Hoe uw spaarvarken dubbel geplukt wordt

Je moet het geld halen waar het zit. Bij de banken. Dat was ooit de consensus onder bankrovers en revolutionairen. Overvallen en kluisroven kwamen toch voor rekening van de verzekeraars van de banken. Daar hadden klanten geen last van. Die betaalden na een tijdje hooguit mee aan extra beveiligings- en verzekeringskosten van banken. Maar hun geld was safe.

Nu dénken Europese spaarders dat hun geld tot de limiet van 100.000 euro verzekerd en veilig is. Cyprus leert anders. Spaarders lopen daar te hoop tegen de heffing op spaarsaldi om een deel van de redding te financieren van lokale banken.

Nationale staten die geen geld meer hebben om hun eigen banken te redden zijn de facto bankroet. IJsland. Griekenland. Nu Cyprus. Spanje bungelt. Doorgaans is de eerste reddingsactie niet de laatste. Hoe gaan de eurolanden dat betalen?

U betaalt. En dat doet u al geruime tijd. Op twee manieren. Economen noemen dit het tijdperk van de financiële repressie. Het kenmerk van zo’n fase na een financiële crisis is dat overheden en centrale banken alles in het werk stellen om een lage rente te regisseren. Op die manier kunnen overheden tegen onwaarschijnlijk lage rentetarieven geld lenen. Wie zekerheid voor zijn geld wil, heeft niks te kiezen. Of hij leent het tegen een lage rente direct uit aan de staat. Of hij deponeert zijn geld bij een bank. En die leent het dan weer uit aan diezelfde staat.

Hoe gaat dat in zijn werk? Centrale banken, die in naam politiek onafhankelijkheid zijn, forceren met hun beleid ongekend lage rentetarieven. Dat is het eerste pluk-ze-instrument. Centrale banken kopen bijvoorbeeld voortdurend obligaties en ander schuldpapier op de markt. De prijs van de schulden stijgt en de rente, die altijd in tegenovergestelde richting beweegt, daalt. Als gevolg van de kunstmatige vraag naar schulden is de rente lager dan zij anders zou zijn. Dat moet de economie stimuleren. Anders gezegd: het politieke verlangen naar economisch herstel en groei gaat boven een eerlijke rente voor spaarders.

Dan heeft u als spaarder nog ‘geluk’ dat de Nederlandse banken de afgelopen tien jaar de zaken uit de hand hebben laten lopen. Zij kampen nu met een tekort aan stabiel spaargeld en houden met hun permanente vraag de rente hier hoger. „De spaartarieven zijn in Nederland daardoor hoger dan in andere landen”, constateerde De Nederlandsche Bank onlangs.

Het tweede pluk-ze-instrument is onze vermogensrendementsheffing. Een paar rekenvoorbeelden. Wie met z’n tweeën 40.000 euro spaargeld heeft, geniet een volledige vrijstelling (twee maal 20.000). Wie in z’n eentje die 40.000 heeft, krijgt 20.000 vrijstelling en betaalt 1,2 procent over die andere 20.000. Bij een rente van 2,5 procent ziet het er zo uit: 1.000 euro rente, 240 euro belasting, 24 procent effectieve heffing.

Hoe meer spaargeld, hoe hoger de effectieve heffing wordt. Met z’n tweeën een ton op de bank? Dat is 2.500 euro rente en 720 euro belasting. Effectief tarief 28,8 procent. Samen twee ton? Dat geeft 5.000 euro rente en 1.920 euro belasting. Effectief tarief: 38,4 procent. Dat is ook de effectieve heffing voor wie in zijn eentje een ton spaargeld heeft. Wie in z’n eentje twee ton spaargeld bezit, betaalt een effectieve heffing van 43 procent.

Cyprus plukt spaarders als het te laat is. Hier is uw spaarvarken een ‘staatskoe’. Melken maar, is het Haagse devies.

Succes met het invullen van uw belastingformulier.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.