Jaywick, van badplaats tot dorp voor de allerarmsten

Ooit was het de badplaats voor de working class. Nu typeert men Jaywick als „schokkend”. Het dorp huisvest „de armsten van de armsten” in Engeland.

De meeste woningen in Jaywick zouden elders in Europa allang onbewoond zijn verklaard. Kleine, verkrotte huisjes zijn het. Met raamkozijnen en deuren die vermolmd en afgebladderd zijn door de niet aflatende zeewind. Sommige huizen zijn dichtgetimmerd, maar, aan het licht door de kieren te zien, wel bewoond. De straten heten optimistisch Bentley Avenue en Austin Avenue, maar zitten vol diepe kuilen, hebben geen licht. En de bewoners mogen dan aan het strand wonen, een lelijke betonnen muur belemmert ieder zicht op de Noordzee.

Als de economische crisis ergens wordt gevoeld, dan is het wel hier, 90 kilometer ten noordoosten van Londen. Jaywick werd, nog voor de regering-Cameron drie jaar geleden aantrad, uitgeroepen tot het meest achtergestelde dorp van Engeland. Van de ruim 32.000 inwoners ontvangt 62 procent een uitkering, landelijk is dat gemiddeld 15 procent. Eén op de drie kinderen in de regio groeit op in een gezin waar minder dan 10.400 pond per jaar wordt verdiend.

En juist die categorieën worden volgens het Institute for Fiscal Studies hard geraakt door de bezuinigingsmaatregelen van de Britse regering. De rijkste 10 procent van de Britten zal er in 2015 7 procent in besteedbaar inkomen op zijn achteruit gegaan, de armste 10 procent bijna net zo veel. De middenklasse blijft relatief gespaard. Morgen komt de minister van Financiën, George Osborne, met nieuwe maatregelen die de Britse economie moet herstellen.

„We zitten allemaal in hetzelfde schuitje”, schampert oud-metselaar Kevin Griffiths (53). Hij doet het deftige accent van premier David Cameron na als hij het zegt. En wijst dan met een wijds armgebaar om zich heen. Naar de vergane glorie van een Engelse badplaats. De amusementshal, dicht. Het afhaalrestaurant, dicht. Het postkantoor annex supermarktje, open, maar deze ochtend vooral gebruikt om grote 2,5 liter flessen cider, bier en sigaretten in te slaan. Werk is er niet. Onkruid tiert overal welig. Weemoedig: „Als kind kwam ik hier met vakantie. Het is wel wat veranderd.”

Jaywick werd in 1928 gebouwd als badplaats voor working class Londenaren. Die er vervolgens permanent gingen wonen, en hun strandhutten uitbouwden tot woningen. Maar de gemeente weigerde de aanleg van een riool en, nadat de Watersnoodramp in 1953 ook hier levens kostte, iedere bouwvergunning. Jaywick versjofelde, verpauperde, verarmde. En trekt nu de armsten van de armsten.

Zelfs het Lagerhuislid voor Jaywick, de Conservatief Douglas Carswell, gebruikt woorden als „schokkend” en „een misère” als hij het dorp omschrijft. Hij zegt: „Een aantal van de economische maatregelen maakt de al zorgelijke situatie in Jaywick aanzienlijk zorgelijker.” Hij heeft ook geen goed woord over voor het energiebeleid van de regering. De prijzen zijn omhoog gegaan omdat duurzame energie-investeringen moeten worden bekostigd. Ook daarvan ziet hij de gevolgen: op zee een reeks windmolens, maar „ik praat in Jaywick met moeders die moeten kiezen tussen eten of verwarming. En in huizen waar hele gezinnen samen zitten. Niet om de kosten voor kinderopvang te delen, maar zodat er maar in één kamer de verwarming aan hoeft.”

Moeder en dochter Millington , kunnen er over meepraten. Als een van de weinige huizen aan de boulevard van Jaywick hebben ze kunststofraamkozijnen. Ze zijn duidelijk zelf aangelegd, isolatieschuim piept zichtbaar uit de voegen. Moeder zegt: „De energie- en waterrekening is met 40 pond per maand omhoog gegaan, mijn pensioen met 3 pond.” Ze weet niet meer waar het geld vandaan moet komen. Beiden dragen al dikke truien en jassen.

Andere bewoners komen met soortgelijke verhalen. Oud-metselaar Keith Griffith vertelt over zijn tweewekelijkse bezoek aan Iceland, de goedkoopste supermarkt in het Verenigd Koninkrijk, waar voornamelijk diepvrieseten te koop is. Hij zegt dat hij zich met zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering van 21 pond per week en 50 pond inkomenstoeslag per week niets anders kan veroorloven. Cynthia Fuller (57), die in de zorg werkt, vertelt dat ze tegenwoordig soms naar het nabijgelegen Clacton loopt voor de boodschappen. Een busritje kost bijna 5 pond.

Er is één lichtpuntje voor Jaywick, zegt Carswell. De regering besloot vorig jaar het verkrijgen van bouwvergunningen te vergemakkelijken. Tot woede van veel Britten, die een aantasting van het platteland vrezen. Maar in Jaywick is nodig, vindt Carswell: „Als het makkelijker wordt om te bouwen, komt er misschien geld in de wijk.” Bovendien: „Het strand van Jaywick is prachtig.” Hij vertelt over een ander deel van zijn kiesdistrict, waar huizen aan de boulevard voor grof geld worden verkocht, en waar wordt gekitesurft. In Jaywick is niemand op het strand te zien.