Column

Dure profiteurs en goedkope betalers

Nu de zorg steeds duurder wordt, onderzoekt de overheid hoe ze ons gezonder kan maken. Vorige week verschenen er twee rapporten over ‘leefstijlpreventie’: van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg en van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid. Afgelopen dinsdag verschenen er twee rapporten over, van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) en van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG). Het eerste kreeg in de media enige aandacht, het tweede niet – ten onrechte.

Het RVZ-rapport pleit onder andere voor ‘leefstijldifferentiatie’: mensen met een gezonde leefstijl krijgen korting op hun zorgpremie. Ter controle stelt de RVZ een jaarlijkse conditietest voor. Ik snap wel dat dit rapport in de media de meeste aandacht kreeg: het spreekt tot de verbeelding. Stel je de grootschalige piepjestesten eens voor, speciaal traumatisch voor mensen die als laatste werden gekozen met gym.

Het rapport van het CEG is veel interessanter. Veel aannames van de RVZ worden door het CEG onderuitgehaald of ten minste geproblematiseerd. Zo is het RVZ-rapport gebaseerd op de veronderstelling dat de solidariteit in de zorg onder druk staat, wat je volgens het CEG moeilijk kunt meten. Bovendien is het de vraag of de aanname van de RVZ geen zichzelf versterkend effect heeft. Als je aanwijst wie profiteert van wie, kan dit de solidariteit nog verder ondermijnen. Waarom zou je willen betalen voor mensen van wie wordt aangenomen dat ze hun kwalen aan zichzelf te danken hebben?

Bovendien zet het CEG vraagtekens bij de empirie achter de RVZ-voorstellen. Kosten ongezonde mensen inderdaad meer dan gezonde? Hiervoor is geen bewijs. Er zijn zelfs wetenschappers die stellen dat gezonde mensen méér kosten, omdat ze langer leven. Over dit punt werd in de media (bijna) niet gerept. En dat terwijl het cruciaal is: de stijgende zorgkosten zijn immers de reden dat het debat over leefstijlen nu wordt gevoerd.

Je zou nu kunnen argumenteren dat het je niet gaat om de kosten van de zorg, maar om de gezondheid van mensen. Maar dan is een andere empirische vraag van belang, namelijk of leefstijldifferentiatie effect heeft. Ook daarop heeft het CEG geen eenduidig antwoord. Er is simpelweg te weinig onderzoek gedaan naar prikkels in de zorg. Het CEG vermoedt, op basis van de gegevens die er nu zijn, dat hogere accijnzen op ‘slechte’ producten effectiever zijn dan differentiatie in de zorgverzekering.

Kortom, het RVZ-rapport loopt op de feiten vooruit. Het heeft geen zin om te discussiëren over straffen of belonen voordat duidelijk is of het nodig is en of het effect heeft. Ik raad iedereen aan, vooral de politici die hierover beslissen, het CEG-rapport te lezen. Dat toont dat de zorg niet gereduceerd kan worden tot een systeem van dure profiteurs versus goedkope betalers. De werkelijkheid is weer eens saaier en complexer.

Floor Rusman is redacteur en columnist van nrc.next.