Cyprus als precedent

Hoe gevaarlijk is het om bij de redding van Cyprus ook de spaarders aan te pakken? In het zaterdagochtend in de eurozone overeengekomen reddingspakket voor het eiland worden spaarders, voor het eerst in de geschiedenis van de eurocrisis, niet ontzien.

Vandaag zou het Cypriotische parlement vergaderen over de maatregel, die aanvankelijk inhield dat spaarders met tegoeden onder de 100.000 euro een heffing betalen van 6,75 procent en spaarders daarboven 9,9 procent.

Het is goed mogelijk dat deze verdeling nog verandert, en de kleinere spaarders geheel worden ontzien. Maar ook dan lijkt het belasten van depositohouders een gevaarlijk precedent voor de rest van de eurozone.

Veel economische en financiële bezwaren tegen deze regeling snijden hout. Maar wat tot nu toe vaak over het hoofd wordt gezien, is de politieke context voor het besluit. Europese regeringsleiders, met name die in het Noorden, kampen met een sterk teruglopende steun onder de bevolking voor nóg een miljarden verslindende operatie, die door de eigen belastingbetalers moet worden opgebracht.

De rol van Cyprus als vrijplaats buitengaats voor Russisch kapitaal, wit en zwart, maakt een redding vrijwel onverkoopbaar als het eiland daar zelf geen forse eigen bijdrage aan levert. Het eiland kent geen vermogensbelasting van betekenis.

Dat is ook de reden voor veel spaarders om juist Cyprus uit te kiezen als parkeerplaats voor hun spaargeld. Daarmee kreeg het land een financiële sector van een omvang die in verhouding tot het aantal inwoners veel te groot is. Cyprus maar ook de spaarders namen zo een risico waarvoor ze nu de tol betalen. Dat is redelijk.

Niet alleen bij het Europese electoraat ligt de kwestie-Cyprus slecht. Het geldt ook op regeringsniveau. In 2004 werd het eiland onder grote druk van Griekenland, dat dreigde andere toetreders tot de Europese Unie te blokkeren, lid van de EU. Een belangrijke voorwaarde was het opheffen van de politiek explosieve splitsing van het land in een Turks en Grieks deel. Vlak voor de officiële toetreding stemde het Turkse deel van Cyprus in een referendum vóór deze eenwording, maar het Griekse deel wees het af. De sympathie voor Cyprus werd er in de rest van de EU niet groter op.

Het is van belang de aard van de redding te zien in deze context. In die zin hoeft Cyprus dan ook geen precedent te zijn. Spaarders in bijvoorbeeld Italië of Spanje die zich nerveus afvragen of een eventuele redding van hun land eveneens ten koste van hun deposito zou gaan, doen er goed aan zich te realiseren dat Cyprus, inderdaad, een geval apart is.