Witte rook, groen licht

Het is niet helemaal van deze tijd om te communiceren met rooksignalen, maar het is wel een mooie traditie. Ik had het sterk gevonden als het Vaticaan de witte rook niet alleen uit een schoorsteen had laten opstijgen, maar tegelijk een tweet had gestuurd met een afbeelding van witte rook. Wellicht vonden ze dat echter te frivool. Bovendien hebben ze wel degelijk al snel getwitterd, op zich een bewijs dat het Vaticaan zich ervan bewust is dat de 21ste eeuw inmiddels is aangebroken. De tekst, verstuurd door @Pontifex, het officiële twitteraccount van het Vaticaan: „Habemus Papam Franciscum.”

Twitteren in het Latijn, een dode taal, het lijkt een contradictio in terminis, maar ik vind het wel iets hebben.

Overigens worden ook de rooksignalen op een moderne manier gemaakt. Voorheen was die rook afkomstig van de stembiljetten die na een stemmingsronde werden verbrand. Men deed er stro bij om de rook zwart te maken. Tegenwoordig is de rook afkomstig van cartridges met chemische stoffen. Zwarte rook komt, zo liet een woordvoerder van het Vaticaan weten, van kaliumperchloraat, anthraceen en zwavel. Voor witte rook wordt een mengsel van kaliumchloraat, lactose en hars gebruikt.

In feite is die zwarte en witte rook een vorm van beeldtaal. Het is een basale manier om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen. Zijn daar meer voorbeelden van? En wordt de pauselijke witte rook ook overdrachtelijk gebruikt?

Van dat laatste heb ik niet veel voorbeelden kunnen vinden. In 1995 schreven Ronald Giphart en Bert Natter in De beste schrijver van Nederland: „Toen kwam er uit de schoorsteen van het kasteel witte rook. Hoewel het vlaggenveroveren nog geen winnaar had, klonk door de speakers op het terrein de aankondiging dat het spel afgelopen was.” En Jannetje Koelewijn schreef in 1997 in een boek over Fokker: „In zijn nieuwjaarstoespraak voor de Fokkerwerknemers [zei hij] nog dat hij ieder moment ‘witte rook’ uit de onderhandelingskamer verwachtte.”

Je komt het dus wel tegen (ik ken ook: we hebben witte rook), maar niet echt vaak. Onze woordenboeken maken er in ieder geval geen melding van.

Veel bekender is: iets of iemand groen licht / het groene licht geven. Of rood licht / het rode licht krijgen. Deze beeldspraak gaat natuurlijk terug op verkeerslichten. In Nederland werden die, bij mijn weten, pas vanaf omstreeks 1920 geplaatst. In oude kranten lees je over verkeerslichtzuilen. En over stoplichten, maar dat woord werd aanvankelijk gebruikt voor wat wij nu remlichten noemen („een stoplicht achterop een tram”).

Nog bekender is de duim omhoog voor ‘ja’ en de duim omlaag voor ‘nee’. We kennen dit gebaar uit talloze Hollywoodfilms waarin een Romeinse keizer, gezeten in een volgepakt amfitheater, met dit gebaar beslist of een verslagen gladiator mag blijven leven of niet. Uit klassieke teksten weten we dat het publiek (niet speciaal de keizer) aan het eind van een gladiatorengevecht een gebaar kon maken waarbij de duim werd gedraaid: de pollice verso. Maar of de duim omhoog, omlaag of naar het hart of de keel werd gestoken, is niet helemaal duidelijk. De meeste oudheidkundigen houden het erop dat er voldoende bewijzen bestaan voor de omlaaggestoken duim (‘dood hem’), maar dat men wuifde met een zakdoek of servet (de mappa) om aan te duiden dat de verslagen gladiator mocht blijven leven.

Taalhistoricus en journalist Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.