Commotie rond de zaak-Yunus wordt gevoed door Turks nationalisme

schrijft Anouk Willemsen uit Nijmegen

De diplomatieke rel rond het plaatsen van Turkse kinderen in christelijke of homoseksuele pleeggezinnen in Nederland neemt met de dag grotere proporties aan. Met de zaak van de negenjarige Yunus die van kleins af aan werd ondergebracht bij lesbische pleegouders, kwam de kwestie in zowel Nederland als Turkije onder aandacht van de media. Vorige week deed Yunus’ biologische moeder een emotionele oproep op de Turkse zender ATV in een poging opnieuw de voogdij over haar kind te krijgen. Yunus zou volgens haar worden opgevoed in een cultuur die niet strookt met de Turkse normen en waarden. Premier Erdogan sloot zich bij Yunus’ moeder aan en bood haar politieke ondersteuning. Hiermee staat de zaak-Yunus voor mij symbool voor het sterke protectionisme van de Turkse identiteit door de Turkse overheid. Het gaat hierbij niet zozeer om afkeer van het christendom of om homofobie, maar over bescherming: een Turk zou overal Turk moeten zijn en blijven.

Controversiële zaken rondom de bescherming van de Turkse nationaliteit zijn niet uniek. In het Turkse wetboek van strafrecht wordt in artikel 301 de belediging van Turkije zelfs strafbaar gesteld. In het belang van het behoud van de Turkse identiteit en eenheid in de Turkse natie worden veel journalisten op grond van dit artikel vervolgd. Toegepast op de zaak-Yunus is het naar mijn mening voornamelijk deze angst van sommige Turken voor het verlies van de Turkse identiteit die de discussie over pleeggezinnen voedt. De Turken die nu protesteren tegen de gang van zaken vinden dat Yunus de Turkse identiteit moet behouden en laten zich daardoor meeslepen in deze lastige en emotionele kwestie. Het behoud van de Turkse identiteit is volgens velen niet mogelijk in een lesbisch of christelijk pleeggezin, zelfs niet als de pleegouders zich in de Turkse cultuur verdiepen – zoals de pleegouders van Yunus. Erdogan wil dat Turkse pleegkinderen hoe dan ook worden ondergebracht bij islamitische gezinnen. Hierbij vraag ik me af of voor Erdogan een shi’itisch, alevitisch of Koerdisch-islamitisch pleeggezin wel zal volstaan, of dat hier dezelfde bezwaren tegen bestaan. Als premier Erdogan donderdag een bezoek brengt aan Nederland zou de discussie niet slechts over de ideologie of geaardheid van Nederlandse gastgezinnen moeten gaan, maar ook over het Turkse identiteitsstandpunt.