Syrische oppositie vindt premier

De Syrische oppositie heeft een interimpremier gekozen. Maar van echte eenheid is nog geen sprake en zullen de rebellen hem accepteren?

De nieuwe interim-premier Ghassan Hitto (met opgeheven vuist) na zijn verkiezing gisteren. Fotot AFP

Vorige zomer waren er nog drie overgangsregeringen in aanbouw bij rivaliserende Syrische oppositiegroepen. Uiteindelijk is gisteren, driekwart jaar ruzie verder, toch overeenstemming bereikt over één interim-premier die één interim-regering moet samenstellen. Maar de de eenheid is bedrieglijk en de grote vraag is: wat stelt die regering voor?

De Syrische Nationale Coalitie, de overkoepelende oppositieorganisatie die afgelopen najaar onder internationale druk werd gevormd, koos gisteren in Istanbul de onbekende IT-manager Ghassan Hitto als interim-premier, met een uitvoerende taak onder SNC-leider Moaz al-Khatib. Aan de stemming waren enkele vergeefse pogingen voorafgegaan; de ruim zestig leden van de Coalitie konden het eerder niet eens worden over bekendere politici zoals president Assads overgelopen premier Riad Hijab. Vannacht, na 14 uur delibereren, was er ook nog geen sprake van consensus. Van de 63 leden namen er maar 48 aan de stemming deel, van wie 35 voor Hitto stemden.

Met de verkiezing van Hitto keken de voorstemmers met een schuin oog naar de Verenigde Staten, waarvan de steun van levensbelang is voor de Syrische oppositie maar die nogal aarzelend tegen haar aankijken. Hitto (1964) is in het Westen opgeleid, is Amerikaans burger en werkte in de VS voor hij zijn baan in de IT-sector opgaf en zich ging inspannen om humanitaire hulp voor de Syrische bevolking bijeen te brengen. De hoogste Amerikaanse militair, generaal Martin Dempsey, zei gisteren nog dat Washington zes maanden geleden de oppositie „onsamenhangend” vond, „en nu is ze dat nog méér”.

Hitto’s belangrijkste taken zijn een kabinet samen te stellen en met die interim-regering het bestuur over te nemen in de regio’s in Syrië, met name in het noorden en oosten, waar rebellen het bewind hebben verdreven en nu zelf een meer of minder adequaat bewind voeren. Nog voor de verkiezing beloofde de commandant van het Vrije Syrische Leger, generaal Salim Idris, voor de gelegenheid ook in Istanbul, dat zijn strijders het gezag van de interim-regering zullen accepteren. „We zullen haar als de enige wettige regering in het land beschouwen”, zei hij.

Maar hoever reikt het gezag van generaal Idris? Niet alleen is het Vrije Syrische Leger een lappendeken van ongeregelde rebellengroepen die lang niet allemaal generaal Idris als hoogste commandant accepteren. Belangrijker is de opmars van jihadistische groepen,die soms wel samenwerken in de gevechten tegen Assads regime maar niets willen weten van de politieke oppositie. Van hen is het met Al-Qaeda gelieerde Nusrafront het succesvolst.

Het feit dat Hitto tientallen jaren in het buitenland heeft gewoond, is niet alleen voor deze jihadisten onacceptabel. Veel rebellen binnen Syrië hebben laten blijken weinig respect te hebben voor politici die zich pas na het begin van de opstand bij de oppositie hebben gevoegd. „Hoe kan een burger tegen deze strijders zeggen ‘laat je wapens vallen, het is nu mijn beurt?’”, zei nota bene een vertegenwoordiger van de Coalitie, Adib Shishakly, gisteren in Istanbul tegen het persbureau AP. Het zal waarschijnlijk al moeilijk genoeg worden om een plaats binnen Syrië te vinden waar deze regering zich kan vestigen.

Westerse en Arabische landen die de oppositie steunen zullen vermoedelijk nog wel even wachten voor ze proberen de interim-regering de zetel van Assads bewind in internationale organisaties toe te bedelen. Dat zou immers de mogelijkheid afsnijden voor onderhandelingen met het regime over een politieke oplossing, waar nu de voorkeur van het Westen naar uitgaat.