Wie gaat er nou naar het eilandje Lamma?

Reizen

Door de ooghoeken van een boeddhistisch tempeltje is aan de oostkant van Lamma een klein stukje van het dichtbevolkte Hong Kong Island te zien. Daarginds gaat het leven met volle teugen voort, hier op Lamma waait alleen de wind door het bamboebos.Wie voor een dag de drukte van de metropool Hongkong wil ontlopen pakt de veerboot naar Lamma. In minder dan een half uur is de wereld totaal anders. Lamma is geheel autovrij, de benenwagen en de fiets zijn de enige vervoermiddelen, over smalle paden van beton en zand. Het eiland is ideaal voor wandelaars: een groene oase met weelderige plantengroei, zoals bananenbomen en lianen. Ook op de winterdag dat wij er rondlopen is het in de middag nog steeds ruim 20 graden. Wandelaars kunnen kiezen uit twee routes: een family trail van zes kilometer en eentje met wat klimwerk erin van zeven kilometer. Wij kiezen uit pure luiheid voor optie één, een tocht die eerst door het lieflijke dorpje Yung Shue leidt en dan via het strand van Hung Shing Yeh licht omhoog kronkelt. Mijn Chinese metgezellin Venus Kwong maant om dwars door het struweel vooral even achterom te kijken. Ze wijst op de elektriciteitscentrale, met zijn drie rokende schoorstenen. „Mooi, hè?”Stop! Midden op het pad staat een imker in vol ornaat. Hij wil graag zijn honing laten proeven. Mon Kwan Wei opent zijn korf, nadat hij zijn bezoekers ook heeft voorzien van een beschermende kap. „De bijen halen hun honing uit bergbloemen”, vertelt hij. Maar het gaat niet zo goed met de oogst, want hij heeft te maken met bovenmatige sterfte onder de bijenvolken. Na een lik uit de honingpot laat hij ons weer gaan.We passeren de Kamikazegrotten, van waaruit de Japanse bezetter in de Tweede Wereldoorlog zelfmoordaanslagen met speedboten uitvoerde op geallieerde schepen. Oorlog en geweld zijn sinds lang verdwenen uit Hongkong. Met zijn 7 miljoen inwoners staat de stad juist te boek als een van de veiligste ter wereld. Op Lamma is voor de zekerheid toch een politiepost ingericht, bovenop een heuvel, bemand door één agent. Venus Kwong heeft nog een bezienswaardigheid in de aanbieding. „We hebben een moderne windmolen, zeventig meter hoog, die moet je zien.” „Ja maar...”, probeer ik. Tevergeefs. Ik zeg dat ik de molen heel mooi vind. We rollen naar beneden, richting Yung Shue. In het dorp heeft zich de afgelopen decennia een kleine gemeenschap van alternatieve westerlingen gevestigd, die er winkeltjes met kralen, tassen en andere snuisterijen runnen. De Engelse Cath drijft het bruine eetcafé Banyan Bay Bar, met goede wijn en malt whisky’s. De laatste etappe van een dagje Lamma komt uit bij Sampan Seafood aan het eind van de baai, vlakbij de ferry. Het terras is opgetrokken in romantiek Chinese stijl: een terras aan zee, voorzien van plastic tafels en dito stoelen, rood-wit geblokte kleedjes (ook plastic) en felle lampen. Maar het eten is er prima. Gefrituurde inktvis en garnalen, witte rijst en jasmijnthee. De boot van 19.20 naar Hong Kong Island hotst en botst op de ruige golven, terug naar de wervelende miljoenenstad.