'Ik kan me goed voorstellen dat mensen zeggen, breek maar af'

Mels Crouwel (60)

Architect. Bekendste gebouw: uitbouw Stedelijk Museum ‘de bakkuip’. Maakte ook een uitbreiding voor congrescentrum RAI.

„De RAI ziet het als een eer om op de lijst te staan. Gelukkig maar, want eigenaren zijn lang niet altijd blij dat hun gebouw monument wordt. Dat brengt immers beperkingen in het gebruik met zich mee. Een probleem dat ook kerken hebben die hun functie verliezen door leegloop. Mag je er appartementencomplexen van maken?

„ Ik ben bijzonder tevreden dat de Amerikaanse ambassade van Breuer op de lijst staat. Ik herinner me de discussies die ik als Rijksbouwmeester voerde met Wim Deetman, toen burgemeester van Den Haag. Hij wilde die plek teruggeven aan de stad, zo noemde hij dat. Ik zei dan: het gaat mooi niet gebeuren. Het gaat er niet om of je dat gebouw mooi of lelijk vindt, het is goede architectuur.

„Het is goed dat de wet niet meer voorschrijft dat gebouwen ouder dan vijftig jaar moeten zijn om monument te worden. Juist na vijftien of twintig jaar zijn ze in gevaar: dan vinden mensen ze het lelijkst, rijp voor de sloop. Na een jaar of veertig komt de waardering wel weer.”

Auke van der Woud (65)

Emeritus hoogleraar architectuurgeschiedenis in Groningen. Heeft in het verleden wel gepleit voor het opschonen van de monumentenlijst.

„Al zat ik ooit in de monumentenraad, bij deze lijst heb ik geen pasklare reactie. Maar als ik een paar psychische oprispingen mag geven, dan betreur ik ten eerste dat het cultuurhistorische landschap niet tot nauwelijks is vertegenwoordigd. Naast al die gebouwen en die paar tuinen was het mooi geweest als er ook een agrarisch ensemble was gekozen dat de verkavelingen van de jaren 50-60 vertegenwoordigt. Die zijn van grote sociaal-economische betekenis geweest voor agro-industriële natie die Nederland is.

„Nog een oprisping: dat monumenten vroeger minimaal vijftig jaar oud moesten zijn, was ook om vriendjespolitiek te voorkomen. Nu die grens niet meer bestaat, zie je inderdaad een gebouw op de lijst van een architect die nog leeft, het drinkwaterleidingbedrijf in Spijkenisse, van Wim Quist. Dus in theorie zou hier sprake kunnen zijn van vriendjespolitiek. Tegelijk zeg ik: volkomen terecht dat het gebouw straks wordt beschermd.”

Wim Quist (82)

Architect. Bekend van onder meer de Schouwburg in Rotterdam. Hij is de enige nog levende architect van wie een gebouw op de lijst staat: drinkwaterbedrijf Berenplaat in Spijkenisse.

„Daar ben ik bijzonder gelukkig om. Het bevindt zich op deze lijst in goed gezelschap. Neem het Hilton Hotel in Rotterdam van Hugh Maaskant. Dat gebouw heeft een allure die blijft, maakt niet uit wat ze er van binnen mee doen. Maar ook zo’n gebouw als de aula van de TU Delft. Mensen moeten er natuurlijk wennen, maar het is steengoed. Net als die kerk in Venlo, de Nicolaaskerkvan Van der Grinten. Minder bekend, maar ook heel sterk. De kapel ervan moet je niet proberen een andere functie te geven, al loopt de kerk leeg. Zelf heb ik ook eens een kerk ontworpen, daar is eerst een kinderdagverblijf van gemaakt en is toen gesloopt. Omdat een gebouw van mij is uitgekozen, past mij bescheidenheid bij het kritiseren van andere gebouwen op de lijst. Maar als het moet... ja, dan vind ik zo’n kweekschool in Apeldoorn niet echt geslaagd, of die Paulusschool in Den Haag. Moeten die echt bewaard blijven? Maar het is onaardig om dat te zeggen he?”

Joris Molenaar (66)

Architect. Bekend gebouw: De Marquant, Breda. Gespecialiseerd in restauratie van moderne monumenten.

„Wat mij opvalt is dat er nauwelijks woningbouwcomplexen op de lijst staan. Natuurlijk, de schaal is een probleem. Maar het was wel het meest kenmerkende bouwen van die tijd. Dan verdient het toch bescherming, zou ik zeggen. Neem woningen in het Rotterdamse Pendrecht, die hadden op de lijst moeten staan. Nu staat de Pasveersloot uit Zeeland erop, een weinig opzienbarende waterzuiveringsinstallatie. Neem dan de werkhaven, even verderop. Die is prachtig, werkt nog, maar is zonder bescherming snel verdwenen.

„De consequentie van aanwijzen wat bewaard moet blijven, is dat de rest weg mag. Dat is het lastige aan dit soort lijsten. Het betekent weinig goeds voor meer traditionele architectuur uit die tijd. Want in deze lijst voert de modernistische architectuur de boventoon. Terwijl de wederopbouw eigenlijk meer traditionele architectuur kent, buiten uitgesproken moderne steden als Rotterdam, Eindhoven en Nijmegen. Hier wreekt zich waarschijnlijk de naoorlogse geschiedschrijving die het moderne overwaardeerde.”

Vincent van Rossem (62)

Hoogleraar monumenten en stedenbouwkundige vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam.

„Ik kan me goed voorstellen dat mensen van veel van deze gebouwen zeggen: breek maar af. Ze zijn ook lang niet allemaal gemaakt voor de eeuwigheid. Friedhoff en Dudok bouwden nog prachtige, kwalitatief goede gebouwen die inderdaad het bewaren waard zijn. Maar ja, die waren ook peperduur om te bouwen. Na 1959 werd er vaak enorm armoedig gebouwd en dan is een lijst van 89 lang.

„Sommige zijn het waard te bewaren, zoals het Sloterhof, een woningbouwcomplex van Johannes Berghoef. Prachtig. Wat er af mag? Nou, best veel. Neem zo’n Princesseflat van Mart Stam aan de Beethovenstraat in Amsterdam. Wie doe je nu een plezier met dat ding bewaren? Probleem bij veel van deze gebouwen is ook vaak: wat bescherm je precies? Het Hilton van Maaskant staat op de lijst. Nou, dan gaat het echt alleen om het aangezicht, want het interieur is natuurlijk al duizend keer veranderd; anders krijg je geen gasten meer. En de directie wilde trouwens onlangs nog twee extra verdiepingen erop bouwen. Daar kunnen ze dan naar fluiten.”