Schone handen of banengroei

Als we het klimaat blijven negeren, verraden we onze kinderen, zegt president Obama. Nu moet hij kiezen: verbiedt hij de Keystone pijpleiding uit Canada, die banen oplevert maar volgens critici funest is voor het milieu?

Als verkopers van tweedehands auto’s trekken Canadese bewindslieden dezer dagen naar de Verenigde Staten om zware olie te slijten. Ministers, leiders van prairieprovincies, zakenlieden en diplomaten hebben een prachtproduct in de aanbieding: bitumen, stroperige ruwe olie uit de teerzanden van de westelijke provincie Alberta. En ze zijn als de dood dat ze het niet kwijt kunnen.

Ontelbare tonnen bitumen liggen voor het opgraven in Canada, het stabiele buurland van de VS. Het ruwe materiaal kan, in verdunde staat, rechtstreeks de aderen van de zuiderbuur worden ingepompt, door middel van de voorgestelde Keystone XL-pijpleiding. Via dat miljardenproject moet de teerzandolie naar raffinaderijen in Texas worden vervoerd, die geschikt zijn voor de verwerking van zware olie. Dat willen de oliedorstige Amerikanen natuurlijk maar wat graag – toch?

Met groeiende wanhoop proberen Canadese voorstanders van Keystone XL te voorkomen dat het omstreden project dit jaar wordt verworpen door president Obama. Milieuactivisten eisen dat Obama het plan afwijst, omdat de pijpleiding de Amerikaanse afhankelijkheid zou vergroten van de teerzanden, een relatief vervuilende bron van olie. In vergelijking met conventionele olie ligt bij de winning, verwerking en het verbruik van olie uit teerzanden de uitstoot van broeikasgassen ongeveer 17 procent hoger.

Obama aarzelt, tot ongenoegen van de Canadezen. Afwijzing van Keystone XL, goed voor 830.000 vaten olie per dag, zou een vrij arbitraire vorm van milieubeleid zijn in de ogen van Canada, dat een vrijhandelsverdrag heeft met de VS. Sommigen noemen het hypocriet, want veel Amerikaanse staten wekken elektriciteit op met kolencentrales, ook niet bepaald zuinig met hun uitstoot. Als Obama het project blokkeert, dreigt de relatie met de regering van premier Stephen Harper, zelf afkomstig uit Alberta, te bekoelen.

Het vooruitzicht van een mogelijk veto door Obama plaatst Canada bovendien voor een groot probleem: het land kan zijn olierijkdom nauwelijks op de markt brengen. Alberta heeft lang niet genoeg raffinagecapaciteit. Noch heeft het een kust waar olietankers kunnen worden gevuld. Het raffinagecentrum in Texas, het grootste van de VS, beschikt over overslag voor tankers aan de Golf van Mexico, die de olie op de wereldmarkt kunnen brengen – een cruciaal motief voor Keystone XL.

Wegens het gebrek aan markttoegang brengt de Canadese olie, die toch al relatief duur is om te winnen, aanmerkelijk minder op dan andere vormen van olie. Bovendien is het een rem op de ontwikkeling van de teerzanden. Oliemaatschappijen stellen investeringen in de teerzanden uit.

De Keystone XL pijpleiding is, ondanks de lengte van 2.700 kilometer, de meest voor de hand liggende weg. Een alternatief naar de Canadese westkust, van waaruit teerzandolie naar China en andere delen van Azië zou kunnen worden vervoerd, stuit op bezwaren van onder meer invloedrijke inheemse groepen. Zonder nieuwe pijpleidingen zijn oliemaatschappijen aangewezen op vervoer per spoor – nauwelijks een veiliger perspectief.

Vandaar dat de Canadese regering stug doorlobbyt in de VS. Niet alleen zijn de teerzanden een grote en betrouwbare bron in een prettig stabiel land, zegt Joe Oliver, de Canadese minister van Grondstoffen. Het is volgens hem ook een relatief „groene” vorm van energie. „De oliezanden zijn een groener alternatief dan sommige andere bronnen in de wereld”, aldus Oliver onlangs in de VS, totveler verbazing.

Maar Canada’s ‘groene’ imago heeft een flinke klap gehad toen de regering zich in 2011 eenzijdig terugtrok uit het Kyoto-protocol, omdat Canada de toegezegde reductie van broeikasgassen niet haalde. Vele Canadezen schamen zich daarvoor. Ze zetten vraagtekens bij de nietsontziende nadruk van de huidige regering op ontwikkeling van de teerzanden. Economen menen dat de export van ruwe grondstoffen niet helpt bij de diversificatie van de economie.

Als Keystone niet doorgaat, is Canada de makkelijkste optie voor ontsluiting van de teerzanden kwijt. Het land zal dan een interne discussie moeten voeren over wat het met de oliezanden wil, en zijn eigen beslissingen moeten nemen over raffinage en vervoer van de grondstof. Die discussie zou wel eens negatief kunnen uitpakken voor premier Harper. Daarom is aanpappen met Obama vooralsnog zijn topprioriteit.