Column

Tegendraads trouwen

Als ik Karin Spaink bel, vraag ik eerst met wie ik haar zal condoleren. Met het verlies van haar hartsvriendin? Of van haar echtgenote?

„Doe maar echtgenote”, zegt ze.

Karin Spaink (55) zou nooit trouwen. Nog altijd somt de schrijfster en onverstoorbaar feminist moeiteloos de argumenten tegen op:

„Omdat het huwelijk iets exclusiefs voor hetero’s was – maar dat bezwaar kwam te vervallen.”

„Omdat het specifieke verhoudingen en bezitsverhoudingen privilegieert.”

„Omdat ik niet iemand ben voor eeuwig en altijd.”

Karin Spaink is meer een type voor vriendjes, dacht ze.

Dan wordt haar hartsvriendin Christiane Hardy doodziek: alvleesklierkanker, met naar verwachting een half jaar te leven. Dertig jaar geleden leerde Spaink haar kennen als redacteur van haar eerste boek – het was ook Hardy’s eerste boek, als redacteur bij Van Gennep.

Spaink en Hardy raken en blijven innig bevriend. En als Hardy ziek wordt, en ze bespreken wat er geregeld moet worden, lijkt trouwen tot hun verbazing ineens „een prachtige combinatie van legale mogelijkheden naar onze hand zetten”, en een bezweringsritueel. Zo schreef Karin Spaink het in een opmerkelijk verhaal dat zaterdag in Het Parool stond (te lezen via www.spaink.net). Samen hadden ze „pervers veel lol” in het tegendraadse van het idee. „‘Trouwen over mijn lijk’ werd trouwen over Chris haar lijk”, zegt Spaink, nog wel met een onhandige giechel.

Ik probeerde principiële bezwaren te bedenken, maar het lukte niet, daarvoor moet je religieus zijn. Waarom zou het ‘homohuwelijk’ geen verstandshuwelijk kunnen zijn? In conventionelere verbintenissen gebeurt dat ook genoeg. Bovendien ging het instituut, dat ze wel eens even naar hun hand zouden zetten, tot hun stomme verbazing alsnog met hén op de loop. Ze „deden het niet met elkaar”, zegt Spaink. En ze bleven de ruim zeven maanden tussen huwelijk en dood apart wonen. Toch werd het allengs minder verstand en meer liefde: „een tederheid, die er eerder niet was”. Let wel, ook Christianes zus en haar ex hebben enorm voor haar gezorgd, zegt Spaink. „Maar mij verbaasde het dat juist iemand als ík het zo deed. Ik heb zelfs niet gewérkt.”

Mevrouw Vrijheid trouwde – en leek opeens bereid veel op te geven. Maar de dood dan, vroeg ik. Die maakt mensen mild. Was dát niet de oorzaak? Spaink denkt van niet. Ze vertelt over „de trots” Hardy’s weduwe te mogen zijn. ,,Omdat ze niemand anders heeft gekozen.”

Amsterdams oud-burgemeester Ed van Thijn en locoburgemeester Andrée van Es hadden ieder al aangeboden hun geliefd redacteur met Spaink te trouwen. Het werd een bevriend gemeenteambtenaar. „Het huwelijk”, zei deze tot hilariteit van de genodigden, „is toch wel het wandmeubel onder de relatievormen.”

„En of”, lacht Spaink nu: „Van eikenhouten degelijkheid.”

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.