Mijlpaal Pakistan is geen reden voor feest

President Zardari maakte dit weekend als eerste Pakistaanse leider een regeertermijn vol. Maar zijn land wordt gekweld door geweld en corruptie.

Kinderen krijgen voedseldonaties bij het graf van een islamitische geestelijke in Karachi. Foto Reuters

„Je moet de mensen die ons land besturen helemaal niet zien als politici.” Fahad Khan, een jonge jurist, reageert getergd als een vriend vanaf de achterbank van zijn gebutste autootje iets probeert uit te leggen over de ingewikkelde Pakistaanse politiek. Fahad geeft gas. „Zie onze leiders als democratisch gekozen dieven en je snapt de ellende waarin Pakistan verkeert”, zegt hij fel.

Dit weekeinde voltooide de regeringscoalitie onder leiding van de Pakistaanse Volkspartij (PPP) van president Asif Ali Zardari haar termijn van vijf jaar. Sinds de stichting van Pakistan in 1947 wordt de politiek geteisterd door grote verdeeldheid. Vier keer greep het leger in. Nu heeft voor het eerst een democratisch gekozen regering de rit uitgezeten.

Toch hangen maar weinig Pakistanen de vlag uit. Het land verkeert in crisis en velen wijten dat aan de huidige regering. President Zardari, weduwnaar van de vermoorde ex-premier Benazir Bhutto, trok het leiderschap van de PPP naar zich toe, maar hij toont weinig staatsmanschap. De oorlog in buurland Afghanistan heeft Pakistan uit balans gebracht. Terroristische groeperingen plegen aanslagen, de economie is ingestort. Het land kampt met een energietekort, veroorzaakt door corruptie, stroomdiefstal en mismanagement, en de rechterlijke macht verkeert op voet van oorlog met de regering. Opperrechter Iftikhar Chaudhry heeft al eens een premier van Zardari’s partij tot aftreden gedwongen. Dus houdt de regering zich muisstil terwijl het land verder afglijdt.

„De regering denkt alleen aan zichzelf, ons laat ze stikken”, zegt Fahad. We rijden richting het strand, door het chaotische centrum van Karachi, een metropool met 21 miljoen inwoners. Pakistans grootste stad en belangrijkste diepzeehaven ook, gelegen aan de Arabische Zee. Volgens Fahad zie je hier beter dan elders het verval. Hij wijst op een hypermodern ogend appartementenblok, vlakbij het strand, dat in de steigers staat. Veel ramen zijn stuk. De onderste steigers zijn gestolen. De projectontwikkelaar wachtte tot mensen betaalden voor hun appartement en ging er met het geld vandoor, vertelt Fahad. Verderop staat een imposante woontoren, eveneens omhangen met geamputeerde steigers. Hier had een hotel moeten komen. „Wie gaf deze louche bouwers vergunningen? Wie deelden er mee in de buit? Het zijn roofdieren die ons land besturen”, zegt Fahad.

Ook politiek analist Rasul Bakhs Rais legt de schuld van de chaos voor een groot deel bij de regering. „De staatsschuld is meer dan verdubbeld, de economie is ingestort, we worden geconfronteerd met het ene corruptieschandaal na het andere”, zegt hij. „Wat je hier aan het werk ziet, is machtshonger. De regering had al lang moeten aftreden. Maar ze bleef zitten om de vijf jaar vol te maken. Met dat succes hoopt ze de verkiezingen opnieuw te winnen”.

Fahad stuurt zijn autootje een rotonde op en meteen komen we terecht in een verkeersopstopping. Twee brede wegen zijn afgezet met betonblokken, al het verkeer moet via een smalle straat die langs een hoge witte muur voert. Daarachter ligt een huis van president Zardari. Hij is vaker in Karachi, dichtbij zijn machtsbasis in de provincie Sindh, dan in de hoofdstad Islamabad. De wegen die naar het huis leiden zijn afgezet en worden bewaakt door agenten. „Zie je, ze stelen zelfs de openbare ruimte”, zegt Fahad.

Slechts zo’n 400 families maken in Pakistan de dienst uit, zegt Bakhs Rais. Die zijn niet allemaal zo corrupt als de huidige regering, maar ze zijn gewend goed voor zichzelf te zorgen. En ze hebben een stevige machtsbasis: die is gelegen in eeuwenoude, vaak goed onderhouden patronagesystemen – een systeem met feodale trekjes. Het vindt zijn oorsprong op het platteland, maar de grootgrondbezitters van vroeger hebben hun macht via de zakenwereld overgeplant naar de steden.

„Het is zaak de macht van de elite-netwerken te breken”, zegt Bakhs Rais. „Als de regeringspartijen tijdens verkiezingen niet worden afgerekend op hun wanbeleid, is de hoop op echte democratie en een nieuwe generatie eerlijke leiders verloren’. Misschien kunnen jongeren verandering brengen. Bijna een derde van het electoraat is tussen de 18 en 29 jaar. Veel jongeren steunen de hervormingsbeweging van cricketlegende Imran Khan. Met zijn Pakistaanse Beweging voor Rechtvaardigheid trekt hij ten strijde tegen corruptie en wanbeleid.

Ook Muhammad Tahirul Qadri, een geestelijke uit de gematigde sufi-tak van de islam, loopt te hoop tegen corruptie. In januari bracht hij duizenden op de been in Islamabad. Hij noemde het parlement een verzameling „plunderaars, dieven en bandieten”, en eiste electorale hervormingen. Bakhs Rais heeft geen goed woord voor Qadri over. „Ik ken hem, we hebben drie jaar in hetzelfde huis gewoond. Wat hij doet is immoreel en onethisch. Hij heeft duizenden jongeren opgezweept met de belofte van een revolutie zoals in het Midden-Oosten, terwijl hij wist dat het niet kon. Hij heeft nu zo’n beetje al zijn eisen laten vallen.”

Over Qadri gaat het gerucht dat hij een pion is van de generaals. Willen de militairen opnieuw tussenbeide komen? „Nee, absoluut niet”, zegt vice-luchtmaarschalk buiten dienst Shahzad Chaudhry. In zijn riante villa in Islamabad staat hij uitvoerig stil bij de vier keer dat de militairen de macht grepen. „Het was steeds om andere redenen, en steeds werden uiteindelijk weer verkiezingen georganiseerd.”

Chaudhry, oud-ambassadeur in Sri Lanka, behoort tot een groep ‘maatschappelijk betrokken ex-officieren’. Volgens hem is het twijfelachtig of de militairen de chaos de baas kunnen. „Wij vinden dat het land zich moet aanpassen aan de eisen van de 21ste eeuw. We hebben hervormingen nodig onder leiding van politici”, zegt hij.