Je waant je op een andere planeet

Vrijwilligers staan in de rij: leven als op Mars, op een gesimuleerde basis in de Amerikaanse staat Utah. De deelnemers moeten bijdragen aan onderzoek. En: je mag twee minuten per drie dagen douchen, want op Mars is water schaars.

Leden van de EuroMoonMarsB-missie keren terug naar het Mars Desert Research Station (MDRS) bij het plaatsje Hanksville in de Amerikaanse staat Utah. Foto’s Reuters

Je zou het een siloachtig huisje middenin de rotswoestijn kunnen noemen, met een plantenkas en een flinke telescoop in de tuin. Maar voor de bemanning van het Mars Desert Research Station (MDRS) in de rotswoestijn van Utah is het een simulatie-Marsbasis – bij het plaatsje Hanksville – waar onderzoek gedaan wordt naar leven en werken op onze buurplaneet.

Leden van de zeskoppige bemanningen verlaten de ‘hab’ (habitat) alleen in ruimtepakken, via luchtsluizen, communiceren via radioverbindingen, en hebben het dan over ‘Extravehicular Activities’ (EVA’s), ruimtevaartjargon voor ruimtewandelingen. Ze eten gevriesdroogd eten, en mogen maar twee minuten per drie dagen douchen, want water is schaars op Mars.

„Het was een superervaring”, zegt Hans van ’t Woud, lid van MDRS-bemanning nummer 125, ook bekend als EuroMoonMarsB. Van ’t Woud, oprichter van het bedrijf BlackShore dat satellietdata categoriseert met hulp van computergames, moet nog even bijkomen van de jetlag. Maar hij is lyrisch over deze ‘once-in-a-lifetime-opportunity’.

De MDRS is de tweede Marsbasis van de Mars Society, een internationale organisatie die de mensheid het liefst zo snel mogelijk naar onze buurplaneet ziet vertrekken. Al sinds 2000 oefenen vrijwilligers zich in het Martiaanse leven op een basis op het Canadese pooleiland Devon.

In Utah herbergt de onderste verdieping van de acht meter brede cilinder een laboratorium, een douche en een wc, boven zijn een gezamenlijke leefruimte en de slaapkamertjes, met 2,5 vierkante meter behoorlijk krap. De vrijwilligers staan in de rij. „Je betaalt 500 dollar, moet bijdragen in het wetenschappelijk onderzoek, en moet normaal gesproken een lange aanmeldingsprocedure door”, zegt Van ’t Woud, die zelf gevraagd werd wegens zijn expertise met satellietdata.

Hij vergeleek satellietfoto’s met de geologische eigenschappen ter plekke, en hielp mee met geologisch onderzoek in de omgeving, dat vorige week ineens actueel werd. Toen maakte NASA analyseresultaten bekend van een boormonster van versteende klei, genomen door de Mars-wagen Curiosity. Dat liet zien dat de omstandigheden in water op Mars ooit geschikt voor leven geweest moeten zijn. Van ’t Woud: „Het analoge onderzoek op aarde, naar mineralen die zich alleen kunnen vormen in water, hebben wij daar gedaan.”

Met een handicap: lopen, klimmen, en het uithakken en bekijken van stukken steen is een stuk lastiger in het MDRS-ruimtepak. Dat is een benadering van wat je echt zou moeten dragen op Mars, met zijn extreem ijle kooldioxideatmosfeer waar het meestal meer dan 60 graden vriest. Naast een plexiglazen helm heeft het pak een eigen zuurstoftoevoersysteem (wel gewoon aangesloten op de buitenlucht) en ventilatoren om de warmte te regelen. „Zelfs even aan je neus krabben is lastig”, ervoer Van ’t Woud.

Zelfs zulke ogenschijnlijk onbeduidende ervaringen kunnen bijdragen aan toekomstige Marsreizen, verwacht hij. Het idee een toneelstuk voor ruimtefanaten op te voeren had hij dan ook niet. „Dat dacht ik van tevoren wel, maar als je eenmaal aan het werk bent, vergeet je dat. Bovendien: de woestijn in Utah is rood, de leegte is enorm, en de gesteenten hebben bizarre vormen. Ik herinner me een moment dat de zon laag stond, en ik me echt even op een andere planeet waande. Heel alien.”

Zelfs een ouder toeristenechtpaar dat de bemanning tegen het lijf liep tijdens een EVA, kon de illusie niet helemaal breken. Al moet Van ’t Woud wel toegeven dat op de laatste dag de helmen zijn afgegaan voor wat herkenbare groepsfoto’s. „Pr is ook belangrijk.”