DNB creëert democratische nachtmerrie

Volgens De Nederlandsche Bank vraagt de EU om meer eenwording en minder democratie. Een eerlijk verhaal, maar wel gevaarlijk, schrijft Ewald Engelen.

Vorige maand draaide het kabinet nog om de hete federatiebrij heen. Timmermans gispte in zijn Staat van de Unie Van Rompuy vanwege zijn vergezichten en benadrukte dat het oplossen van de Eurocrisis lastig genoeg was: „Wij moeten nu niet verder willen springen dan onze polsstok lang is.”

Het gevolg was dat een serieus debat over de toekomst van Europa niet van de grond kwam. Timmermans verschool zich achter pragmatisme en liet zich niet verleiden tot uitspraken over de stappen die momenteel in Brussel worden voorbereid om de Eurozone te transformeren in een begrotingsunie, waar nationale parlementen nauwelijks nog zeggenschap hebben over macro-economisch beleid. Het Kamerdebat over Timmermans’ Staat van de Unie liet daardoor een laffe smaak achter.

Gelukkig ligt er nu het vergezicht van De Nederlandsche Bank, dat geen misverstand laat bestaan over richting, tempo en noodzaak van een politieke unie binnen de eurozone. In tien pagina’s beschrijft DNB in haar vorige week verschenen jaarverslag waar het heen moet. En anders dan het kabinet spreekt DNB niet met meel in de mond maar stelt zij in klare taal dat de Eurozone alleen duurzaam kan overleven als het een Verenigde Staten van Europa wordt.

Om dat te illustreren houdt DNB ons de VS als lichtend voorbeeld voor. Niet alleen hebben de VS de bancaire crisis sneller en beter verwerkt dan de Eurozone, in de VS heeft de crisis evenmin tot twijfels bij beleggers geleid over de integriteit van de dollar. Waarom niet?

Vergeleken met de VS zijn de voornaamste weeffouten in de eurozone, aldus DNB, de afwezigheid van centraal bankentoezicht en het ontbreken van gecoördineerd begrotingsbeleid. Het eerste heeft geleid tot symbiotische relaties tussen staten en banken, waardoor beide elkaar in de crisis aan de haren naar beneden konden trekken. Het tweede heeft geleid tot onhoudbare macroeconomische verschillen tussen lidstaten, die uiteindelijk de euro dreigden op te blazen.

Vergaande oplossingen

Voor het eerste probleem stelt DNB in navolging van de VS een bankenunie voor, met centraal bankentoezicht, een centraal afwikkelingsregime voor failliete banken, een resolutiefonds voor eventuele herkapitalisatie en als sluitstuk een gezamenlijk depositogarantiestelsel.

Hoewel in lijn met bestaande plannen, verbaast het gemak waarmee DNB over de herverdelingsimplicaties heen stapt. Met een Europees resolutiefonds en depositogarantiestelsel worden u en ik namelijk financieel verantwoordelijk voor de verliezen van Spaanse en Cypriotische banken. Mag nodig zijn, maar het zet wel een kapitaalstroom van Noord naar Zuid in gang. Is dat aan de kiezers voorgelegd? Is daar democratisch draagvlak voor? DNB stelt de vraag niet eens.

Bovendien is het de vraag of ontbreken van een bankenunie het voornaamste verschil tussen de VS en de eurozone is. Zijn de bancaire problemen in de eurozone niet vooral veroorzaakt door hun omvang? Vier tot vijf keer bruto binnenlands product (bbp) in Nederland en Groot-Brittannië, tegen een keer in de VS? En is DNB daar, met al te genereus toezicht, niet medeschuldig aan geweest?

Het tweede probleem vereist, aldus DNB, ofwel een veel hoger gezamenlijk eurobudget ofwel eurobonds. Net als in de VS zou dit asymmetrische schokken kunnen opvangen in de vorm van herverdeling van rijke naar arme lidstaten of van arbeidsmigratie van arme naar rijke. DNB constateert echter dat dit in de VS wel geaccepteerd wordt omdat „de VS veel meer dan de eurozone een natiestaat” zijn.

Erger is, aldus DNB, dat zo’n federale buffer „de prikkel voor hervormingen” zou wegnemen. Zo’n buffer kan dus pas werken als de lidstaten hun economieën afdoende hebben hervormd. En DNB laat er geen misverstand over bestaan voorstander te zijn van arbeidsmarkten geschoeid op Amerikaanse leest. Dat vereist, aldus DNB, „verdergaande politieke integratie, waarin niet alleen risico’s worden gedeeld maar ook soevereiniteit wordt overgedragen”.

Technocratische utopie

DNB geeft vervolgens aan blij te zijn met de verscherping van de Europese begrotingsafspraken, steunt het dwingende karakter van ingrepen in nationale begrotingen en onderschrijft de plannen van Van Rompuy voor verdergaande begrotingscoördinatie.

Toch is DNB niet helemaal gelukkig. De begrotingscontracten van Van Rompuy gaan in haar ogen niet te ver, zoals Timmermans bij Buitenhof zei, maar gaan niet ver genoeg! Zolang politici het voor het zeggen hebben, blijven landen kwetsbaar voor twijfels over de houdbaarheid van hun schulden en zullen zij dus met een risico-opslag geconfronteerd worden. In de natte droom van DNB zou – en nu komt het – „de besluitvorming in alle stadia van de procedure politiek-onafhankelijker” moeten worden gemaakt. Ik herhaal het nog maar eens: politiek-onafhankelijker!

Wat DNB hier met zoveel woorden zegt, is dat een muntunie niet alleen onverenigbaar is met nationale soevereiniteit maar ook met democratische politiek. Alleen bestuur door ongekozen technocraten zou de Amerikanisering van Europese arbeidsmarkten kunnen afdwingen die noodzakelijk is om de Europese Monetaire Unie levensvatbaar te maken.

Vergeleken met de mist die het kabinet optrekt, verdient DNB lof voor haar openhartige schets van wat monetaire unie vereist. Haar technocratische utopie is echter een democratische nachtmerrie. Is een monetaire unie ons dat waard?