Straatkat

Als iemand op de grond ligt is het makkelijk trappen. Dat doe je alleen als je wilt dat iemand niet meer op staat. Onlangs ging het bedrijf van Yves Gijrath failliet. Ik heb van dichtbij gezien wat het met je doet als Yves Gijrath je financieel en emotioneel probeert te breken. Hoe hij onder je huid kruipt en je voortdurend op je hoede moet zijn voor weer een onverwachte trap in de rug teneinde je monddood te maken.

Als we met dieren gaan vergelijken dan presenteerde Yves Gijrath zich als een gecastreerde kater

Zondagochtend liet Yves zich op de bank bij Eva Jinek in de ziel kijken. Hij had een moeilijke periode achter de rug waarin hij veel vijanden had gemaakt. Het lijntje werd steeds korter, vandaar dat hij soms om zich heen had geslagen. Hij had zich gevoeld als een acrobaat die amechtig probeerde om alle bordjes in de lucht te houden. Toen de bordjes dan eindelijk waren gevallen was als bij toverslag de echte Yves tevoorschijn gekomen.

De mens Yves Gijrath.

Een man die zich bij het faillissement in de eerste plaats bekommerde om een huilende stagiaire die bijna door toedoen van de curator – Moest dat nu zo? – twee maanden werk verloren had zien gaan.

Nu hij toch de gelegenheid had wilde hij graag zeggen dat hij zelf schuld had. Zijn handelen was voortgekomen uit grootheidswaanzin.

„We dachten dat we over water konden lopen, we geloofden in onze eigen illusies.”

Gelukkig bleven zijn vrienden hem trouw.

Badr Hari bijvoorbeeld.

De vechtsporter had hem – ondanks twee gebroken middenvoetsbeentjes – een sms gestuurd om hem sterkte te wensen bij zijn televisieoptreden.

„Focus!”

Zijn andere vriend Leon de Winter vergeleek advocaat Bram Moszkowitz laatst met ‘een Leeuwenkoning wiens macht gebroken was door de horde van mindere dieren, die alle weten dat zij nooit zoals hij over de steppe kunnen heersen en daarom de leeuw een bitter einde toewensen’.

Zo mooi kan ik het niet verwoorden, maar als we met dieren gaan vergelijken dan presenteerde Yves Gijrath zich zondagochtend als een gecastreerde kater. Door het baasje op straat gezet en nu op zoek naar een nieuw huis, knorrend en schurkend tegen elk uitgestoken been. Zelfbewust wees hij op zijn te korte staart en het stuk dat bij gevechten met andere katten uit zijn oor was gebeten. De vacht was sowieso niet meer zo glanzend als in de gloriejaren, dat wist hij zelf ook wel.

Hij had gekrabd en geblazen, maar eigenlijk was hij een hele lieve kater die niets liever deed dan de hele dag op schoot liggen.

Was het maar waar.

Een straatkat blijft een straatkat, altijd op zoek naar een volle bak voer.