Topdrie blijkt stabieler dan de provincieclubs

Vitesse klampt dit seizoen aan, maar de traditionele topdrie staat als vanouds bovenaan. Goed beleid? „Succes volhouden is zo moeilijk.”

De voorhoede van Vitesse bestond in het seizoen 2009-2010 uit het duo Santi Kolk en Lasse Nilsson. Beiden scoorden zeven keer. Vitesse eindigde als veertiende, en de sportieve vooruitzichten waren bepaald ongunstig.

Die zomer meldde de Georgische miljonair Merab Jordania zich in Arnhem. Hij sloot een deal met Chelsea om enkele jeugdspelers te huren en kocht een jaar later voor vier miljoen euro de Ivoriaan Wilfried Bony van Sparta Praag. Nu is Bony met 26 doelpunten de topscorer van de eredivisie. Kolk is wisselspeler bij ADO Den Haag en Nilsson speelt in Zweden, bij IF Elfsborg.

Beleid, wat moet je ermee? „Als clubbestuurders beginnen over vijfjarenplannen moet je zo snel mogelijk de kamer uit”, zegt zaakwaarnemer Rob Jansen. Grapje natuurlijk, maar toch. „Je kunt rationeel dingen wel voorspellen of achteraf constateren, maar succes leunt voor een groot deel op romantische factoren. Een trainer bij wie het klikt met de selectie. Of een speler die vanuit de jeugd doorbreekt, of een transfer die fantastisch uitpakt.”

In voorbije seizoenen meldden AZ en FC Twente zich in de top, dit jaar Vitesse. Maar het is de traditionele topdrie die al enkele seizoenen op rij stabiel is. Is dat toeval? Jansen: „De prestatiedrang is bij die clubs vanuit de historie enorm en dat manifesteert zich in alle gelederen van de organisatie. Maar Ajax en PSV zijn nooit weggeweest, alleen Feyenoord is weer aangeklampt. Een groot compliment aan het management.”

Volgens Jan Willem van Dop, oud-bestuurder van Feyenoord en FC Utrecht, is het „lastig te beredeneren” waarom de eredivisie weer door PSV, Ajax en Feyenoord wordt aangevoerd. „Maar vergis je niet in de rol van de twaalfde man: het publiek. Het effect dat een vol stadion heeft op de mindset van een speler is niet te onderschatten. Bij Feyenoord zit elke week 50.000 man, of het nu tegen VVV of tegen Ajax is. En omgekeerd: een halfleeg stadion slaat ook over op de beleving in het veld.”

Even was er een periode dat Feyenoord in sportief opzicht overvleugeld werd door FC Twente. In 2011 gebeurde er iets unieks. Feyenoorder Leroy Fer koos voor een overgang naar Enschede en is daarmee de enige speler die vanwege sportieve verbetering een club uit de traditionele top drie verruilde voor één van de provincieclubs. „Zo’n transfer zal je nu even niet meer zien”, zegt zijn zaakwaarnemer Jansen. „Wie nu in de basis staat bij Feyenoord, PSV of Ajax heeft weinig reden om een binnenlandse transfer te overwegen.”

Inmiddels staat Fer zo’n beetje symbool voor de neergang van Twente. De kampioen van drie jaar geleden stortte sportief in en heeft in minder dan twee jaar vier verschillende trainers voor de groep gehad. Dat had Fer natuurlijk niet zien aankomen. Jansen: „Dan zie je hoe hypocriet de voetbalwereld is. Toen werd het als een heel begrijpelijke stap gezien, met Twente vol in ontwikkeling. Nu kijkt men ernaar alsof Leroy een totaal verkeerde keuze heeft gemaakt. Dat is natuurlijk onzin.”

De ‘opleving’ van de topdrie is natuurlijk vooral een verhaal van het falen van de rest. Het is het verhaal van aan de top komen en daar blijven – twee verschillende dingen. Van Dop: „Succes volhouden is zo moeilijk. Ik zal nooit vergeten dat we een paar jaar geleden met de oude voorzitters een vergadering hadden. Dat ze bij PSV, Ajax en Feyenoord zeiden: Dirk [Scheringa], zorg nu eerst dat je twee jaar achter elkaar kampioen wordt met AZ voor je meer televisiegeld gaat eisen.” Kort daarop stortte het imperium van Scheringa in, met alle gevolgen van dien voor zijn AZ.

Het is nog niet zo lang geleden dat de drie topclubs zich vooral onderscheidden door onverantwoorde uitgaven. PSV werd in 2011 gered via een omstreden deal met de gemeente en kocht de afgelopen jaren een kampioenswaardige ploeg bij elkaar. Van Dop: „PSV had de vertaling van het geld dat ze in het team hebben gestopt al twee jaar geleden moeten hebben.” Maar de Eindhovense ploeg struikelde steeds.

Feyenoord werd gered door een groep investeerders en toonde zich meester in matiging. Jeugd en een klik met trainer Koeman deden de rest. En jeugd is sinds de bemoeienis van Johan Cruijff ook het antwoord in Amsterdam – al is het deels aangekochte jeugd. Twee landstitels onder debuterend hoofdcoach Frank de Boer werden met zeer wisselvallig voetbal veroverd, maar er is in ieder geval weer geloof in eigen kunnen.

Is het dan toch allemaal beleid? Correlatie betekent nog geen causaliteit, maar Ajax en Feyenoord genoten al sportief succes sinds hun recente begrotingsdiscipline. PSV bewandelde de afgelopen jaren de omgekeerde weg: nauwelijks matiging bij een dalende omzet. Afgelopen seizoen miste PSV voor de vierde jaar op rij de Champions League.

Maar de kampioen heeft straks gelijk. En dan is het achteraf makkelijk praten.