Voorzichtig met die spelers!

Nederland speelt komende nacht in San Francisco de halve finale van de World Baseball Classic Amerikaanse profclubs waken voor overbelasting van hun spelers Alles is juridisch afgedekt

Redacteur Honkbal

De Nederlandse versterkingen Jurickson Profar en Kenley Jansen geven de ploeg van manager Hensley Meulens net even wat meer mogelijkheden in de halve finale vannacht tegen de Dominicaanse Republiek. Zo lijken de blessures van Jonathan Isenia en Yurendell de Caster curieus genoeg zelfs gunstig voor Nederland uit te pakken. De World Baseball Classic (WBC) is wat dat betreft keiharde business: alles is gericht op de titel. Voor een half fitte speler staat er zo een ander klaar.

Kamer 432 van het Sheraton Hotel in Phoenix was afgelopen week voor even het zenuwcentrum van het Nederlands team. Hier stoomde de medische staf pitchers, catchers, binnen- en buitenvelders klaar voor de finaleronde in San Francisco. „Isenia raakte tijdens het laatste duel met Japan geblesseerd aan zijn elleboog. De Caster viel tegen Cuba uit met een blessure aan zijn peesplaat”, vertelt hoofd medische staf Rob Tamminga (56). „Op het moment dat je zijn club daarvan op de hoogte stelt, is het vaak al einde verhaal. Dan roepen ze hun speler terug.”

De clubeigenaren van de Amerikaanse Major League (MLB) mogen dan hun profs één keer in de vier jaar afstaan voor het landentoernooi, maar tijdens de World Baseball Classic gelden tal van restricties die het risico op blessures zoveel mogelijk moeten zien te voorkomen. Zo mogen pitchers maar een beperkt aantal ballen werpen. De technische staf van Nederland onderhandelde vorige week uitvoerig met de Los Angeles Dodgers om Kenley Jansen als vervanger voor Isenia te halen. Vooral de verzekering van de speler was een heikel punt. Alles staat of valt bij de medische begeleiding. „Bij alles wat wij doen, kijkt de MLB mee”, zegt orthopedisch manueel therapeut Tamminga. „Ze hebben iemand aan onze staf toegevoegd die steeds rapporten van spelers maakt. Alles moet juridisch worden afgedekt. Zo werkt dat in de VS.”

Tamminga staat al meer dan tien jaar aan de leiding van het medische team dat de nationale honkbalploeg tijdens grote toernooien begeleidt. Samen met de sportfysiotherapeut Pepijn van Ingen (35) maakt hij overuren om de 28 internationals tijdens de WBC in goede conditie te houden. „We hebben een klein portabel revalidatiecentrum bij ons”, vertelt Tamminga, terwijl hij de kuiten van Xander Bogaerts masseert. „Het bovenlichaam en de schouders zijn het meest blessuregevoelig bij honkballers. Maar je moet op veel zaken voorbereid zijn. We zijn van Arizona naar Taiwan gereisd, toen doorgegaan naar Tokio en zijn nu weer terug in Arizona. Je moet spelers dan veel laten rusten en veelal preventief behandelen.”

Het hoofd van de medische staf krijgt tijdens de WBC ook met cultuurverschillen te maken. Zo blijft Tamminga zich verbazen over de eetgewoontes van veel profs in de Major League. Hamburgers, eieren en spek behoren tot het doorsneevoedsel. „Ja, dat is toch lekker”, zegt Bogaerts, die languit gestrekt op de bank ligt. De jonge prof van de Boston Red Sox heeft geen grammetje vet op zijn lichaam. „Als je te zwaar wordt, dan hoor je het echt wel, hoor. Dan heb je bij je club wel een probleem. Als profhonkballer heb je een grote eigen verantwoordelijkheid. ”

Tamminga beaamt dat. „Laat ik vooropstellen dat dit de fitste Nederlandse honkbalselectie is die ik onder handen heb gehad. De tijd dat honkballers met overgewicht kampten, is wel een beetje voorbij. Voor bepaalde type spelers vormt extra massa geen belemmering. Een pitcher of een slagman die vooral homeruns slaat, hoeft nu eenmaal niet zoveel te lopen. Wij wegen de spelers elke dag. Als het gewicht omhoog gaat, wordt daar echt wel wat van gezegd.”

De medische staf van Nederland is ook zeer op zijn hoede voor doping. Vier jaar geleden werd Tamminga twee maanden na de WBC verrast door een positieve dopingtest van Sydney Ponson. De Nederlandse pitcher mocht twee jaar geen internationale wedstrijden spelen, maar kon wel in de MLB blijven uitkomen. Tamminga weet dat het gebruik van steroïden in het verleden binnen het profhonkbal oogluikend werd toegestaan. Een homerunkoning als Barry Bonds had daar baat bij. „Het honkbal heeft zich moeten conformeren aan de WADA-code. De regels zijn aangescherpt. De MLB weet dat de sport zich niet te veel dopinggevallen kan veroorloven. Zeker niet als de sport weer olympisch wil worden. Ik geloof niet in spierversterkers. De snelheid van honkballers loopt daardoor terug. En ze kunnen hartklachten veroorzaken. Ik raad het altijd af.”