Deze politiek lokt een run op de bank uit

Na ‘Cyprus’ zullen kredietverleners bij de redding van banken verlangen dat spaarders meebetalen, meent Wolfgang Münchau. Het gevaar van een bankenrun is daardoor reëel.

Sir Mervyn King, de vertrekkende gouverneur van de Bank of England, heeft eens gezegd dat het onverstandig is om een bankrun te beginnen, maar dat het wel verstandig is om eraan mee te doen zodra hij eenmaal is begonnen. Hij had helemaal gelijk. Afgelopen zaterdag kunnen de ministers van Financiën van de eurozone wel eens de aanzet tot een bankenrun hebben gegeven.

Met het akkoord over een hap uit de Cyprotische spaargelden – want zo mogen we dit wel noemen – komt de eurozone in feite terug op de depositogarantie voor banktegoeden. Die garantie werd in 2008 verstrekt na de val van Lehman Brothers. Ze bestond uit een reeks nationaal gecoördineerde garanties, waarmee het politieke standpunt werd onderstreept dat al het spaargeld veilig is.

Cyprus heft een belasting van 6,75 procent op tegoeden tot 100.000 euro en een belasting van 9,9 procent boven die drempel. Wettelijk gezien is dit een vermogensbelasting. Economisch gezien is het een afroming.

Mijn voorkeur zou zijn uitgegaan naar een afroming, of belasting, van tegoeden boven de 100.000 euro – het deel dat niet door het depositogarantiestelsel wordt gedekt. Er is geen morele of economische reden tot bescherming van buitenlanders die om welke reden dan ook hebben besloten grote bedragen op een Cypriotische bankrekening te parkeren.

Zo’n afroming zou ook hebben gepast in de filosofie van de depositogarantie. Die is er niet om absolute zekerheid te bieden, maar dient ter voorkoming van bankruns, die zich voltrekken als je kleine spaarders te na komt. Een doordacht depositogarantiestelsel bouwt een plafond in.

Ik kon het niet geloven toen ik hoorde dat de ministers van Financiën van de eurozone het op de kleine spaarders van Cyprus gemunt hadden. De zuiver technische reden van hun besluit begrijp ik nog wel. De eurozone kon niet instemmen met een volledige bailout, die 17 miljard euro zou hebben gekost.

De Duitsers waren tegen een lening waarvan ze zeker wisten dat Cyprus steeds weer in gebreke zou blijven. Dus werd het bedrag tot 10 miljard euro teruggebracht. Een greep uit de spaargelden was de enige manier om hieraan mee te betalen. Toen de rekensom gemaakt was, bleken de grote tegoeden onvoldoende op te leveren. Dus werd gekozen voor een vermogensbelasting met nauwelijks progressie. Er is niet eens een vrijstelling voor mensen met maar heel weinig spaargeld.

Als iemand de politieke stemming van opstandigheid in Zuid-Europa wilde voeden, dan was dit de manier om dat te doen. De politieke schade van dit akkoord zal op lange termijn reusachtig zijn. Op korte termijn bestaat het gevaar van een algemene bankrun, niet alleen op Cyprus.

Net als bij Griekenland zeiden de ministers van Financiën: „Wees gerust, dit is een unieke situatie.” Dat klopt alleen in beperkte juridische zin. De afwaardering van de obligaties in Griekenland is inderdaad iets anders dan de afroming van het spaargeld op Cyprus. En als dit ergens anders nog eens wordt herhaald, zal het weer uniek zijn.

Als kleine spaarders te elfder ure geen respijt krijgen, zullen de meeste Cypriotische spaarders er verstandig aan doen om de rest van hun geld op te nemen, eenvoudig om zich te beschermen tegen verdere afroming of belastingen. Het zou voor spaarders elders in Zuid-Europa even verstandig zijn om zich bij hen aan te sluiten. De ervaring op Cyprus leert hun dat de betrouwbaarheid van een depositogarantieregeling even hoog is als die van de staat. Gelet op de overheidsschuld van Italië of de gezamenlijke schuld in de publieke en private sector van Spanje en Portugal, is het uitgesloten dat deze overheden alle banktegoeden zelfstandig kunnen garanderen.

De redding van Cyprus toont aan dat de kredietverstrekkers voortaan bij de redding van elke bank zullen verlangen dat spaarders meebetalen.

Het echte raadsel is waarom mensen niet eerder hun geld hebben opgenomen. Lezen ze geen kranten? Misschien vertrouwden ze de nieuwe president van Cyprus, die hun had beloofd dat hij dit nooit zou accepteren? En waarom is er elders in Zuid-Europa zo’n geringe vlucht van spaargeld geweest? Werd ook daar de overheid vertrouwd? En belangrijker nog: zal dit nu ook zo blijven?

Er bestaan binnen de eurozone enkele institutionele belemmeringen tegen een bankrun. In sommige landen geldt een dagelijkse opnamebeperking, zogenaamd als maatregel tegen witwassen. Ook is het niet eenvoudig om in het buitenland een bankrekening te openen. Maar ik zou op die belemmeringen niet gerust zijn. Zodra een kritische massa bang genoeg wordt, zullen mensen in actie komen en wordt een bankrun een proces dat zichzelf versterkt.

Er heerste de afgelopen maanden veel zelfgenoegzaamheid over de crisis in de eurozone . Spaarders zien nu in dat de crisis alleen maar ‘voorbij’ was omdat de eurozone een nieuwe bron van financiering heeft gevonden: hun spaargeld.

Wolfgang Münchau is columnist voor The Financial Times en oprichter van de economische internetpublicatie Eurointelligence. © 2013 The Financial Times Limited