Tussen de puinhopen ligt een piekfijne ijsbaan

De schaatsers maakten gisteren kennis met de olympische ijsvloer van de Spelen van Sotsji, vanaf donderdag het decor van de WK afstanden.

Het is even zoeken, tussen de torenhoge hopen zand, grind en bouwmaterialen. Midden op een eindeloos braakliggend terrein vol krioelende graafmachines, tussen half afgebouwde wegen, moddermeren, stofwolken en open riolen, fonkelt de glooiende Adler Arena in het late middaglicht. Het contrast met de directe omgeving kan niet groter: binnen in het helverlichte stadion waar volgend jaar het olympische schaatstoernooi wordt gehouden, glimmen de ramen en videoschermen evenveel als de oranje stoeltjes op de tribunes. Beneden op de kraakheldere ijsvloer draaien Håvard Bøkko, Shani Davis en Jorrit Bergsma in totale ontspanning hun trainingsrondjes.

„Mijn verwachtingen over de vorderingen van de bouw rond het olympisch park waren iets te hoog”, zegt Bøkko. „Ik hoop dat ze alles op tijd klaar hebben. Maar het ijs is goed, en snel. De hal is mooi, het lijkt heel erg op de banen van Kolomna en vooral Astana.” De Noor kent zijn klassiekers: de olympische Adler Arena is net als de stadions van Kolomna (Rusland) en Astana (Kazachstan) een product van de Nederlandse ijsmeester Bertus Butter.

Ook Bergsma, die volgend jaar zijn eerste olympische toernooi hoopt te rijden, is onder de indruk van de baan. „Het ijs is goed, ik heb lekker gereden.” Hij verwacht dat de winnaar van de tien kilometer op deze baan zeker 12.50 minuten moet rijden voor het goud, misschien nog sneller.

Bergsma wil niet te lang stilstaan bij wat zich allemaal nog gaat afspelen op deze baan. „Natuurlijk is het best speciaal, voor het eerst op het olympische ijs. Maar het is gewoon weer een wedstrijd. Ik wil komend weekend ook winnen. Wereldtitels heb ik ook nog niet.”

Shani Davis wordt niet meer warm of koud van een nieuwe ijsbaan, of nieuwe Winterspelen. De Amerikaan, olympisch kampioen op de 1.000 meter in 2006 (Turijn) en 2010 (Vancouver), rijdt volgend jaar zijn derde Spelen. „Nee, het doet mij niks dat dit straks olympisch ijs is”, zegt hij na een lichte training van een uurtje. „Ik ben een oude rot, ik kom hier gewoon om te werken. Erin en eruit, mijn taak volbrengen.”

Wel is hij gevoelig voor schaatsen in Rusland: hij werd er in 2005 voor het eerst wereldkampioen allround, in 2009 wereldkampioen sprint. „Ja, ik hou van Rusland, ik schaats hier altijd goed. Misschien is dat wel de Amerikaanse Rocky IV-mentaliteit in mij”, lacht hij. „De Amerikaan die ten strijde trekt tegen de Russen en alle uitdagingen overwint.”

Buiten het stadion ploeteren de vrachtwagens voort om het olympisch park op tijd af te krijgen. Wie de puinhopen ziet kan zich moeilijk voorstellen dat hier over minder dan elf maanden een operationeel olympisch park ligt. Davis ziet het minder somber in: „Dit is gewoon werk in uitvoering. Het zal echt schitterend zijn, volgend jaar.”

Dat vindt hij het meest bijzondere aan de komende Winterspelen: alle grote stadions zitten bij elkaar in Adler, een badplaats op twintig kilometer ten zuiden van de stad Sotsji. De ene accommodatie is nog spectaculairder dan de andere: het Fisht Olympic Stadium, dat wordt gebruikt voor de openings- en sluitingsceremonie en daarna zal worden omgebouwd tot voetbalstadion voor het WK van 2018; de Bolshoi Ice Dome, waar de olympische ijshockeyfinale wordt gespeeld, het Iceberg Skating Palace, thuisbasis van de kunstrijders en de shorttrackers. „En het olympisch dorp zit pal naast al die stadions”, zegt Davis. „Beter kan het niet voor een sporter.”