Reportage De Nederlandse jacht op Chinese werknemers

Redacteur economie

De visitekaartjes worden uitgewisseld op z’n Chinees: met beide handen uitgereikt en met beide handen aangenomen. Maar Chinezen zelf waren er nauwelijks, toen vrijdag op het hoofdkantoor van AkzoNobel aan de Amsterdamse Zuidas de jacht op Chinese toptalenten werd geopend. „We hebben veel expats in China, maar we willen lokaal talent en dat is moeilijk te vinden”, zei Anneke Luijkenaar van chemie- en biotechnologieconcern DSM.

Ze verwoordde waar veel bedrijven tegenaanlopen. Ondanks een bevolking van ruim 1,3 miljard en duizenden hoogopgeleide Chinezen die jaarlijks de universiteit verlaten, is het voor westerse bedrijven moeilijk de juiste toptalenten te vinden. Uit onderzoek van de Economist Intelligence Unit blijkt dat het een van de grootste zorgen is van de topmannen van de grote multinationals. Consultancybureau Roland Berger spreekt in een ander onderzoek over de ‘oorlog om talent’ en stelt dat westerse bedrijven hun personeelsstrategie in China radicaal moeten omgooien.

Jarenlang werd China vooral gezien als de fabriek van de wereld, de plek waar tegen spotprijzen van alles en nog wat kon worden geproduceerd. Inmiddels is het land veel meer dan een productiehuis – en kiezen multinationals ervoor om China een steeds prominentere rol te laten spelen in onderzoek en ontwikkeling. Producten moeten er bedacht én gemaakt worden. „China is heel innovatief aan het worden en bedrijven verplaatsen hun onderzoeksfaciliteiten die kant op”, bevestigt Rosalie Greven van International Top Talent: een consultancybureau dat bedrijven helpt bij de zoektocht naar en selectie van hoogopgeleid Chinees personeel, vooral op het gebied van onderzoek.

Die overgang wordt beaamd door de aanwezige bedrijven. „We willen een Chinees bedrijf worden. Het is onze tweede thuismarkt”, zegt Piet Derks, die voor Philips een onderzoeksafdeling in China leidt. Frank Kuijpers van het petrochemisch bedrijf Sabic zegt dat zijn bedrijf de komende tien jaar de onderzoekscapaciteiten in China gaat verdubbelen. „Dat is compleet het tegenovergestelde van wat we in de VS en Europa doen.” Met zulke ambities moet je wel goede Chinese onderzoekers zien te vinden, maar dat is dus zo makkelijk nog niet.

„China, niemand van jullie begrijpt China”, houdt Greven het publiek provocerend voor. Haar bedrijf heeft de bijeenkomst samen met AkzoNobel georganiseerd, zodat de grote Nederlandse bedrijven de koppen bij elkaar kunnen steken om een juiste strategie te ontwikkelen voor het vinden van talent. „Hier heb je salarisgebouwen, persoonlijke ontwikkelingstrajecten en dat is daar allemaal nog niet echt aan de orde.”

China verandert snel, heel snel. En de werknemers veranderen mee. Dus moet je ze ook anders benaderen. Vijf tot tien jaar geleden was een baan bij een multinational nog de meest gewilde positie onder Chinezen. En waren ze bereid om daarvoor alles te laten vallen. Tegenwoordig is dat niet meer zo, zegt Derks van Philips. „Het is niet makkelijk om iemand zover te krijgen om te verhuizen. Dat dachten we wel, maar iemand vragen van Shanghai naar Chengdu te verhuizen is hetzelfde als iemand vragen om van Noorwegen naar Egypte te gaan.”

Voorheen werd altijd gedacht dat het Chinezen alleen maar om het geld zou gaan, maar dat is al lang niet meer het belangrijkste. Volgens Derks is de ‘work-life-balans’ steeds belangrijker in China. En uit onderzoek van International Top Talent blijkt dat Chinezen niet het salaris, maar een mooi carrièreperspectief en groeikansen binnen een bedrijf het belangrijkste vinden.

Op dat vlak scoren westerse bedrijven niet goed. Zo’n 60 procent van de ondervraagden ervaart er een glazen plafond en denkt er niet te kunnen doorgroeien. In de Chinese publieke sector ligt dat aantal op 20 procent en bij Chinese bedrijven is het zo ongeveer non-existent.

Uit het onderzoek blijkt nog een ander probleem: 60 procent van de Chinezen die voor westerse bedrijven werken, willen binnen afzienbare tijd voor een Chinese werkgever werken. Dat is dramatisch voor multinationals, omdat zo kennis verloren gaat.

Er liggen nogal wat uitdagingen dus, daar zijn ook de aanwezige bedrijven het over eens. Maar de juiste strategie in de strijd om talent is nog niet helemaal helder. Na afloop van de bijeenkomst zegt Zhigang Jin, vicevoorzitter van de Vereniging van Chinese Wetenschappers en Ingenieurs in Nederland, dat de westerse bedrijven ‘iets slims’ moeten bedenken. „Je moet ontdekken wat Chinezen willen. Cultureel gezien passen ze het beste bij Chinese bedrijven, maar denk eens na over wat ze belangrijk vinden. Mede vanwege het éénkindbeleid is opleiding voor Chinezen heel belangrijk – en westerse scholing staat hoog in het vaandel. Misschien kun je dus iets bedenken op het gebied van scholing van de kinderen van je werknemers. Op hogere salarissen ga je het in ieder geval niet winnen van Chinese bedrijven.”