Wanhoop over Syrië

Twee jaar na het uitbreken van de opstand in Syrië tegen het abjecte regime van president Bashar al-Assad is de situatie er hopeloos en uitzichtloos.

De burgeroorlog heeft, volgens schattingen van de VN, al 70.000 mensen het leven gekost. Omringende landen als Libanon, Jordanië en Turkije huisvesten meer dan een miljoen vluchtelingen en kunnen, begrijpelijkerwijs, niet voor voldoende opvang zorgen.

De wereldgemeenschap is niet tot effectief ingrijpen in staat gebleken; de verdeeldheid in de Veiligheidsraad is daar te groot voor. Rusland en China blokkeren de militaire interventies die ze, later tot hun spijt, wel in Libië toelieten. Tot verdriet van de speciale VN-gezant voor Syrië, Brahimi, die meent dat alleen internationale eensgezindheid de ondergang van het land kan voorkomen.

Het vrijwel machteloos toekijken wordt twee Europese landen, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, te veel. Zij willen het wapenembargo van de Europese Unie tegen Syrië zo aanpassen dat ze de opstandelingen wel van wapens kunnen voorzien. Alleen dan, redeneren ze, is er een kans om Assad tot onderhandelingen te dwingen.

De Britse premier Cameron zei, zich beroepend op de soevereiniteit van zijn land, dat hij desnoods de afspraken in de EU naast zich zal neerleggen. De Franse president Hollande heeft hier ook op gezinspeeld. Dat is een riskant standpunt. Dat de EU dikwijls niet of nauwelijks tot communautair buitenlands beleid in staat is, is geen nieuws. Maar een Brits/Franse alleingang ondergraaft op voorhand ook toekomstige afspraken in de Unie over wapenembargo’s.

Los daarvan: hoe effectief zal een besluit zijn om de verdeelde oppositie in Syrië van meer vuurkracht te voorzien? Wie krijgen die wapens dan precies en wat gaan ze ermee doen, nu en in de toekomst? Hoe bedreigend zullen ze dan zijn voor bijvoorbeeld Israël? Het zijn argumenten voor de Verenigde Staten om geen wapens naar de Syrische rebellen te sturen.

Ook is er het risico dat er een geavanceerde wapenwedloop ontstaat in de regio, doordat staten die met Syrië min of meer bevriend zijn, Rusland en vooral Iran, op hun beurt Assad van meer wapentuig voorzien.

En dan is er nog de hoofdvraag: of het doel, concessies afdwingen van Assad, met een gedeeltelijke opheffing van het wapenembargo wordt gehaald. De Syrische president, telg van een (alawitische) familie die al 42 jaar aan de macht is, heeft aan de onderhandelingstafel alleen maar te verliezen.

Het huidige wapenembargo van de Europese Unie loopt in mei af. Er is dus een nieuw besluit nodig. Maar hoe frustrerend de situatie in en om Syrië ook is: de nadelen van de opheffing van het embargo zijn voorlopig groter dan de voordelen.