Vreemde fenomenen op de overloop

Als de kwestie-Cyprus de eurozone niet in een nieuwe crisis stort – en dat is sinds afgelopen weekend best een grote ‘als’ – dan is er dit jaar sprake van economische groei in Nederland. Dat klinkt vreemd: het Centraal Planbureau (CPB) stelde juist vorige week een krimp te verwachten van 0,5 procent. Hoe kan er dan tegelijkertijd sprake zijn van groei? Dat komt door een statistisch verschijnsel dat ‘overloopeffect’ wordt genoemd. Het CPB wijdt er een passage aan in het Centraal Economisch Plan van vorige week.

De grote boosdoener voor 2013 is het derde kwartaal van 2012. Toen kromp de economie, van kwartaal op kwartaal, met een schokkende 1 procent. En in het vierde kwartaal was er ook nog krimp, met 0,2 procent.

Die late krimp heeft tot gevolg dat de economie aan het einde van 2012 veel ‘kleiner’ was dan aan het begin. Het vertrekpunt bij de aanvang van 2013 lag dus al veel lager dan dat van een jaar terug.

Dat heeft een opmerkelijk effect: ook al zou er in het huidige, eerste, kwartaal sprake zijn van economische groei ten opzichte van het vierde kwartaal van vorig jaar, dan nog zou de omvang van de economie kleiner zijn dan die van een jaar geleden. Op jaarbasis zal er dus sprake zijn van krimp. Het is zelfs onwaarschijnlijk dat de economie bij een groei in het tweede kwartaal al groter is dan het tweede kwartaal van 2012. Dus ook nog krimp op jaarbasis.

Pas vanaf het derde kwartaal van dit jaar kan de vergelijking met een jaar geleden weer positief uitvallen. Dan is het vermoedelijk al te laat om de vergelijking van geheel dit jaar met geheel vorig jaar in het positieve te trekken.

Nu komt het CPB over heel 2013 dus uit op die krimp van 0,5 procent. Maar hoe moet de onderliggende kwartaalgroei verlopen om daar op uit te komen? Daar zijn verschillende scenario’s op los te laten. Een waarschijnlijke is een krimp van 0,2 in het eerste kwartaal, en dan een groei van respectievelijk 0,1 procent, 0,3 procent en 0,5 procent in de drie resterende kwartalen. Het resultaat zal dan zijn dat de economie in het vierde kwartaal van 2013 uiteindelijk 0,7 procent groter is dan in het vierde kwartaal van 2012. Hee, groei! Bij een gemiddelde jaarkrimp van 0,5 procent.

Het is niet zo heel moeilijk er een modelletje van te maken in een spreadsheet. Veel economen, waaronder een voormalige president van De Nederlandsche Bank, lopen er al langer mee rond, en het stelt ze in staat een soort eenvoudige scenarioplanning te maken voor het komende jaar. Overloopeffecten komen er onmiddellijk in boven water.

Het zal wat tegen de intuïtie in gaan, maar zoals gezegd komt het verschijnsel vaker voor. Ook andersom. In 2008 groeide de economie statistisch door terwijl hij eigenlijk al kromp. Het leek allemaal mee te vallen, terwijl de onderliggende realiteit anders aangaf. En in 2013? Nu lijkt het allemaal tegen te vallen, terwijl het herstel er al voorzichtig is. En dat is goed nieuws, begraven in de statistiek.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.