Onderkoeling

Z elden was ik zo gemotiveerd voor een wielerwedstrijd als afgelopen zondag. Daags voordien begon mijn hart al sneller te kloppen. De weermannen kwamen met verontrustende voorspellingen: het zou bar en boos worden in Milaan-Sanremo. Ik voelde een opwinding waarvoor ik me tegelijkertijd een beetje geneerde. Eindelijk gerechtigheid voor de wielerliefhebber. De saaiste klassieker van het voorjaar zou er eentje worden voor in de boeken. Dus eindelijk ook gerechtigheid voor de wedstrijd zelf waarvan het verhaal doorgaans in vijftien seconden is verteld.

Zondagochtend om tien uur zocht ik een site op met een zogenoemde live-ticker. Het was inderdaad bar en boos in Milaan. Op dezelfde site een overzicht met eerder geposte Twitter-berichtjes van coureurs, sommige verluchtigd met fotootjes. Beelden geschoten door vensters van hotelkamers. Een mens zou er depressief van worden, ware het niet dat het de dag van de Primavera was. Gek genoeg kon ik uit de tekstjes niet opmaken of de renners de ernst van de situatie inzagen. Ik proefde eerder iets van berusting: we moeten er toch door, en straks hebben we gewoon een winnaar.

Een eerste schok volgde toen direct na het startschot een kopgroep van zes vertrok. Zouden we dan toch het jaarlijkse scenario voorgeschoteld krijgen van een tot en met geregisseerde koers? Hebben die coureurs misschien recentere informatie over het weer? Het zal toch niet gaan opklaren? Ik raadpleegde voor de zekerheid de internationale buienradar. Goddank, het zou nog slechter worden.

De tweede schok kwam harder aan. De beklimming van de Turchino werd geschrapt. Door sneeuwval was de pas onbegaanbaar. De meute zou in ploegbussen geladen worden en vijftig kilometer verderop gedropt voor een herstart. Een mokerslag. Milaan-Sanremo zou de boeken in gaan vanwege een pauze waarin iedereen zich op het gemak kon douchen, afdrogen en lunchen met pasta en wijn. Een massage voor de kopman zat er ook nog wel in. Weg gedroomde, nog onbekende winnaar die als man van roestvrij staal in Sanremo voor eeuwig op een sokkel zou worden gehesen.

Nog voor de televisie live beelden uitzond twitterden de coureurs massaal vanuit hun bussen. Apocalyptische teksten en fotootjes. Bloedeloze koppen, helmen met een sneeuwlaag erop. Mijn god, het was in Italië nog erger dan ik dacht. Op een paar minuten tijd verloor ik de meedogenloosheid van de oud-coureur. Daar was de identificatie, en wel verdomd, daar kwam de compassie. Ik herinnerde me de wezenloosheid van onderkoeling. Kou, echte kou kruipt in de hersenen. Op de fiets verandert een mens langzaam in een standbeeld met uiterst broze gedachten. Koude maakt gevoelloos. Niets is pijnlijker dan het ontbreken van pijn.

Ik gunde die renners hun warm gestookte bussen, al bleef ik me nog lang afvragen hoe ze met hun bevroren vingers die foutloze tweets uit de smartphones toverden.