Opgelucht weg van de chaos die eraan komt

De opluchting in Den Haag was niet helemaal te verbergen. Deze zomer al, een jaar eerder dan was afgesproken, wordt de trainingsmissie in Kunduz beëindigd. Joehoe! Weg uit Afghanistan, grave-yard of empires, mijnenveld voor kabinetten.

Met dank aan de Duitsers, die zo vriendelijk waren om ons in de steek te laten. De NAVO had besloten dat de hele operatie nog tot 2014 zou duren, maar Berlijn bepaalde eind vorig jaar op eigen houtje dat het welletjes was geweest. En tja, de Duitsers zorgden in Kunduz voor de bescherming van de Nederlandse militairen en politiemensen, „dus dat betekent dat wij daar ook weg gaan: samen uit, samen thuis”, aldus een laconieke premier Rutte op de persconferentie waar hij het nieuws bekendmaakte.

Samen uit samen thuis? Het is meer ieder voor zich. Nu de westerse rol in de oorlog op zijn einde loopt, verdringen de bondgenoten zich op weg naar de uitgang. Binnen de NAVO mag nog zo veel zijn afgesproken, maar Canada en Frankrijk hebben hun gevechtstroepen allang teruggetrokken. Nederland was trouwens voorloper bij de grote terugtrekking, toen het in 2010 besloot in Uruzgan te stoppen.

Niemand is rouwig om het vertrek uit Kunduz, schreef deze krant. Bedoeld werd: niemand in Nederland. Maar voor zover bekend zijn ook weinig Afghanen de straat opgegaan om verlenging van de missie te eisen. En de Amerikanen ontketenden deze keer geen diplomatiek offensief om de Nederlanders van hun besluit af te houden, zoals in 2009.

Het doet er toch niet meer toe. Nederland had de Kunduz-missie ontworpen op basis van wat haalbaar was in de Tweede Kamer. Stonden de Afghanen er ook op de wachten? Steeds minder. In de woorden van Rutte: „het volume aan werk dat er ligt is behoorlijk teruggelopen”.

Na meer dan tien jaar oorlog is nu een rommelig eindspel ingezet. Afghanistan dreigt terug te vallen in chaos en burgeroorlog als alle Westerse grondtroepen, hoofdzakelijk Amerikanen, zijn vertrokken. Maar Obama is vastbesloten zijn troepen terug te trekken. Wel zou hij graag commando’s en drones achterlaten, om opkomende terreurgroepen te bestrijden. Maar of president Karzai daarmee instemt is maar de vraag.

Karzai stelt zich steeds vijandiger op tegenover het land dat hem in het zadel heeft geholpen. Hij verwijt de Amerikanen zelfs samen te werken met de Talibaan. Omdat Karzai beseft dat hij als marionet van de Amerikanen geen toekomst heeft in het Afghanistan van na 2014, probeert hij zich wanhopig te profileren als de man die de westerse troepen zo nodig het land uit zet.

Over de vraag hoe het zo heeft kunnen misgaan in Afghanistan is in Washington een fel en ontluisterend debat opgelaaid. Vali Nasr, een oud-medewerker van Hillary Clinton op Buitenlandse Zaken, geeft alle schuld aan het Witte Huis. Als Obama en zijn mensen maar hadden geluisterd naar Clinton en haar adviseur Richard Holbrooke was alles heel anders gelopen, beweert hij in een bitter artikel in Foreign Policy, een voorpublicatie van een boek dat volgende maand verschijnt.

Ontluisterend is niet zozeer dat er onder Obama van het begin af aan grote meningsverschillen over de oorlog bestonden tussen het Witte Huis, Buitenlandse Zaken en het Pentagon – dat is in Washington bijna traditie. Dat het niet echt boterde tussen Clinton en Obama hoeft ook niemand te verbazen.

Maar dat er zo veel improvisatie en overmoed was, en zo weinig besef van de werkelijke strategische verhoudingen in de regio (de belangen van Pakistan bijvoorbeeld), is verbijsterend. Nasr schrijft met bewondering over speciale afdeling voor Afghanistan en Pakistan die Holbrooke opzette, een enthousiast maar chaotisch clubje academici en diplomaten dat het Witte Huis de les wilde lezen: „Het voelde meer als een internet start-up dan een afdeling van Buitenlandse Zaken”.

Arm Afghanistan.