Scofield improviseert sierlijk

John Scofield Organic Trio. Gehoord: 16/3, Bimhuis Amsterdam.

Aan de weinig verhullende mimiek van de Amerikaanse jazzgitarist John Scofield valt veel af te lezen. Met de gitaar hoog op de borst en de ogen vaak gesloten heeft ‘Sco’ in zijn verhalende solo’s zijn mond half open, dansen zijn wenkbrauwen bij hoge noten en zet zijn uitgesproken kin met grijze ringbaard de accenten.

John Scofield laat zijn instrument maar wat graag in duel gaan met de grooves van een Hammond B3. De improvisator op de moderne jazzgitaar mengde zijn flexibele funky snaargeluid al met groovende avontuurlijke jamjazz van Martin, Medeski & Wood. En ook het Trio Beyond met toetsenist Larry Goldings en drummer Jack DeJohnette vlamde in alle opzichten – wat een chemie.

Opnieuw met Goldings, bekend om zijn melodieuze orgelspel, en nu met drummer Greg Hutchinson, vormt Scofield het Organic Trio. Zaterdag in een uitverkocht Bimhuis, viel er geen album te promoten. Het was een ‘gewone’ show die aangaf dat de motor van John Scofield (61) onverminderd doorloopt, met welke band hij ook de wereldpodia bereist.

Scofields Organic Trio maakte indruk met flexibele en eigenlijk wel feestelijke kwaliteitsjazz. Het was een greep uit Scofields oeuvre, van vrije funk tot standards, aangevuld met nummers als Country Men van Golding, die verbluffend licht en makkelijk werden uitgewerkt.

Terwijl Goldings soulvol en dwingende grooves speelde op het orgel, begeleidde drummer Hutchinson adequaat maar helaas weinig ontregelend.

De basnoten in Goldings orgel vormden meer de bedding waarop Scofield improviseerde: zoekend met sierlijke lijnen.

Soms loeihard met een scherp randje in een soort rockvariant, dan weer weids improviserend in lange fusionjazzthema’s. Ook spannend was het toen Scofield zijn licks opnam en in loops voorbij liet komen om daar vervolgens weer overheen te soleren.

Cryin’ Time, afkomstig van Scofields ode aan Ray Charles, stak er bovenuit met bluesy gehuil dat aangezet werd door langgerekte orgelakkoorden. Ook het nieuwe Green Pyjama – „jazztitels zijn altijd eigenaardig” – was een boeiende verkenning.