en Turkije voor de opgewonden publieke tribune.