Die jongens zijn geen uitzondering

De tv-uitzending over antisemitisme onder Turkse jongeren leidde tot heftige reacties. Drie visies op antisemitisme in Nederland.

Ze gaan door merg en been, de heftige antisemitische uitspraken van enkele jongeren in het veelbesproken NTR-programma Onbevoegd Gezag. Zo zijn de jongens eigenlijk wel tevreden met wat Hitler met de Joden heeft gedaan, „want kijk maar wat de Joden doen in Gaza”. In de uitzending worden de vrijwilligersactiviteiten geportretteerd van wetenschapper Mehmet Sahin in de wijk ’t Broek in Arnhem. Antisemitisme is naar zijn oordeel een erg groot probleem in de wijk.

De beroering rond de bevindingen van Sahin werd pas echt groot, toen bleek dat hij met zijn gezin als gevolg van de uitzending zijn woning had verlaten uit angst voor bedreigingen en geweld. Vervolgens werd de Arnhemse wijk wereldnieuws, toen het Simon Wiesenthal Center uit Californië zijn zorgen uitte over de uitspraken van de geïnterviewde jongeren. Ten slotte debatteerde Tweede Kamer afgelopen donderdag over antisemitisme in Nederland, naar aanleiding van alle ophef. Minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher zei geen pasklare oplossingen te hebben voor het antisemitisme, en wil onderzoeken naar aard en omvang van het antisemitisme onder jongeren afwachten voor hij verdere maatregelen neemt.

De vraag is of we te maken hebben met een incident of met het topje van een ijsberg. Woedt er een antisemitische veenbrand in Nederland of hebben we te maken met kinderen die niet goed beseffen wat ze zeggen?

Antisemitisme is geen meetbare grootheid en dus is het erg moeilijk eenduidige uitspraken te doen over de omvang ervan. Daarmee is echter niet alles gezegd. In zijn uitingen kunnen we antisemitisme waarnemen en registreren. Ook dat gaat gepaard met een hoop methodologisch gedoe en veel beperkingen, maar met inachtneming daarvan leveren dergelijke onderzoeken waardevolle inzichten op.

Volgende week wordt door het Verwey-Jonker Instituut een onderzoek gepubliceerd, dat in opdracht van de Anne Frank Stichting is verricht naar antisemitisme, racisme en extreemrechts geweld in Nederland in 2010 en 2011. Het onderzoek betreft onder andere de door de politie geregistreerde incidenten met een antisemitische achtergrond. Het aantal incidenten (zoals mishandeling en het bekladden van synagogen) is toegenomen van 19 in 2010 naar 30 in 2011. Incidenten waarbij wordt gescholden met een antisemitische intentie blijven min of meer constant (1.173 in 2010, 1.098 in 2011). In beide categorieën valt de jonge leeftijd van de, meestal mannelijke, daders op. Eenderde van de daders is tussen de 15 en 19 jaar oud. Het beeld komt in grote lijnen overeen met wat het Centrum Informatie en Documentatie Israël ten aanzien van antisemitische incidenten in deze periode meldt in zijn monitor, die een wat andere opzet heeft.

Is er reden voor zorg? Ja, die is er. De constatering van Mehmet Sahin, dat antisemitisme een erg groot probleem is in zijn wijk, staat niet op zichzelf. Het is een geluid dat wij met enige regelmaat horen van docenten, vrijwilligers en jongerenwerkers uit gemeenschappen met een moslimachtergrond (ik gebruik de term gemeenschap in het besef van de verscheidenheid). Daarbij duikt iedere keer het Israëlisch-Palestijns conflict op en het onvermogen om dat conflict te scheiden van oordelen over Joden in het algemeen.

Is er ook sprake van antisemitisme met een andere, autochtone achtergrond? Ja, ook daarover krijgen wij signalen uit het onderwijs. Klassieke antisemitische vooroordelen, dat Joden rijk zijn en de wereld bestieren, komen daarbij ook naar boven.

Wat we kunnen doen om het gif van het antisemitisme te bestrijden? Laat ik beginnen met het temperen van de verwachtingen. Morele wasmachines bestaan niet, hoe graag we dat ook zouden willen. Bezoeken aan het Anne Frank Huis of Auschwitz zijn waardevol, zeker als onderdeel van een bredere aanpak, maar leveren niet meteen een stapeltje keurig gewassen en gestreken normen en waarden op. Het zal een blijvende inspanning van vele partijen vergen. Dus niet alleen in de weken na een schokkende televisie-uitzending, maar ook in al die weken en maanden waarin er zogenaamd niets gebeurt.

In Arnhem woonde voor de oorlog een grote Joodse gemeenschap. Die is tijdens de oorlog goeddeels weggevaagd. In de schaduw van die geschiedenis ontwikkelen we gezamenlijk iedere dag opnieuw onze samenleving. We stuiten daarbij soms op patronen van menselijk handelen, die we herkennen van toen en die ook op andere bevolkingsgroepen dan Joden kunnen terugslaan. Mehmet Sahin heeft dat begrepen. Antisemitisme raakt ons allemaal.

Het islamitische thuisfront is aan de winnende hand

stelt Nauman Janjua uit Den Haag

„Ik ben tevreden met wat Hitler met de Joden heeft gedaan”, zegt een Turkse scholier in het vorige maand uitgezonden NTR-programma Onbevoegd Gezag. „Ik haat Joden gewoon. Die gedachte kun je niet bij me weghalen”, stelteen andere.

Willen we deze jongeren de ernst van hun uitspraken laten inzien, dan is het belangrijk te begrijpen waarin dit antisemitisme zijn oorsprong vindt. Dit gedachtegoed heeft een directe link met het Israëlisch-Palestijns conflict. Prominente Palestina-activisten voeden het idee dat de situatie van de Palestijnen in de bezette gebieden min of meer gelijk is aan het leed van de Joden in de concentratiekampen. Kinderen in het Midden-Oosten groeien op met verhalen waarin wordt beweerd dat Israël Palestijnse kinderen in de oven gooit. In hun geschiedenisboeken heet de Holocaust een „mythe van enorme proporties”.

Die verhalen resoneren ook bij westerse jongeren. Al in 2010 werd geconstateerd dat leraren op verschillende basisscholen in Nederland moeite hadden om te doceren over de Holocaust omdat moslimjongeren hieraan aanstoot namen.

Moslimjongeren in Nederland leven in een gespleten wereld. Weliswaar leren zij op school over de Holocaust, maar thuis en via de schotelantenne worden er hele andere dingen verteld. Daar worden dezelfde ideeën verkondigd waarmee jongeren in het Midden-Oosten opgroeien. Het heeft een vorm van schizofrenie tot gevolg. Op school wordt het één verteld, en thuis het ander.

De NTR-uitzending laat zien dat het thuisfront langzaam maar zeker aan het winnen is.

Mijn leerlingen vinden Srebrenica om te lachen

schrijft docent geschiedenis en maatschappijleer Emma Gribling uit Almere

De antisemitische uitlatingen van leerlingen in Arnhem in het programma Onbevoegd Gezag zijn een gevolg van de tijd waarin wij leven. Onze samenleving is aan het veranderen naar een ik-cultuur. Die cultuur zien we terug op televisie, op straat, maar ook in de Tweede Kamer. Daar zit een politieke partij die de islam uitsluit, moslims in een hokje stopt en de president van Turkije uitmaakt voor een „islamitische aap”. Een politieke partij die een hele bevolkingsgroep uit wil sluiten omdat hun geloof „achterlijk en gevaarlijk” is.

Ik ben docent geschiedenis en maatschappijleer op een middelbare school in Almere en sinds de opkomst van de PVV is mijn vak een stuk lastiger geworden. Ik heb dan geen leerlingen die de Holocaust belachelijk maken of die een hekel hebben aan Joden, maar wel leerlingen die moeten lachen als ik uitleg geef over de kwestie Srebrenica. Het vermoorden van 7.000 moslims vond een leerling „terecht”.

Ik leg de les stil zodra ik zoiets hoor. De desbetreffende leerling vindt dat ik overdrijf want het is toch alleen maar zijn mening. Wat maakt het dan uit? De rest van de les besteed ik natuurlijk aan vrijheid van meningsuiting en ga ik door over Srebrenica.

Intolerantie en racisme mag en kan niet plaatsvinden in ons onderwijs en daar maken wij ons hard voor. Het zou wel heel fijn zijn als de Tweede Kamer snapt dat ook zij een voorbeeldfunctie heeft.