Erdogan creëert kloof met Turkse Nederlanders

Pleegkind Yunus heeft geen probleem, Turkije wel. Erdogan bemoeit zich te veel met interne Nederlandse zaken, vinden Andrée van Es en Ahmet Olgun.

Yunus, we kennen hem inmiddels allemaal, werd als baby bij een pleeggezin geplaatst, toen was gebleken dat zijn biologische ouders niet in staat waren hem een veilige, mentaal en fysiek gezonde omgeving te bieden. Yunus wordt al negen jaar liefdevol opgevangen door zijn pleegouders.

Wat het probleem is? Niets! Yunus heeft geen probleem. O ja, Yunus is van Turkse komaf en zijn pleegouders zijn toevallig twee lesbische vrouwen. En dit laatste zit Turkije en de biologische moeder niet lekker. Zij zien in de opvang van Yunus een complot tegen Turken in Europa en in het bijzonder in Nederland.

De moeder probeert al geruime tijd Yunus terug te krijgen. Zij mist haar zoon. Jeugdzorg wil in het belang van Yunus het jongetje bij zijn pleegouders laten. Er waren destijds gegronde reden voor uithuisplaatsing. De biologische moeder is inmiddels met twee oudere kinderen naar Turkije verhuisd. Sinds zij de Turkse media heeft ingeschakeld, gaat het niet meer om het welzijn van Yunus, maar om de geaardheid en de religie van de pleegouders.

Volgens autoriteiten in Ankara mogen van oorsprong Turkse kinderen niet bij pleegouders worden ondergebracht als zij niet de cultuur en religie van het kind delen. Lesbische ouders druisen in tegen de Turkse cultuur. Turkse kinderen moeten een Turkse opvoeding krijgen. De Turkse premier Erdogan, die deze week een bezoek zal brengen aan Nederland, zal deze boodschap vast en zeker nog eens herhalen.

De bemoeienis van de Turkse regering met Yunus is misplaatst. De Turkse premier doet het wel vaker, de Turkse Europeanen oproepen om vooral Turks te blijven. Daarmee begeeft Erdogan zich elke keer weer op glad ijs. Hij bemoeit zich, in dit geval, met interne aangelegenheden van Nederland. Premier Erdogan zegt zo eigenlijk dat Turkse kinderen doelbewust ‘gedeïslamiseerd’ en ‘ontturkst’ worden. Assimilatie, noemt hij dat. Daarmee creëert hij een kunstmatige kloof tussen Turkse Nederlanders en de Nederlandse samenleving. Wij zouden het ook onzinnig vinden als onze premier Rutte zich opeens op die manier zou bemoeien met de nazaten van Nederlandse immigranten in Canada of Nieuw-Zeeland.

Ook op andere terreinen verstoort Erdogan soms onze samenleving. Zijn streven om zich naast de Palestijnen te scharen in hun conflict met Israël mag op zich nobel zijn. Veel meer staatsmannen en -vrouwen doen dat. Maar in zijn felle uitlatingen maakt Erdogan vaak geen onderscheid tussen het Jodendom en de staat Israël. Zijn woorden komen via de satellietzenders vele Nederlandse huiskamers binnen.

Onlangs riep een Turks-Nederlandse puber op de televisie dat Hitler de Joden had moeten uitroeien. Deze uitspraak deed het jongetje tegen een Turks-Koerdische vrijwilliger die de holocaust tijdens de Tweede Wereldoorlog met deze jongeren probeerde te bespreken. Sommige Turkse organisaties in Nederland zien een causaal verband tussen de uitlatingen van Erdogan en het antisemitisme onder sommige Turkse jongeren. Het Inspraakorgaan voor Turken (IOT) schreef dit afgelopen week aan minister Asscher.

Erdogan is de gekozen premier van een land waarmee veel Nederlanders een innige band hebben. Dit vergroot de impact van de woorden van Erdogan en zijn regering in onze samenleving. Erdogan moet zich hier meer bewust van zijn. Als het hem werkelijk gaat om het welzijn en de toekomst van Turkse Nederlanders, doet hij er beter aan iedereen op te roepen te aarden in hun nieuwe land. Hier ligt de toekomst van hun kinderen.

Het zou de Turkse premier sieren als hij de Nederlandse Turken niet langer blijft zien als zíjn onderdanen maar net als alle Nederlanders, deelnemers aan een samenleving die zich meer en meer kenmerkt door diversiteit. Het leven met verschillen, het accepteren van de ander, het stelling nemen tegen discriminatie hoort daarbij.

En wil Turkije werkelijk positief bijdragen, laat hem dan ouders en gezinnen oproepen om zich vooral als pleeggezin op te geven. Want als er ook Turkse, Koerdische en islamitische pleegouders zijn, kunnen kinderen als Yunus opgroeien in een omgeving dichtbij hun cultuur en religie. Ook de Turkse premier moet beseffen dat wij een kind niet aan zijn lot kunnen overlaten omdat er even geen Turkse of islamitische pleegouders voorhanden zijn.

Onze vicepremier Asscher had een goed punt toen hij zei dat pleegouders onze steun en waardering verdienen. En een stevig statement tegen antisemitisme zou ook welkom zijn, deze week.

Andrée van Es is wethouder voor GroenLinks in Amsterdam. Ahmet Olgun is raadslid voor de PvdA in Amsterdam.