Lichtpuntjes voor kranten VS? Vergeet de inhoud niet!

Wie zegt er dat lezers (of tv-kijkers) geen diepgravende verslaggeving willen?

Uit het jaarlijkse rapport van The Pew Research Center over de media in de VS, blijkt in elk geval het tegendeel: na jaren van kaalslag en bezuinigingen klaagt het publiek daar dat media niet genoeg kwaliteit meer bieden.

Uit een enquête van het onderzoeksinstituut blijkt dat ongeveer eenderde van de volwassen Amerikanen een nieuwsmedium vaarwel heeft gezegd uit onvrede met het afkalven van de berichtgeving. Daarbij gaat het ze meer om de dalende kwaliteit van de verhalen (61 procent) dan om de dalende kwantiteit ervan (24 procent).

Die afnemende kwaliteit zien lezers (en tv-kijkers) bijvoorbeeld in de berichtgeving over de jongste presidentsverkiezingen, volgens het rapport:

In die campagne gedroegen verslaggevers zich steeds vaker als doorgeefluik of megafoon. Veel verhalen waren niet meer dan een letterlijke weergave van uitspraken van de kandidaten, in plaats dat ze die gebruikten als uitgangspunt voor eigen journalistiek onderzoek.

Dat nieuws is breed opgepikt, zoals hier door The Huffington Post. Directeur Amy Mitchell van het Pew Research Center zelf zegt er dit over:

Wat we merken, is dat mensen wegtrekken bij nieuwsmedia die hen niet meer geven waar ze aan gewend waren. Tegelijkertijd zijn er steeds meer nieuwsmakers die directe toegang tot het publiek zoeken, buiten de media om. Die ontwikkelingen samen leiden er toe, dat nieuwsmedia zich nu niet meer zorgen maken om hun inkomsten, maar ook om hun inhoud.

Straffeloos blijven bezuinigingen, dat gaat dus niet. Als dat leidt tot hernieuwde aandacht voor de kwaliteit van journalistieke inhoud, is het pure winst.

Tot zover geldt dat voor alle media in het rapport: kranten, weekbladen, lokale en nationale radio en televisie.

Maar met name voor kranten biedt het onderzoek ook, voorzichtig, goed nieuws. Lees hier dat overzicht van de toestand van de Amerikaanse krantenwereld, onder de veelzeggende diagnostische titel “stabieler, maar nog steeds in gevaar”.

Na jarenlange misère zijn er volgens de onderzoekers nu, eindelijk, lichtpuntjes aan het einde van de tunnel. Ja, de advertentieinkomsten staan nog steeds zwaar onder druk, maar de oplagedaling is niet meer zo dramatisch als in het recente verleden (0,2 procent in 2012) en er wordt volop geëxperimenteerd met digitale manieren om nieuws rendabel te maken.

Nog niet juichen, want het beeld is gemengd. Oftewel, zoals de onderzoekers het samenvatten:

De krantenindustrie is 2013 begonnen met enkele positieve signalen, maar nog steeds onder een moeilijk economisch gesternte. In de twee belangrijkste ontwikkelingen van het afgelopen jaar – het optrekken van digitale betaalmuren en het verminderen van het aantal print-edities per week – is die curieuze mix van groei en krimp goed vervat.

Bovendien, het is zo lang zo slecht gegaan met Amerikaanse kranten dat het onderzoek de volgende, bekende blues-wijsheid aanhaalt als een motto voor het nieuwe jaar:

I been down so long, that it looks like up to me

De belangrijkste conclusies uit het complete rapport over de Amerikaanse media zijn ook mooi weergegeven in deze infographic.

Een paar van die algemene conclusies:

• De belangrijkste groeimarkt voor nieuwsorganisaties is digitaal. Geen verrassing, natuurlijk, dat zat er aan te komen. Maar 2012 lijkt wel het jaar van een keerpunt. Digitale verspreiding van nieuws is geen bijzaak meer, maar een hoofdzaak aan het worden. Ruim eenderde van de volwassen Amerikanen heeft nu een tablet, 45 procent een smartphone.

• Het optrekken van betaalmuren lijkt geaccepteerd te worden. De hamvraag was of bezoekers zouden willen betalen voor content die eenmaal gratis is aangeboden. Het succes van The New York Times, hoewel dat een atypische krant is, lijkt die vraag bevestigend te beantwoorden. Nu hebben 450 Amerikaanse kranten paywalls, een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Ook The Washington Post heeft plannen voor een betaalmuur (met gaten).

Advertentieinkomsten blijven onder druk staan; vergeleken met tien jaar geleden zijn die bijna gehalveerd. Vorig jaar daalden ze opnieuw met 1,5 miljard dollar (7,3 procvent). Dat wordt bij lange na niet goedgemaakt door inkomsten uit digitale advertenties (voor elke 16 dollar eraf in print, kwam er 1 dollar bij uit online advertenties). Kranten experimenteren nu met sponsored content, ook een van de trends van 2012. Adverteerders presenteren zich dan op een manier die vaak nauwelijks van redactionele content is te onderscheiden. Over de kansen en risico’s daarvan woedt inmiddels een intensieve discussie.

• En wat die bezuinigingen betreft: in de Amerikaanse media heeft jarenlang een keiharde krimp plaatsgevonden, met telkens nieuwe rondes noodgedwongen buy outs op redacties. De werkgelegenheid voor journalisten bij kranten is in 2011 met 24 procent gedaald. Geschat wordt dat nu nog minder dan 40.000 voltijdse journalisten bij kranten werken. Op het hoogtepunt van de journalistieke conjunctuur, in 1989, waren dat er 57.000. En ja, lezers merken dat dus, en trekken er hun conclusies uit.

Dit geldt allemaal voor Amerika (waar sociale wetenschappers zich graag op de media storten), en is natuurlijk niet zomaar één-op-één te vertalen naar de Europese, of de Nederlandse, situatie. Maar de trends vertonen wel enige overeenkomsten: een langzame stablisatie van de (daling van de) oplagen, een omslag naar betaalde digitale content, verschuivende verhoudingen tussen adverteerders en redacties.

En de lezers of bezoekers van nieuwsmedia?

We gaan ervanuit dat die ook hier vooral kwaliteit willen.

Nietwaar?