Analyse In Nederland zijn te weinig pleeggezinnen met een islamitische achtergrond

Het is nogal een stevige beschuldiging vanuit Turkije. De Nederlandse jeugdzorg zou Turks-Nederlandse kinderen om het minste of geringste uit huis plaatsen. En bovendien doet Nederland geen enkele moeite om deze kinderen bij gezinnen uit dezelfde cultuur onder te brengen. Dat komt neer op gedwongen assimilatie, vindt Turkije, althans de prominente parlementaire mensenrechtencommissie.

Heeft de commissie een punt? Hoe gaat jeugdzorg eigenlijk te werk bij de plaatsing van – islamitische – kinderen?

Aan wie je deze vraag ook stelt binnen de jeugdzorg, het antwoord begint altijd hetzelfde: het belang van het kind staat centraal. Kinderen die op bevel van de kinderrechter bij hun ouders weg worden gehaald, hebben meestal nogal wat meegemaakt. Deze kinderen zijn misbruikt, mishandeld of verwaarloosd. De negenjarige Yunus, die nu het brandpunt van de Turkse verontwaardiging is, werd bijvoorbeeld als baby al uit huis geplaatst nadat in het ziekenhuis verdachte verwondingen waren gevonden.

Of soms hebben kinderen zelf zulke uitdagende karakters dat hun ouders de opvoeding niet aankunnen.

„Wij zoeken pleegouders die daarmee om kunnen gaan”, zeg Conny Zeilstra. „Die het kind een stapje verder kunnen brengen.” Zeilstra is bij de Amsterdamse jeugdzorgorganisatie Spirit verantwoordelijk voor de werving, screening en training van pleeggezinnen, en voor de zogeheten matching: het zoeken van het juiste gezin bij het juiste kind.

Eerst wordt altijd gekeken of het kind niet bij vrienden of familie van de ouders terecht kan die over de vereiste kwaliteiten beschikken, zegt Zeilstra. Dat lukt in meer dan de helft van de gevallen. Landelijk is dat bijna 40 procent.

Pas als dat niet lukt, draagt Spirit zelf een pleeggezin aan. De wensen van de ouders spelen daarbij een rol. Ook als ze willen dat kinderen in dezelfde cultuur worden opgevangen. Dat geldt voor alle pleegzorgorganisaties in Nederland. „Als ouders achter de plaatsing staan, werkt dat het best”, zegt Zeilstra. „En hoe belangrijker de ouders religie vinden, hoe zwaarder dat mee weegt.”

Maar volgens Zeilstra komt dat in de praktijk niet vaak voor. „Er zijn nogal wat islamitische ouders die geloof niet het belangrijkst vinden. Zoals een Turkse moeder laatst tegen me zei: als mijn kind daar maar gelukkig is.” Uiteindelijk zijn de wensen van de ouders niet doorslaggevend, benadrukt Zeilstra: „Dat is de hulpvraag van het kind.”

Het is niet bekend hoeveel van de bijna 15.000 pleegkinderen in Nederland islamitisch zijn; etniciteit en religie registreert de jeugdzorg niet. Wel wijst de praktijk uit dat er bij lange na niet genoeg pleeggezinnen zijn met een islamitische achtergrond. Landelijke wervingscampagnes bereiken de allochtone groepen niet, zegt een woordvoerder van Pleegzorg Nederland. Spirit begon drie jaar geleden met het gericht werven van Turkse en Marokkaanse pleegouders. Dat gaat langzaam, zegt Zeilstra. „Ze melden zich mondjesmaat. Maar als ze eenmaal binnen zijn, zijn het fantastische ambassadeurs. Er druppelen steeds meer aanmeldingen binnen.”

Op sociale netwerken vindt de Turkse bewering veel weerklank dat islamitische kinderen vanwege hun geloof sneller uit huis worden geplaatst. Assimilatie, zelfs gedwongen kerstening wordt de jeugdzorg verweten.

Het is wellicht niet verrassend dat de jeugdzorg in Nederland zich hier niet in zegt te herkennen. „Er is geen oververtegenwoordiging van allochtone kinderen”, zegt Zeilstra over de Amsterdamse groep pleegkinderen. „Het is een redelijke afspiegeling van de Amsterdamse bevolking.”

Dat is anders voor de pleeggezinnen. Ook hun levensbeschouwelijke achtergrond wordt niet geregistreerd, maar het is aannemelijk dat er relatief veel christelijke gezinnen bij zijn, zegt Cornald Vader. Hij is directeur van welzijns- en gezondheidszorg van het Leger des Heils, waaronder ook de jeugdzorg valt. „In de bible belt vind je veel pleeggezinnen. Daar vindt men dat je dat nu eenmaal doet voor elkaar.” Het Leger des Heils is verantwoordelijk voor ongeveer 2.000 kinderen en jongeren, van wie er 450 in pleegzorg zitten. Maar het Leger plaatst de kinderen via reguliere pleegzorgorganisaties – zonder voorkeur voor religieuze adressen. Dat is anders voor de landelijk werkende SJG, dat vooral christelijke kinderen bij christelijke gezinnen plaatst. „Alleen bij grote uitzondering, als elders geen plek is, plaatsen wij een islamitisch kind.”

Uit onderzoek van Pleegzorg Nederland blijkt dat pleegouders een sterk maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel hebben. „Dat kan om religieuze redenen zijn, maar ook een humanistische grondslag hebben”, zegt een woordvoerder. „Of het is iemand die actief is in het verenigingsleven.”

Bovendien, zegt Zeilstra, wordt een pleegkind niet automatisch betrokken in het geloof van het gezin. „Wij bespreken dat met de pleegouders, en meestal is het geen probleem als het kind niet meewil naar de kerk. Dan blijft er iemand thuis, of zoeken ze een oppas. En als dat wel een probleem is, plaatsen we daar geen islamitisch kind van wie de ouders daar bezwaar tegen hebben.”