Column

Wagon 4088

Er was even sprake van om die antisemitische Turkse jongens uit Arnhem een educatief reisje naar Auschwitz te laten maken. Dure grap. Zou het niet wat goedkoper kunnen? Ik heb een idee.

Het Spoorwegmuseum in Arnhem heeft sinds kort een piepkleine, maar permanente uitbreiding gekregen, bestaande uit de goederenwagon 4088, gebouwd in 1914. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is deze Nederlandse wagon door de Duitsers in gebruik genomen en in Oost-Europa beland. Daar is de wagon achtergebleven. Bijna zestig jaar was de wagon spoorloos totdat hij in 2002 op een emplacement bij Boekarest werd gevonden en terug naar Nederland kon worden gebracht.

Wat er met deze wagon tijdens de oorlog precies gebeurd is, kon niet meer achterhaald worden. Maar omdat dergelijke wagons ook gebruikt werden in de transporttreinen naar de vernietigingskampen, is de wagon 4088 het symbolische middelpunt geworden van deze expositie, getiteld ‘Beladen treinen’.

Er is niet veel aan te zien. Het is een verveloos, verweerd kavalje, op een doodlopend spoortje geparkeerd. Binnen is het schemerig, er zijn maar een paar raampjes waar enig licht door valt. Gemiddeld zaten er 50 gevangenen in zo’n wagon, soms 100 tot 150; dit in een ruimte die je met twee gewone huiskamers kunt vergelijken.

Wat doen we met onze Turkse jongens? We laten ze een uurtje in deze wagon zitten om te luisteren naar de getuigenissen van overlevenden die uit de geluidsinstallatie in het plafond op hen neerdalen. Schokkende verhalen van mensen die zó om water verlegen zaten dat ze uit de toiletemmer dronken. Over ziekenwagons waarin de zieken drie dagen lang niet konden liggen. Und so weiter.

Aangenaam is het nog steeds niet, in die wagon. Ik heb geen volwassen bezoeker gezien die het er langer dan twee minuten uithield. Vijftig mensen in deze benauwde ruimte? Laten we maken dat we wegkomen.

Daarna mogen de Turkse jongens postvatten op het aanpalende perronnetje, waar de touchscreen van een informatiezuil allerlei onprettige feiten en filmpjes vertoont. Ik noteerde er gauw het verhaal van Sonja Wagenaar die op 3 september 1944 in het transport van Anne Frank naar Auschwitz zat. Zes mannen en twee vrouwen ontsnapten uit hun wagon, waarin zij in de achterwand met een meegesmokkelde zaag een gat hadden gemaakt. Eén van hen was Sonja, het had weinig gescheeld of zij had het niet gehaald. Ze kroop wel naar buiten, maar durfde niet van de buffer te springen. Men schreeuwde: „Sonja, je moet eraf!”

Toen liet ze zich op het spoor vallen. De trein denderde over haar heen, maar ze hield er alleen een pijnlijke enkel aan over. Ze doken onder en overleefden de oorlog.

Het Spoorwegmuseum wil in de eerste plaats vermaak bieden, elk jaar komen er alleen al 100.000 kinderen. Heeft zo’n wagon veel zin? Voor kinderen onder de tien niet, lijkt mij. Ze beoordelen zo’n plek op zijn speelwaardigheid en hebben er daarom weinig te zoeken. Eén jongetje klom op een plank die langs de wagon liep, drukte zich met zijn schouders tegen de wand en riep naar zijn moeder: „Nu voel ik me net als die Joden!” „Welnee”, zei zijn moeder haastig, „die zaten allemaal binnen.”

Maar voor oudere kinderen, al of niet uit Arnhem afkomstig, kan zo’n wagon wel leerzaam zijn. Je kunt nog zo’n goede geschiedenisleraar hebben, er gaat niets boven een oude, muffe spoorwegwagon uit 1914 waarin de vreselijkste dingen kunnen zijn gebeurd.