Gebruik onze banken eens voor iets nuttigs

De belastingbetaler bezit een groot deel van de financiële sector. Dat biedt kansen, schrijft Menno van der Veen.

De afgelopen jaren heeft de overheid steeds meer macht gekregen doordat de private sector zich terugtrekt uit risicovolle projecten. Het infrastructurele project Spoorzone Delft, dat het drukke spoornet in de stad ondertunnelt, is grotendeels in handen van de overheid terechtgekomen. Het Zuidasdok, dat de ontwikkeling aan de Amsterdamse Zuidas mogelijk maakt door de ringweg voor een deel ondergronds te maken, is een publiek project geworden. Dit was nooit de bedoeling: de overheid zou in deze projecten maar een beperkte rol spelen.

Naast deze infrastructurele projecten, is de overheid nu ook bezitter van twee van de vier grote banken. Ook dit was nooit de bedoeling, de overheid streeft in de financiële sector alleen een controlerende rol na.

Wethouders en ministers zitten helemaal niet te wachten op de verantwoordelijkheid over deze projecten of banken. Delft wilde geen grotere rol spelen in het Spoorzoneproject, de marktomstandigheden noopten ertoe. De gemeente Amsterdam wilde van de Zuidas geen publiek project maken, de marktomstandigheden dwongen dat af. De rijksoverheid wilde ABN Amro en SNS Reaal niet nationaliseren, de marktomstandigheden stelden haar voor een voldongen feit.

Deze voorbeelden brengen een zorgelijke ontwikkeling aan het licht: de overheidsmacht neemt toe, maar de overheid wil die macht niet hebben. Zorgelijk, omdat nu de vraag niet wordt gesteld wat we met dat bezit willen doen.

De overheid beschouwt zichzelf als een ad interim die publiek ingrijpt om daarop de bank of het project weer naar de markt te brengen. In de tussenliggende periode worden wellicht voor de bühne de bonussen van een paar bestuurders afgepakt, maar verder blijft alles zoals het was. Niemand weet hoelang deze tussenliggende periode zal duren, maar dat maakt kennelijk geen verschil.

Dat leidt tot curieuze situaties. Zo berichtten de media een maand geleden dat er een miljoen betaald werd voor de aanwezigheid van Roger Federer bij het ABN Amro tennistoernooi. Dit zou noodzakelijk zijn om het toernooi interessant te houden voor zakenrelaties. De vraag werd niet gesteld of een staatsbank dat geld niet beter in maatschappelijke projecten kan steken. ABN Amro, zo lijkt de redenering, is wel van de staat maar geen staatsbank. Er mag ook geen discussie gevoerd worden over de vraag hoe die staatsbank middels een staatshypotheek een bijdrage zou kunnen leveren aan het oplossen van de crisis in de woningmarkt.

De winst die ABN Amro in 2012 maakte zou bijvoorbeeld geïnvesteerd kunnen worden in leningen met lage rentepercentages voor werklozen die voor zichzelf willen beginnen. Je zou ook kunnen denken aan een ‘sociaal zorgfonds’ waar mensen tegen een laag tarief geld kunnen lenen om zorg of opvang voor hun familie te betalen en daardoor de kosten voor bijvoorbeeld kinderopvang over vijftien jaar kunnen spreiden.

Na jaren van wanbeleid in de financiële sector, is die sector nu voor een groot deel in handen van de Nederlandse bevolking. Waarom kunnen we die kans niet aangrijpen op een democratische manier de investeringen van de sector te beïnvloeden in plaats van aan de zijlijn wat te roepen nadat het kwaad al is geschied?

Menno van der Veen is jurist, publicist en filosoof